Na afloop van de Tweede Wereldoorlog in 1945 ontstond een bevrijdingscomplex, een problematische mengeling van wraakzucht, honger, en gejubel. Het kwam zowel voor in de landen die bezet en geplunderd waren geweest als bij degenen die dat op hun geweten hadden; zij het vermoedelijk in verschillende combinaties. Ook nadat de ergste honger gestild was, bleven wraakzucht en gejubel bestaan. Tot ver na de oorlog waren er in een land als Nederland nog heel wat mensen die het niet in hun hoofd haalden om bij bepaalde winkels iets te kopen—de winkelier zou in de oorlog ‘fout’ zijn geweest. Anderen hebben nooit meer Duits willen spreken of weigerden om Duitsland te bezoeken, laat staan in dat land vakantie te vieren. De jubelstemming is geïnstitutionaliseerd tot een jaarlijks terugkerende nationale ‘Bevrijdingsdag’, in Nederland op 5 mei—hoewel dat land zichzelf niet bevrijd heeft en de bevrijders pas op 8 mei Amsterdam binnentrokken. De bevrijding heeft inmiddels mythische proporties aangenomen, het maakt een centraal onderdeel uit van de nationale identiteit en is vermengd geraakt met de bevrijding van het ‘Spaanse juk’ na de tachtigjarige oorlog en andere hoogtepunten uit de Vaderlandse geschiedenis.

Ik heb het begrip bevrijdingscomplex niet zelf bedacht, maar ontleen het aan Ian Buruma die het concept introduceerde in zijn magistrale studie van Het jaar nul, een geschiedenis van het jaar 1945 (oorspronkelijk Year Zero. A History of 1945, uit 2016). Hij omschrijft het uiteraard fraaier en uitvoeriger dan ik hierboven heb gedaan, Buruma is nu eenmaal een begenadigd stylist. Ik had eerlijk gezegd verwacht het begrip terug te vinden in 1945. De afrekening dat zojuist onder redactie van het NIOD van de lopende band gerold is bij Ad van Liempt. De man is nog geen jaar geleden gepromoveerd en is alweer op tijd klaar voor de herdenkingsfeesten van begin mei met dit nieuwe boek. Tja, de schoorsteen moet blijven roken.

Welnu, nee dus, de naam Buruma komt niet voor in de bibliografie. Ik vrees dat Van Liempt het beneden zijn stand heeft gevonden om Buruma te noemen, ondanks de treffende overeenkomst van inhoud en titels (een vriendin was op zoek naar het boek van Buruma en vroeg naar ‘1945’, ze kreeg Van Liempt in haar handen gedrukt; Buruma was niet ‘op voorraad’, zei de boekverkoper; het was geen buurtwinkeltje, maar een van de toonaangevende boekwinkels van Amsterdam). Desondanks lijkt Van Liempts opmerking over het eind van de oorlog als twee druppels water op Buruma’s formulering van het bevrijdingscomplex: Het einde van de oorlog bracht nu eenmaal niet te stuiten emoties met zich mee, noteert Van Liempt, uitzinnige vreugde, maar ook een diepgevoelde behoefte aan wraak, aan vergelding van de ellende waaraan de landverraders hadden bijgedragen.

Mijn verwachting was dus niet overdreven, bovendien heet Van Liempts boek De afrekening, wat maar een stapje verwijderd is van de ‘wraakzucht’ (desire for revenge) van Buruma. Tijdens de verwarrende bevrijdingsdagen, waarbij op de valreep nog eens honderden doden vielen, werd een begin gemaakt met de ‘afrekening’, schrijven Erik Somers en René Kok namens het NIOD in de inleiding van 1945. Ze vervolgen: De wrok en woede van vijf jaar nationaal-socialistische overheersing richtten zich op NSB’ers en andere collaborateurs. Zij werden massaal opgepakt en in provisorisch ingerichte interneringskampen opgesloten. Daar heerste chaos, en gewelddadige excessen bleven niet uit. Zogeheten moffenmeiden werden door omstanders in het openbaar vernederd en kaalgeknipt. Volgens Buruma is wraakzucht een fundamentele behoefte van de menselijke natuur, net als voedsel en seks, en hij wijdt bijna zestig pagina’s aan het onderwerp, waarbij ook voorbeelden als die van het NIOD de revue passeren. Fascinerend gegeven, wraakzucht, dat wel door antropologen is onderzocht, maar zelden of nooit door historici.

Van Liempt is sinds zijn promotie een historicus met diploma, wat bakt hij ervan? In zijn boek komen uitingen van wraak wel degelijk voor, het kaalknippen van vrouwen bij voorbeeld, maar merkwaardig genoeg is ‘afrekening’ niet het centrale thema van zijn boek. Van Liempt beperkt zich tot anekdotes, ontleend aan de literatuur en dat geldt niet alleen voor het thema van de vergelding, maar voor het hele boek. Het is een compilatie van weetjes en feitjes zonder onderling verband. De afrekening is, anders dan de inleiding doet vermoeden, niet thematisch ingedeeld maar chronologisch: het begint met 1 januari en eindigt op 31 december. Op het datumlijstje achterin het boek kun je zien dat rijp en groen door elkaar staat. Sommige gebeurtenissen worden in de tekst behandeld, andere niet, geen touw aan vast te knopen:

FEBRUARI

2   Moordaanslag op mr. Jan Feitsma, vooraanstaand NSB’er en procureur-generaal van het Gerechtshof Amsterdam. Als represaille worden op 7 februari vijf mensen doodgeschoten op de fusilladeplaats Rozenoord.

4   Begin van de Conferentie van Jalta, waar Stalin, Churchill en Roosevelt de situatie in Europa na afloop van de Tweede Wereldoorlog bespreken.

8   Begin van de Operatie Veritable, bedoeld om het gebied tussen de Roer en de Rijn te bevrijden. De uitputtingsslag eindigt op 11 maart met een overwinning van de geallieerden.

9   In Zaandam worden als represaille voor twee moordaanslagen van het verzet tien mensen geëxecuteerd.

12   In Haarlem wordt de bankier en verzetsstrijder Walraven van Hall gefusilleerd.

20   Voedselprotesten in Amsterdam. Na eerdere voedselprotesten in Schiedam en Rotterdam protesteren honderden vrouwen bij de Amsterdamse burgemeester VoÛte tegen de slechte voedselsituatie.

27   De eerste voedselzendingen uit Zweden, waaronder het Zweedse wittebrood, worden uitgedeeld in steden in West-Nederland.

De auteur laat na om afstand te nemen tot zijn  materiaal en een overzicht te bieden, we moeten maar raden wat al die onderwerpen met elkaar te maken hebben. Desondanks is de weergave van gebeurtenissen soms nogal tendentieus. Hij maakt zich kwaad over de ‘zuiveringsziekte’ die in Nederland geheerst zou hebben en de beroerde behandeling van NSB’ers, maar brengt dit niet in verband met het virulente antisemitisme waarmee veel teruggekeerde Joden te maken kregen. Was dat niet in tegenspraak met elkaar? Hoe moeten we dat interpreteren?

Dat wraakacties en vergelding in vele gevallen een soort overcompensatie waren voor passiviteit en lafheid tijdens de oorlog ligt nogal voor de hand—ook Buruma heeft daar oog voor–maar Van Liempt gaat die kwestie totaal uit de weg. Helaas kan hij het niet laten om een flinke greep te doen uit de kanarieboekjes Psychologie. Over Kotalla, kampbewaarder in Amersfoort merkt hij op: de ontvluchting van gevangenen moet hem tot razernij hebben gebracht. Daar voegt hij aan toe dat de algemene oorlogstoestand Kotalla ook niet milder moet hebben gestemd. Sterker nog: ieder lid van de bezettingsmacht moet hebben gevreesd dat het Derde Rijk tot overgave gedwongen zou worden. Ook Kotalla. Van Liempt als helderziende. Dit soort flauwekul wordt niet gecompenseerd door enig historisch inzicht of oog voor de context.

De afwezigheid van context is misschien wel het grootste tekort van De vergelding. Het boek lijdt aan gezichtsvernauwing, alles is gericht op de Nederlandse situatie (inclusief Nederlands Oost-Indië, maar niet Nederlands West-Indië), het eerbiedwaardige koningshuis vertegenwoordigd door Wilhelmina en Bernhard (dat de Oranjes nooit één poot hebben uitgestoken naar Nederlandse Joden krijgen we niet te horen). Om het benauwd van te krijgen.

Uit Buruma’s studie kun je leren dat de gebeurtenissen in Nederland onderdeel waren van wat er op wereldschaal gebeurde en dat je de situatie in Nederland alleen goed kunt begrijpen als je vergelijkingen trekt met wat zich elders heeft afgespeeld. Van Liempt gaat ervan uit dat de oorlog in 1945 was afgelopen, maar dat is de vraag; voor velen ging de oorlog in allerlei gedaanten verder en er zijn goede redenen te bedenken om te stellen dat bij voorbeeld de val van de Berlijnse Muur pas het echte (voorlopige) eindpunt was.