Albert Speer herzien?

Magnus Brechtken is de eerste biograaf die begrijpt dat daders altijd liegen. Tenminste, dat vindt hij zelf. Je kunt het afleiden uit de gelijkluidende kop boven een lang vraaggesprek dat hij voerde met Bernard Hulsman, afgedrukt in het boekenkatern van NRC Handelsblad (26 oktober 2018). Ter illustratie: Mulisch is een van de honderden die zich door Speer hebben laten inpakken. Hoezo? Welnu: al die eerdere biografen wisten van geen bestaande archieven en zijn afgegaan op wat Albert Speer hen zélf heeft verteld en die wist iedereen om zijn vinger te winden. Zijn bezoekers waren allemaal te corrumperen, hij gaf ze tekeningen, brieven, documenten mee en strooide met geld. Ook Harry Mulisch ging voor de bijl toen hij Speer bezocht voor een interview.

Nee, dan Brechtken, dat is andere koek! Ik heb  aan de hand van archiefmateriaal het leven van Speer en vooral zijn werk van vóór 1945 geanalyseerd en de uitkomsten vergeleken met de legenden die hij na de oorlog in het leven heeft geroepen. Niemand heeft dus ooit eerder zoals Brechtken de leugenachtigheid van daders begrepen. Je moet als historicus niets voor waar aannemen, altijd zelf blijven nadenken en zeker niet geloven wat tijdgenoten vertellen over gebeurtenissen waar ze zelf bij betrokken waren, verklaart Brechtken en de journalist ligt aan zijn voeten en schrijft het zonder enige kanttekening op, schijnbaar amechtig van bewondering.

Maar wat een flauwekul! Hier wordt met één armgebaar een groot deel van de geschiedenis, inclusief de sociale wetenschappen, van tafel geveegd. En zelfs als het alleen maar over Albert Speer zou gaan…  —dat Harry Mulisch zich door de voormalige naaste medewerker van Hitler om de tuin heeft laten leiden, neem ik graag aan, de grootste schrijver van Nederland en omstreken heeft zich nooit weten te onderscheiden door zijn kritische vermogens, maar van serieuze biografgen als Gitta Sereny en Joachim Fest kun je dat bepaald niet zeggen. En wat heeft Brechtken nou helemaal boven tafel gehaald? Wat was nog niet eerder bekend? Dat Speer de lieveling was van de geallieerden omdat hij zo’n beetje de enige Nazi was die behoorlijk Engels sprak? Dat hij loog toen hij zei dat hij van de concentratiekampen en massamoord op joden niet geweten had? Dat hij geen origineel architect was? Veel meer duikt er niet op in het vraaggesprek, maar dit alles was allang bekend en uitgezocht. Curieus dat de biograaf wordt ondervraagd door een journalist die kennelijk van toeten noch blazen weet. Dat Speer voor de Britten en Amerikanen na de oorlog een soort aanknopingpunt vormde tot verzoening met de Bondsrepubliek Duitsland is misschien een interessante gedachte, onmiskenbaar, maar die hypothese komt voort uit de fantasie van Brechtken, niet uit enig archief.

Speer vervulde een sleutelrol in het fascistische Duitsland. Hij was dan wel architect, maar niet de eerste de beste: hij begreep als geen ander wat Hitler voor ogen stond met zijn Derde Rijk en hij gaf precies de juiste vorm aan de megalomane plannen om dat te  bereiken. Kern daarbij was het Germania-project, Hitler’s poging om een stad te bouwen die tot in lengte van dagen de superioriteit van het Germaanse ras zou symboliseren. Berlijn is een grote stad, zei hij tegen Speer, maar geen echte metropool. Kijk naar Parijs, de mooiste stad van de wereld, of zelfs Wenen. Steden met grootse stijl. Berlijn is een ongeregelde verzameling gebouwen, we moeten Parijs en Wenen overtreffen! En daar ging Speer. Als Hitler om een groot kantoor vroeg waarvan de gevel honderd meter besloeg, was Speer altijd degene die zei: Honderd meter, mijn Führer? Waarom geen tweehonderd meter? Speer was een man naar Hitler’s hart. En andersom. De architect ontwikkelde zijn theorie van de ‘ruïne bouw’, hij was in dit opzicht de voorloper van het zogenaamde brutalisme in de architectuur. Gebouwen moesten worden geconstrueerd met het oog op de esthetiek die ze als ruïne zouden hebben. Dus geen beton en staal, maar zandsteen en marmer—ook als het dak vergaan was, zouden de muren altijd blijven staan. Hij toonde met maquettes en tekeningen aan dat je na eeuwen verval nog altijd zou kunnen vaststellen hoe een vliegveld, stadion of overheidsgebouw er oorspronkelijk had uitgezien. De omgeving van Hitler gruwde bij de gedachte… er zou toch immers NOOIT een eind komen aan de fascistische heilstaat? Maar de Führer begreep meteen wat de bedoeling was en gaf opdracht om in het vervolg alle belangrijkste gebouwen op te trekken op basis van het ‘ruïne-principe’.

 


De bouwheren van het Derde Rijk

Speer werd een van de machtigste mannen in het Derde Rijk, hij had het vetorecht over alle bouwplannen in Berlijn en kon naar eigen inzicht en believen grond en gebouwen onteigenen—alle ministeries en overheidsinstellingen hadden uit te voeren wat hij verordonneerde. Germania zou gebouwd worden langs twee assen, noordzuid en oostwest, en Speer tekende gedetailleerd in hoe en wat er langs die assen moest worden gebouwd. Het onbetwiste hoogtepunt was de Triumphbogen, een soort superuitvoering van de Parijse Arc de Triomphe, meer dan honderd meter hoog, vierkant, met een uitbundig versierde balustrade bovenop, standbeelden, bogen van tachtig meter hoog. De Bogen zou als monument moeten dienen voor de Duitse slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog met bijna twee miljoen namen van de gevallen soldaten erop gebeiteld. Vanaf de Triumphbogen kwam je bij de belangrijkste overheidsgebouwen, het hoofdkwartier van de SS en diverse ministeries. Om saaiheid tegen te gaan, zouden er tussendoor grote filmtheaters komen, met een capaciteit van duizend bezoekers, concertzalen, congresgebouwen, hotels, variëteittheaters, restaurants. De Grote Hal, in de buurt van de Tiergarten, was geïnspireerd door het Pantheon in Rome en moest het grootste gebouw van de wereld worden, ruim driehonderd meter hoog met een koperen koepel, op het granieten plein ruimte voor bijna 200.000 leden van de partij. Het Adolf Hitlerplein moest nóg imponerender worden: groter dan vijftig hectare en geschikt voor bijeenkomsten met een miljoen mensen.

 


Het fascistische Pantheon

Om dit allemaal te realiseren, had Speer beschikking over bijna onbegrensde mogelijkheden, waaronder vele tienduizenden dwangarbeiders—gerekruteerd uit (krijgs-)gevangenen en vrijwilligers. Hij liet joden zonder enige compensatie uit hun huizen zetten op de plekken waar de nieuwe stad moest komen en richtte de eerste joodse ghetto’s in. Verder zorgde hij ervoor dat er concentratiekampen in de buurt van steengroeven kwamen, zodat hij van geregelde aanvoer van noodzakelijke bouwmaterialen verzekerd was.\

Speer bediende de motor van het fascisme in Duitsland, hij was zo’n beetje de spil waar omheen alles en iedereen draaide. Het is een fascinerend dat hij na de oorlog als perfide misdadiger met zijn charmeoffensief is weggekomen. Het is mooi dat Brechtken daar nog eens de aandacht op vestigt, maar zonder het grondige voorwerk van zijn geschiedkundige en biografische vakbroeders en -zusters, ook in de archieven, had hij zijn biografie niet kunnen schrijven.

 

illustraties
Adolf Hitler en Albert Speer; bron: dailymail.co.uk
Het fascistische Patheon; bron: quora.com
Adolf Hitler; bron: biography.com

By |2018-10-28T15:51:45+00:00zondag 28 oktober 2018|Categories: Blog|Tags: , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Albert Speer herzien?