De krant, althans de mijne, besteedt schijnbaar onbeperkte ruimte aan ‘Brussel’, iedere dag, pagina na pagina. Maar dieper dan tot algemeenheden wordt niet gegraven. Portretjes van Brusselaars: waar ze waren toen de aanslagen plaatsvonden, dat werk. Human interest. Tja, je moet blijkbaar wat. De laatste tijd worden er steeds meer oproepen aan lezers geplaatst om met vragen te komen—de krant zet haar medewerkers in voor de antwoorden; de vragen zelf krijg je niet te zien. Zwaktebod? De krant weet geen invalshoeken te verzinnen; laat het denkwerk dan maar aan anderen over. Ook het tv-journaal werkt zo, de gebeurtenissen worden over het voetlicht gebracht door passanten om uitspraken te vragen.

Maar ter zake. Mij trof een vraag over wat ik maar even de ‘selectiviteit’ van de journalistiek noem. Die vraag heb ik in ingezonden brieven al dikwijls gezien, ook in de dagen na ‘Parijs’. Op 13 maart vielen er bij aanslagen in Ankara 37 doden, in Brussel zo’n dag of tien later 32 doden—de krant wijdt een handvol artikelen aan Ankara en vele tientallen aan Brussel en het eind is nog niet in zicht. De dag voordat de aanslagen in Parijs plaatsvonden, vorig jaar november, vielen er bijna vijftig doden in Beiroet door aanvallen van IS. De hele wereld lag plat van Parijs, aan Beiroet werden drie woorden besteed.

Ik kan wel begrip opbrengen voor de vraag: waarom zijn de gruwelijke aanslagen in Parijs zoveel méér aandacht waard dan die in Beiroet of Ankara of Istanbul of waar dan ook? Slachtoffers zijn slachtoffers, terreur is terreur, wie bepaalt de hiërarchie? Ik ben zelf diverse keren dicht in de buurt van terreuraanslagen geweest. Ik herinner me met name Delhi, 13 september 2008, waar binnen een half uur vijf zware bommen ontploften, de eerste omstreeks 18.00 uur op de Ghaffar Market aan de Ajmal Khan Road. De bom lag bij een autoriksja die meters de lucht in werd geslingerd. Zeker twintig mensen werden zwaargewond. Ik was nauwelijks een uur tevoren op dezelfde plek geweest, op zoek naar een nieuwe telefoonkaart. Al met al vielen er bij deze aanslagen zeker dertig doden en honderden gewonden. Toen ik geruststellende berichten naar het thuisfront stuurde, bleek dat in Europa niemand ook maar het minste vermoeden had gehad van de gebeurtenissen.

Het kon me niet verbazen, want bij eerdere gelegenheden was het me ook al opgevallen dat er over bomaanslagen in India vrijwel niets doordrong in het Westen. Van begin jaren negentig tot een paar jaar geleden bracht ik jaarlijks weken, soms maanden, door in India, vooral Bombay. Ik kwam voor het eerst in de stad na de omvangrijke bombardementen van maart 1993, toen er in korte tijd op zo’n tien plekken in de stad bomaanslagen plaats hadden gevonden: bijna 260 doden, duizenden gewonden, onmeetbare materiële schade. Daarna volgden de ontploffingen elkaar snel op: in 2002, 2003 (vier keer), op 11 juli 2006, eind november 2008 en 2011. Voor zover ik weet hebben alleen de aanslagen van 2006 en 2008 de kranten in Nederland gehaald. In 2006 werden ruim tweehonderd mensen gedood bij een zevenvoudige bomaanval in de propvolle locale trein en in 2008 vonden 175 mensen de dood tijdens aanvallen op twee luxe hotels en nog enkele andere plekken. Ik heb bepaalde treinstations in Bombay eigenlijk nooit anders gezien dan met zwaarbewapende militairen die achter barricades van zandzakken het reizigerspubliek onder schot hielden. Het leek me een idiote en levensgevaarlijke manier van bescherming, maar misschien dachten de autoriteiten dat er een geruststellende werking van uitging.

Het is in zekere zin absurd om bomaanslagen met elkaar te vergelijken in termen van mortaliteit of bloederigheid, maar als je afgaat op de dodelijke slachtoffers zijn de aanslagen in Bombay vele malen erger geweest dan we hebben gezien in Madrid, Londen, Brussel of Parijs en toch is er van die verschrikkingen weinig of niets in de buitenwereld doorgedrongen. Bombay is nog maar de top, want ook Delhi, Varanasi, Pune zijn regelmatig opgeschrikt door aanslagen en dan hebben we het niet over Assam, Bihar, Kashmir en andere gebieden waar een vrijwel permanente burgeroorlog heerst. Maar je zou terroristische activiteiten misschien op andere manieren kunnen bekijken dan alleen in termen van slachtoffers en schade, hoe belangwekkend dat perspectief ook is. De relatie terreur en criminaliteit, bij voorbeeld, de rol van de overheid, de directe en indirecte betrokkenheid van groepen en partijen. De geestelijke vader van de grootste vernietigingen die in Bombay zijn aangericht–de bomaanslagen van maart 1993–kwam voort uit de rijen van goudsmokkelaars en afpersers: Dawood Ibrahim. Hij staat hoog op de lijst van gezochte misdadigers van Interpol. Maar wat is hij precies, terrorist of maffiabaas? Hij wordt beschermd door de Pakistaanse geheime dienst, maar in zekere zin ook door de Indiase autoriteiten. Het is vaak opgemerkt: als Dawood Ibrahim zou gaan ‘praten’, dan rollen er vele koppen, hij heeft vernietigende informatie over politiefunctionarissen, parlementsleden, ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders. Laat hem maar veilig in Pakistan zitten! We weten uit talrijke studies over bandieten, terroristen en vrijbuiters dat ze nooit in hun eentje werken, ze maken deel uit van netwerken waar ze steun en veiligheid vinden en ze worden dikwijls gesteund door machtigen en rijken.

Nieuwsmedia laten zich leiden door sterke overtuigingen over wat de ‘lezers’ en ‘kijkers’ willen horen. Nationaal nieuws staat voorop en daarbinnen wordt de agenda bepaald door de nationale politiek en centrale politici. Hoe onnozel de premier ook is: op alles wat hij zegt en doet staan de schijnwerpers gericht. Buitenlands nieuws is interessant voor zover het nationale aangelegenheden betreft, bij voorbeeld ‘eigen’ burgers die bij een treinongeluk betrokken zijn, het succes van een ‘eigen’ bedrijf dat zich elders heeft gevestigd of het optreden van ‘onze’ politicus in een internationale context. Het aandachtsverschil in Nederlandse media valt eenvoudig te verklaren door de geografische afstand, meldt de krant (NRC Handelsblad 25 maart 2016) in antwoord op bovengenoemde vraag naar het contrast tussen ‘Parijs’ en ‘Ankara’, Brussel en Parijs liggen nu eenmaal dichterbij dan Turkije. En hoe dichterbij iets gebeurt, hoe groter de impact “thuis” en dus hoe meer aandacht van journalisten.

Berusting. Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar, niets aan te doen, een vicieuze cirkel. Maar hoe zwaar moet geografische afstand eigenlijk nog wegen, vandaag de dag? ‘Thuis’ is maar een idee, een keuze. Je kunt zou misschien ook een ander perspectief kunnen overwegen.

 

 

illustraties:
resultaten van aanslag; bron: www.nu.nl
Madrid, 2004; bron: www.cmo.nl
bloemen in Parijs; bron: www.refdag.nl