Annie

De gedundrukte Schmidt – Die van die van u – is chronologisch ingedeeld, niet naar thema. Als je er doorheen bladert, kom je alle genres tegen en dan zie je hoe sterk het eigen geluid van Annie M.G. Schmidt was. Kindergedichten, liedjes, korte versjes, langere dialogen, ‘volwassen’ poëzie, het is allemaal geschreven in de sprankelende, directe, glasheldere taal waarop ze patent had; een superieur soort spreektaal die ook haar proza kenmerkte. Ik heb eindeloos uit haar werk voorgelezen – Jip en Janneke, Wiplala, Pluk van de Petteflet, Juffrouw Minoes – maar ben nooit een verkeerde zin tegengekomen. Met haar boeken ging ik omstreeks kinderbedtijd altijd veel te lang door, vooral voor mijn eigen plezier – over mijn kinderen dacht ik ‘slapen kunnen ze hun hele leven nog’.

De vele gedichtjes over dieren hebben een ongekend niveau, afgezien van incidentele rijmelarij en soms een al te geforceerde constructie. Geestig, slim, volstrekt niet ‘moralistisch’ in de dwingende, verkrampte vorm. Het wormpje dat van zijn moeder niet omhoog mag kijken, maar het toch doet en daarom de grond in schiet als er een lijster aankomt vliegen; moeder kijkt naar beneden en wordt opgegeten. Moraal: luister nooit naar de wijze raad van moeders! En:

Twee oude muizen
zitten samen, wang aan wang,
achter het behang.

Hun dochter is vandaag getrouwd,
beneden, in de havermout.
Ze heeft een flinke echtgenoot
en woont nu bij de tafelpoot
’.

Vader en moeder Muis moeten huilen om het vertrek van hun dochter, maar troosten zich ermee dat ze elkaar nog hebben.

Schmidts gedichten doen me af en toe denken aan de kinderpoëzie van Ted Hughes – en ik bedoel dat als compliment. Een beetje dezelfde mentaliteit, hoewel Hughes misschien wat meer in zichzelf gekeerd is dan Schmidt – vrouw van de wereld. Hughes’s gedicht over de worm had uit beider pen kunnen vloeien.

Lowly, slowly,
A pink, wet worm
Sings in the rain:
‘O see me squirm

‘Along the path.
I warp and wind.
I’m searching hard.
If I could find

‘My elbow, my hair,
My hat, my shoe,
I’d look as pretty
As you, and you’.

Schmidt schrijft een versje over huilende uilen – ze huilen niet omdat er iets vreselijks met hen gebeurd is, maar omdat meneer Vos voor zijn avondmaal uitjes snippert, daar zitten ze boven. Hughes schrijft ook over uilen:

Owl! Owl!
A merry lad!
When he thinks ‘Good!’
It comes out ‘Bad!’

The poor Mouse cries:
‘Please let me go!’

And Owl thinks ‘Yes’
But it comes out ‘No!’.

OH NO! OH NO!

Ik sta dikwijls machteloos tegenover de ‘volwassenenpoëzie’ van Schmidt; dat heb ik minder met Hughes. Het korte gedicht Wandeling is een oude favoriet: de liefde die bij het Koningsplein nog heftig is, maar bij de Munt al minder is geworden:

Mon Dieu, als ik het niet verhinder…
Hoe zal ’t dan bij de Amstel zijn?’

Maar ik vond in de bundel ook gedichten die ik nooit eerder had gezien, verpletterend mooi. Zoals het gedicht Zondag.

Geen plaats ter wereld is zo godverlaten
en zo fatsoenlijk als het Scheldeplein,
bij avond als het regent en de straten
langer en glimmender en leger zijn.

Dit is een stad met veel te weinig moorden.
Het regent gluiperig in het plantsoen.
De tramrails wijzen koppig naar het noorden
en dat is dan ook alles wat zij doen.

Die man zou het waarschijnlijk niet begrijpen,
die man daar op de hoek, wat ik bedoel,
wanneer ik plotseling zijn hand zou grijpen
en zeggen zou, hoe eenzaam ik me voel.

Ik ga naar huis. Daar wachten me twee ramen,
een beddensprei (gehaakt), en aan de muur
een plaatje van een veel te mooie dame.
En dan de wekker nog. Op zeven uur.

In 1981 publiceerde ik Het goede leven, samen met Emma Brunt. Het was een (volgens sommigen té) kritisch commentaar op de nieuwe zeden en gewoonten van de bevrijde jaren zestig, toen we allemaal het juk van het regentendom hadden afgeschud. Een analyse van etiquetteboekjes over geboorte, dood, seks, ouderschap, lichaam en geest. De hoofdstukken waren eerder gepubliceerd in De Gids. Het boek verscheen in de reeks Synopsis van de Arbeiderspers. Het baarde opzien, maar is sinds mensenheugenis al in de ramsj tenonder gegaan. Als ik me niet vergis kreeg ik een verzoek van Annie M.G. Schmidt om het boek aan haar op te sturen. Vanzelfsprekend gebeurde dat onmiddellijk. Korte tijd later kreeg ik een bedankbriefje (ook aan Emma gericht, die twee kenden elkaar). Het schoot me weer te binnen toen ik een paar exemplaren van Die van die van u kocht (voor mezelf en om cadeau te doen). Zoals met nog wel meer oude papieren het geval is – je weet het bestaan ervan nog, maar de bewijsstukken zijn in de loop der jaren verdwenen.

Ik stuitte een dag of wat geleden op een heel stapeltje foto’s, dummies en oude boekomslagen. Ooit ergens opgeborgen, nooit meer teruggezien. Ontroerende jeugdige foto’s van vrienden en vriendinnen, kinderen in de puberteit, vergeten vakanties, tripjes naar diverse uithoeken van de aarde. Bij het sorteren viel er opeens een briefje op de grond, opgevouwen in de proef van een boekomslag. Inderdaad! Annie M.G. Schmidt.

Ze schrijft in oktober 1981 uit Berkel-Rodenrijs:

Lieve Emma en Lodewijk,

Dank voor Het goede leven. Het is een heerlijk boek, heel uitstekend en heel waar. Trek je alsjeblieft niets aan van N.R.C. en Vrij Nederland; die recensies hebben duidelijk de calvinistische toon die ik zelf ook al dertig jaar in de oren getoeterd krijg.

Dag, dag, liefs van

Annie M.G.

Of het boek werkelijk zo uitstekend en waar was? Daar kan ik niet voor instaan, het kan me trouwens niet veel schelen. Zo’n briefje steekt me ruim dertig jaar na dato alsnog een hart onder de riem. Een complimentje van Annie M.G. Schmidt… dan heb je toch niet voor niets geleefd!

 

 

foto Annie M.G. Schmidt (bron: www.gopixpic.com)

 

 

 

By | 2017-01-20T17:05:31+00:00 woensdag 19 november 2014|Categories: Mijn blog|Tags: , , , |Reacties uitgeschakeld voor Annie