Bakkersjongen uit de Pijp

Ik vroeg verschillende vrienden en kennissen naar hun herinnering aan Jan Schaefer. Dit naar aanleiding van ‘In geouwehoer kun je niet wonen’, de zojuist verschenen levensgeschiedenis van deze kleurrijke PvdA-politicus, geschreven door Financieel Dagbladjournalist Louis Hoeks. Ik las het boek voor de website van de Amsterdamse boekhandel Athenaeum, waar behalve mededelingen, aanbiedingen en boekennieuws ook af en toe recensies worden geplaatst (https://www.athenaeum.nl/recensies/2017/jan-schaeffer-was-een-hele-grote-maar-niet-zonder-controverse/). Zonder uitzondering brachten mijn zegslieden onmiddellijk het verband aan tussen Schaefer en de Pijp: ‘De banketbakkersknecht uit de Pijp’. Begrijpelijk, want ook Schaefer zelf legde graag de nadruk op zijn afkomst. Hoeks schrijft dat deze 19e eeuwse wijk voor hem het symbool was van wat een stadsbuurt moest zijn. Waarom heb ik bruine kroegen gered, en waarom woon jij graag in de Pijp?, vroeg Schaefer tijdens een vraaggesprek aan HP-verslaggever Martijn de Rijk. Hij wist het antwoord natuurlijk zelf: Omdat je in vijf minuten een ons kopspijkers, een goudvis en een ruitje van drie bij drie kan kopen, en omdat je een markt hebt en een bruine kroeg. Als ik in een kroeg in de Pijp zit, dan vertellen de mensen dit soort dingen–een beetje anders gezegd natuurlijk, maar zo komt het bij mij over, en dan zeg ik wel eens, dan moeten we rare dingen doen, want een stad is een verzameling fouten, en daarom is-ie zo leuk.

De Pijp verleende Schaefer een ‘volks imago’, zoals de biograaf het noemt en die beeldvorming werd met kracht geaccentueerd door het platte Amsterdams dat Schaefer sprak en de manier waarop hij zich kleedde. Provocatie? Sommige mensen vinden het misschien gek, zei hij over zijn eigenzinnige kledingkeuze. Dan zeg ik: jullie moeten er maar aan wennen dat de arbeiders nu wat te vertellen krijgen. Helemaal gerust was hij er niet op: hij zou graag willen dat ‘ze’ niet alleen op zijn kleding letten, maar ook op zijn politieke argumenten. Dat is een betere beoordeling. Als Kamerlid droeg hij aanvankelijk een colbertje, maar op een bepaald moment ging dat uit en was hij alleen nog bij speciale gelegenheden ‘gekleed’. Zoals bij Prinsjesdag toen Joop den Uyl hem verplichtte een jacquet te huren, een apepakkie. Hoeks schrijft dat Schaefers spijkerpakken een ‘cultstatus’ kregen. Van Kooten & De Bie haakten daarop in: Als Jan Schaefer ’s avonds thuiskomt, doet hij zijn spijkerbroek uit en trekt iets gemakkelijks aan. Ook als staatssecretaris liet hij zich weinig gelegen liggen aan de kledingetiquette. Zijn ambtenaren waarschuwden van te voren dat de excellentie een bezoek zou afleggen in spijkerpak. Bij een officieel banket in München werd Schaefer pas binnengelaten nadat de Nederlandse ambassadeur hemel en aarde bewogen had. Maar aan het banket werd ook deelgenomen door Prins Bernhard die de gastheren smeekte om hem meteen weer de zaal uit te gooien.

 

De staatssecretaris naast Minister Gruijters en collega Van Dam

 

Een boeiend aspect van de biografie is de mythevorming, zowel van anderen als van hemzelf. Schaefer kwam helemaal niet uit de Pijp, hij heeft er alleen een paar jaar gewoond. Hij was de zoon van een succesvolle banketbakker aan de Willem de Zwijgerlaan (de Geuzenhof) in Amsterdam-West. Als het gezin op bezoek ging bij familie in Eindhoven, namen ze soms het vliegtuig van Schiphol naar Welschap, een tochtje van drie kwartier voor 25 gulden per persoon. Vader Schaefer reed ook graag in zijn DKW met open dak, handig voor de vakanties in het buitenland. De Schaefers waren niet rijk, maar zeker welgesteld. Dat hield op toen het huwelijk in een echtscheiding eindigde en moeder Schaefer naar een ander adres vertrok. Jan en zijn vader konden het niet met elkaar vinden. Een vriend vertelde: Jan vond zijn vader een ploert. Die had zijn moeder mishandeld, in elk geval geestelijk. Dat kon Jan nauwelijks verdragen en het leidde tot een breuk met zijn vader. Later heeft Schaefer verteld dat het aanpoten was in de eigen zaak van zijn vader: bestellingen wegbrengen als je uit school kwam en je huiswerk had gemaakt en ’s avonds helpen in de bakkerij. Een vroegere knecht van bakker Schaefer vond dit nogal overdreven: Ik heb Jantje helemaal niet vaak in de winkel zien werken.

Aan een verslaggever vertrouwde Schaefer toe dat hij eigenlijk joods was. Via zijn moeder. Hoeks heeft het verhaal proberen te controleren, maar stuitte vooral op verbazing. Zijn moeder ontkende haar joodse afkomst, alleen een tante zou hebben gezegd: natuurlijk zijn we joods, alleen Jans moeder wil het niet weten. De biograaf merkt op dat er in Schaefers familie geen druppel joods bloed te vinden is, maar dat Jan in zijn nopjes was met zijn nieuwe identiteit: hij kocht een gouden ketting met een davidster en hing die om. Ook over zijn politieke achtergrond creëerde Schaefer de nodige mythen. Na een vrijage met de jongerenafdeling van de VVD—zijn hele familie stemde VVD—belandde hij bij de CPN. Ook daar hield hij het niet lang vol en hij verliet de partij omdat hij niet tegen de orthodoxie was opgewassen: Naar afwijkende meningen wilde men niet luisteren en als je die toch volhield werd je verketterd. Hij verwees naar zijn voorbeeld Henk Gortzak, uit de CPN gezet en later Kamerlid voor de PSP. Maar Schaefer had de partij al verlaten voordat Gortzak lid werd van de PSP; opnieuw een mythe. Hoeks merkt droogjes op: Het zou niet de laatste keer zijn dat hij het ruim nam met de feiten.

 

De Schaeferbrug naar het Java-eiland

 

Ondanks zijn neiging tot fabuleren, had Schaefer soms een scherp oog voor de politieke realiteit. In zijn Amsterdamse tijd als wethouder merkte hij op dat de PvdA op nationaal niveau niet functioneerde: Er zitten daar boekhouders die twee dingen in hun hand hebben: een kasboek en een regeerakkoord of een partijprogramma. Ze hebben het er heel druk mee allemaal, maar of ze nou echt bezig zijn met de problemen waarmee wij zitten, daar heb ik grote twijfels over. Het functioneert daar niet, er gaat niets van uit. De uitspraak is actueler dan ooit, zou je zeggen. Maar na zijn overlijden in januari 1994 is Schaefer door de PvdA heilig verklaard en niet alleen in kringen van die partij. De biografie zal voor dat volk misschien ontnuchterend zijn. Hoeks schrijft met onmiskenbare sympathie over Schaefer, maar doet niet aan idolatrie. Hij heeft oog voor de onaangename kanten van zijn ‘held’, die in verschillende opzichten een onaangename lomperik was. Hij maakte zijn politieke opponent Hans Wiegel uit voor zakkenroller en koorknaap, een voorafschaduwing van de politieke mores van vandaag. Hij heeft mede dankzij een gunstig tij knappe prestaties geleverd op het gebied van volkshuisvesting en stedenbouw, maar heeft ook tal van steken laten vallen. In latere jaren kwam er steeds meer aandacht voor zijn soms schaamteloze vriendjespolitiek en het dubieuze gezelschap van vastgoedmiljonairs waarin hij zich het liefste bewoog. Suggesties van oneerbare handelingen zijn nooit tot op de bodem uitgezocht, dat is waar, maar de ‘arbeider’ uit de Pijp heeft niet alleen maar bijgedragen aan het fraaie aanzien van de politiek.

 

 

Illustraties
Staatssecretaris Schaefer in actie; bron: northashley.wordpress.com
Jan Schaefer; bron: uitzendinggemist.net
De Jan Schaeferbrug in Amsterdam; bron: panaramio.com

 

 

By |2017-03-29T20:28:47+00:00maandag 27 maart 2017|Categories: Blog|Tags: , , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Bakkersjongen uit de Pijp