Op 13 juni 2013 vond een opmerkelijke bankoverval plaats. Lokatie: een rustige buurt te Leeuwarden. Een klant stapt een filiaal van RegioBank binnen. Een lange man met zwart kroeshaar onder een groengeruite alpinopet. Een bril die te groot is en een sjaal voor het gezicht geslagen. Achter een witte plastic tas trekt hij een vervaarlijke revolver tevoorschijn. ‘Kluis open’, zegt hij,’ik moet geld hebben’. Hij wacht twee minuten, verdwijnt dan weer, het duurt hem blijkbaar te lang. Hij had een damesfiets met een paarse bloemetjesfietstas tegen het hek van de bank neergezet. Hij schuift zijn revolver in de fietstas, stapt op en vertrekt. De politie heeft hem nooit opgespoord. Bizar, maar de geschiedenis van bankovervallen bevat vreemdere episodes. Zoals de man die een bank binnenstapte, om geld vroeg en dat ook kreeg — alleen omdat hij een plastic tas op de balie had neergezet. Later bleken daar een paar pakken melk en wat dagelijkse boodschappen in te zitten. De overvaller was kennelijk op weg van de supermarkt naar huis op een lumineus idee gekomen.

De overval in Leeuwarden was de enige bankoverval die in Nederland plaatsvond in 2013 en geldt tot op de dag van vandaag als de allerlaatste. Ik las deze informatie in de krant (NRC Handelsblad, 3, 4 mei 2014) — een artikel over de ontwikkeling van het fenomeen bankovervallen in het algemeen. Het hoogtepunt van zulke overvallen lag in het begin van de jaren 1990, toen er gemiddeld bijna twee banken per dag werden overvallen in Nederland. Door allerlei, vooral technische ontwikkelingen, is het aantal sindsdien sterk gekelderd, met als (voorlopig?) sluitstuk de RegioBank te Leeuwarden. Bankovervallen bestaan vanaf eind jaren 1960, zodat we dus een periode van zo’n vijftig jaar achter de rug hebben met een tak van criminaliteit die sterk tot de verbeelding heeft gesproken. Banken als begerenswaardig object zijn inmiddels grotendeels vervangen door juweliers, maar ook particuliere woonhuizen. De misdaad heeft nieuwe werkterreinen aangeboord; er is wéér een ‘bedrijfstak’ verdwenen.

Net als bij andere vormen van criminaliteit, had zich onder bankovervallers een proces van professionalisering voorgedaan. Ik heb twee promovendi gehad die zich uitvoerig met het verschijnsel  bezighielden; ze ondervroegen overvallers binnen en buiten de gevangenis en wisten diep door te dringen tot het bestaan van deze specialisten. Als er over een bankoverval in de media werd bericht, wist je snel hoe de vork in de steel zat. Als er geschoten was, dan waren het beginnelingen. Echte professionals hebben aan de toon die ze aanslaan en het soort teksten dat ze spreken genoeg om hun slachtoffers te intimideren en naar hun hand te zetten. Geen behoefte aan wapengekletter — integendeel, dat bezorgt ze alleen maar een slechte naam en leidt tot hogere straffen als het misgaat. In de gevangenis zijn de statusverschillen tussen de ‘grote jongens’ en de beginnelingen evident. Met amateurs praat je niet, wegwezen!

Professionals beschikken over speciale kennis en vaardigheden en bankovervallers zijn in dat opzicht niet anders dan notarissen of metselaars. Handigheid met de vingers is misschien niet zo van belang, dat is meer voor zakkenrollers, maar slimheid, taalvaardigheid, organisatietalent en presentatie deste meer. Het object moet worden uitgezocht en in kaart gebracht, de vluchtwegen, de omstandigheden; in het algemeen moet de bankovervaller zijn weg weten in het doolhof van justitie: hoe ga je om met politie, advocaten, rechters? Wat zeg je tegen ze? Wat juist niet? Het gaat over kennis en inzicht die up-to-date en relevant zijn. De gevangenis is een leerschool bij uitstek, een paar jaar ‘zitten’ is van onschatbare waarde, ook voor het opdoen van nuttige contacten.

Een en ander veronderstelt het lidmaatschap van groepen en onderlinge samenwerking en daarmee ook een zekere mate van ‘differentiële associatie’. Je kunt als bankovervaller beter niet al te veel vrienden hebben onder volk dat iets over je achtergrond wil weten en dat begint al bij de kinderen. Wat zeggen die op school als klasgenootjes vragen wat hun vader doet? De lone wolf, hoogst gespecialiseerd en altijd in z’n eentje op pad, spreekt tot de verbeelding van het grote publiek en is vereeuwigd in talloze boeken en films, maar komt in de praktijk vrijwel niet voor. Criminele codes leer je van elkaar en zijn bedoeld om elkaar uit de wind te houden als het zo uitkomt. De snitch is niet voor niets geliefd in Hollywood, hij vertegenwoordigt de schending van het zwaarste taboe in de onderwereld. Omertà.

Als de krant gelijk heeft en we inderdaad de allerlaatste bankoverval in Nederland hebben gehad, is er een mijlpaal bereikt. Maar tegelijkertijd is dat het einde van een fonds van opgehoopte kennis en vaardigheden. Een bijzondere vorm van kapitaalsvernietiging.