In de krant komt een Zuid-Afrikaanse activist aan het woord. Hij legt de wortels van de ‘beeldenstorm’, die nu door een deel van de wereld raast, voor ons bloot (NRC, 12 juni 2020). De beeldenstorm die nu slavenhouders en koloniale helden de kop kost, begon aan de voet van de Tafelberg, aldus de beginzin van het artikel. En de initiator was, naar eigen zeggen, Chumani Maxwele, student politieke wetenschappen aan de Universiteit van Kaapstad. Vijf jaar geleden smeet hij een emmer poep tegen het standbeeld van Cecil Rhodes op de campus van zijn Universiteit. De autoriteiten spraken er schande van, maar Maxwele had een waardevolle bron aangeboord: de poep bracht veel van zijn medestudenten op de been om eveneens te protesteren tegen de aanwezigheid van het beeld. Met succes, de omstreden Rhodes werd inderdaad na een maand verwijderd. Onlangs hebben duizenden Britse studenten gedemonstreerd tegen een ander standbeeld van Rhodes, op het terrein van Oxford University. In de gemeente Poole waren de autoriteiten de demonstranten te vlug af: het standbeeld van Robert Baden-Powell, vader van de padvinderij, werd verwijderd voordat het protest tegen zijn aanwezigheid goed en wel tot stand kwam. Maxwele, overigens een dubieuze figuur, is trots. De beeldenstorm is een overwinning voor het gedachtegoed uit het mondiale zuiden van de wereld, zoals hij het geleerd uitdrukt. Maar de wortels van de protestbeweging gaan nog dieper weet hij, en hij doet bescheiden een stapje terug: We staan op de schouders van Martin Luther King, van Steve Biko. De zaak is groter dan individuen, groter dan ik. Wat we nu over de hele wereld zien, is de oogst van het zaad dat zij hebben geplant.

De beeldenstorm houdt niet alleen huis in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië, maar zelfs in België. Kolonistenkoning Leopold II wankelt plots op zijn sokkel, bericht de Brusselse correspondent van de NRC, wat eerder onmogelijk bleek, gebeurt nu toch: Belgische steden en universiteiten verwijderen verwijzingen naar de omstreden voormalige koning. Of we dit ook op het conto van Maxwele kunnen schrijven valt nog te bezien, de journalist wijst erop dat het ‘postkoloniale debat’ al sinds de jaren negentig wordt gevoerd. Zeker de laatste jaren liet een nieuwe generatie voor jonge vrouwen van Congolese afkomst van zich horen. Het bekladden van Leopold II-standbeelden heeft tot gevolg dat een parlementaire commissie zich bezig zal gaan houden met het koloniale verleden van België en met de periode daarvóór: de Congo-Vrijstaat, het persoonlijke project van de koning. Sommigen spreken zelfs van mogelijke excuses aan de Congolezen (neem ik aan, LB). Voorzichtig, dat wel. Excuses zijn dikwijls een voorbode van herstelbetalingen, daar kun je maar beter niet al te scheutig mee zijn. Maar bovendien: de huidige Belgische koning is een nazaat van Leopold II en het is maar de vraag of hij een kwaad woord over zijn omstreden voorouder zal tolereren. Je moet toch een beetje voorzichtig zijn met die gekroonde hoofden, daarin spelen zich vele duistere gedachten af. Dat geldt zeker voor Leopold II.

Bij de onafhankelijkheid van België gold als voorwaarde dat het land een constitutionele monarchie moest zijn; de koning werd aan banden gelegd. Het principe van de permanente neutraliteit was bedoeld om de machtsbalans in Europa te bewaren, België mocht geen dwaze avonturen ondernemen. De koning liet het er niet bij zitten. Hij was buitenmodel in zijn voorkomen—altijd de langste in het gezelschap, een neus als een skipiste en een baard die als een waterval over zijn borst schuimde; dol op kleine meisjes maar eigen dochtertjes die voor hem wegvluchtten als hij in de buurt was—en buitenmodel in zijn ambities. Terwijl andere mogendheden, soms onder leiding van Leopolds familieleden, de wereld in snel tempo koloniseerden, moest hij met lege handen staan toekijken. Dat nooit. Hij reisde naar Egypte, India, China en bedelde vergeefs bij de koningin van Spanje om hem de Filippijnen af te staan en probeerde ook vergeefs een stuk van Borneo in te lijven. Zuidoost Azië trok hem wel, maar hij kreeg er geen voet aan de grond. Met lede ogen zag hij aan dat Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk inmiddels in rap tempo bezig waren Afrika op te delen en in 1870 richtte hij de Association Internationale Africaine op met het doel: het oprichten van ‘stations’ in Afrika die aan handel en geografisch onderzoek waren gewijd, waarmee tevens de ‘verlichting van de inheemse bevolking’ ter hand genomen zou kunnen worden. Leopold was algemeen voorzitter en overal in Europa en de Verenigde Staten kwamen afdelingen van de AIA tot stand onder leiding van ‘ons soort mensen’, generaals, hertogen, prinsen.

 


De held van Belgiē

In 1878 vond een historische ontmoeting plaats tussen de koning en Henry Morton Stanley. De Britse ontdekkingsreiziger had zojuist zijn Through the Dark Continent gepubliceerd, een spectaculair verslag van zijn ‘ontdekking’ van de Congo-rivier. Het boek was een ongekende bestseller en maakte Stanley in één klap wereldberoemd. Hij was terug in Europa om geldschieters te vinden die hem in staat zouden kunnen stellen om zijn Afrikaanse reizen voort te zetten. In het Verenigd Koninkrijk had Stanley weinig succes, maar koning Leopold nodigde hem meteen uit in het paleis en een paar weken later vertrok Stanley opnieuw naar Afrika, nu onder de hoede van het Comité d’Études du Haut-Congo en op kosten van de koning. Beide heren hadden een strategisch plan uitgewerkt. Langs de oevers van de Congo zou Stanley militair-administratieve posten vestigen van waaruit het achterland kon worden ingericht naar het model van moderne Europese staten. Onder die omstandigheden kon er vredig handel worden gedreven en zou er recht en orde heersen, de slavenhandel zou bovendien worden uitgeroeid. Strategisch, omdat het dus niet ging om het stichten van een Belgische kolonie maar om een persoonsgeboden ‘liefdadigheidsproject’, Congo-Vrijstaat. Dankzij een uitgekiende diplomatieke lobby krijgt Leopold er de handen voor op elkaar. De Verenigde Staten spreekt bij monde van president Chester Arthur het volle vertrouwen uit in de onderneming, andere staatshoofden volgen. De voorwaarden die aan het project worden gesteld zijn duidelijk: de opzet van een vrije markt, bestrijding van slavenhandel en slavernij, de ontwikkeling (dus: kerstening) van de inheemse volken en het verbod op enigerlei vorm van Belgische inmenging. Het gaat om een gebied ten zuiden van de Congo-rivier van omstreeks drie miljoen vierkante kilometer, vijfenzeventig maal zo groot als België, met een bevolking van ongeveer veertig miljoen zielen.

Hoewel Leopold nooit één stap op Afrikaanse bodem heeft gezet, werden alle belangrijke beslissingen toch in Brussel genomen. Leopold lapte alle voorwaarden aan zijn laars en betrok steeds meer Belgen bij zijn onderneming; het open, internationale karakter maakte plaats voor enghartig provincialisme. De enige ‘vrijheid’ van de Congo-Vrijstaat, aldus historicus Maya Jasanoff, was de speelruimte die Leopold II had om te doen en laten waar hij zin in had. Leopolds privéleger, de Force Publique heeft verwoestingen, dood en verderf gezaaid, volgens waarnemers erger dan de Nederlanders in Atjeh of Ambon of de Spanjaarden  in Centraal-Amerika. Adam Hochschild, auteur van King Leopold’s Ghost: A Story of Greed, Terror and Heroism in Colonial Africa laat zien dat door toedoen van de koning minstens vijftig procent van de lokale bevolking is uitgeroeid, tussen de vijftien en twintig miljoen mensen. Als dat klopt mogen we de koning bestempelen als een van de grootste misdadigers uit de geschiedenis, in de league van zulke frisse jongens als Stalin, Mao, Hitler, Pol Pot. Hoe moeten we dat noemen?, vraagt Hochschild. Is dat geen meedogenloze destructie van levens? Dat is inderdaad precies de omschrijving die het woordenboek gebruikt voor de holocaust (met een kleine letter h).

De gruwelijke details van Leopolds bewind zijn genoegzaam bekend, ik heb er elders (Republikein, jrg. 14, nr. 1, maart 2018) uitvoerig melding van gemaakt. Wat me bij de beschouwingen over de huidige beeldenstorm opvalt, is de totale veronachtzaming van oppositie tegen Leopold en de zijnen en de protesten die hen ten deel zijn gevallen toen ze nog volop actief waren. Tegen Leopold is een internationaal vertakte beweging in het geweer gekomen, gesteund door politici, wetenschapsmensen en beroemde schrijvers als Mark Twain en Sir Arthur Conan Doyle. Over het schandaal van de Congo zijn talrijke boeken geschreven, er bestonden gespecialiseerde tijdschriften waarin het optreden van Leopold en zijn benden werd gedocumenteerd. Als je nu de kranten leest, zou je kunnen denken dat Maxwele het onrecht voor het eerst ontdekt heeft, nou vooruit, misschien Steve Biko. Komt het omdat de ‘actievoerders’ van destijds niet de juiste kleur hadden? Of is het gewoon pure onnozelheid?

 

naschrift (2 juli 2020): de kogel is door de kerk! De Belgische koning Filip heeft ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid verklaard de ‘diepste spijt’ te hebben van wat namens België en namens Leopold II het land is aangedaan — anders dan zijn broer Laurent, die het juist voor Leopold opnam. Excuses konden er niet af, uiteraard, een koning gaat tenslotte niet door het stof en zeker niet voor dit akkefietje.

 

illustraties
Leopold II; bron: dagelijksestandaard.nl en nos.nl (de kop met rode verf)