In Azië Magazine (27e jrg, no 149, december/februari 2014: 60, 61) stond een klein interview afgedrukt dat Alexander Reeuwijk afnam van Dick Plukker en mijzelf naar aanleiding van De bittere waarheid, dat eind vorig jaar verscheen bij Rozenberg Publishers/India Instituut. In dat boek zijn vele tientallen ‘zeer korte verhalen’ uit India samengebracht die we samen de afgelopen paar jaar hebben vertaald. ‘Kijkje achter de voordeur van India’ heet het stuk en dat lijkt me een gepaste titel, want inderdaad, de verhalen laten een licht op dat land schijnen waardoor je dingen ziet die je anders zelden ziet, zeker niet in deze concentratie. De afgelopen tijd is er diverse malen in de nieuwsmedia gerapporteerd over een paar spectaculaire verkrachtingen en ik herinner me dat verschillende mensen in mijn omgeving nogal geschokt waren. India is voor velen het zachtmoedige land van Mahatma Gandhi, geweldloosheid, yoga, mystiek, heilige koeien, dromerige muziek, vreedzame asrams, vegetarisme, hippies en hashish. Het zeer korte verhaal haalt je uit die droom.

Het schrijven van zeer korte verhalen, in het Hindi लघुकाथा oftewel laghukatha, kent een lange traditie in India, zeker vanaf het midden van de negentiende eeuw, toen het moderne Hindi vorm kreeg, maar vermoedelijk al van langer geleden. William Dalrymple beschrijft in zijn schitterende studie van de laatste Moghulkeizer — Bahadur Shah Zafar — dat er omstreeks 1850 in steden als Delhi en Lucknow een bloeiend literair leven bestond in salons en koffiehuizen, waar mensen gedichten declameerden en korte schetsen voordroegen, vaak maatschappijkritisch van aard en gericht tegen de machthebbers; van een democratie met georganiseerde oppositie was toen geen sprake. Zulke salons vormen ook de achtergrond in de fascinerende roman over courtisane Umrao Jan Ada van schrijver Mirza Mohammad Hadi Ruswa. Via het korte verhaal werden misstanden aan de kaak gesteld en als je niet kon lezen en schrijven kon je het verhaal aanhoren en doorvertellen. Grote schrijvers als Premchand, later Saadat Hasan Manto en Ismat Chughtai, hebben het genre met verve beoefend en op een hoog plan gebracht. De stukjes van de laatste twee, beiden afkomstig uit een Islamitisch milieu, over de Partition (de onafhankelijkheid van India en Pakistan) zijn onnavolgbaar en onvergetelijk.

Laghukatha kreeg een geweldige stimulans onder het schrikbewind van Indira Gandhi, die in de jaren 1970 de Emergency uitriep en vele tienduizenden politieke tegenstanders liet opsluiten, maar bloeit nog steeds, met name ook in de diaspora, uiteraard mede mogelijk gemaakt en aangewakkerd door het gemak van de electronische communicatie. In De bittere waarheid hebben we geput uit verzamelbundels, maar ook uit internetpagina’s en gespecialiseerde tijdschriften. Het zeer korte verhaal bestaat uit dialogen, soms monologen, reportages of scènes. Onderwerpen: corruptie, het kopen van stemmen bij verkiezingen, machtsmisbruik, religieuze tegenstellingen, vooral tussen Moslims en Hindoes, de bruidsschat, gearrangeerde huwelijken, armoede, criminaliteit, uitbuiting. En, inderdaad, ook verkrachting en andere vormen van geweld. India is in diverse opzichten een meedogenloze samenleving met onvoorstelbare contrasten in maatschappelijke positie en levensstijl; deze kant van India komt in de korte verhalen pregnant tot uiting.

Door de interviewer van het Azië Magazine wordt gevraagd voor wie we de zeer korte verhalen eigenlijk hebben vertaald. Dick Plukker geeft het juiste antwoord: ‘Eigenlijk voor iedereen die India en de Indiërs beter wil begrijpen’, zegt hij, ‘Vooral ook voor mensen die naar India gaan’.