Gaetano Donizetti schreef omstreeks zeventig opera’s, maar Lucia di Lammermoor, naar Sir Walter Scott’s The Bride of Lammermoor, is zijn bekendste en is vanaf de eerste opvoering in Napels, september 1835, hoog op het internationale operarepertoire blijven staan. Lucia heeft alle ingrediënten die de Italiaanse opera onweerstaanbaar maken: meeslepende muziek, opwindende zangpartijen, een herkenbaar verhaal over macht en machtsmisbruik, een overvloed aan tranen en grote plassen bloed. Iemand heeft ooit opgemerkt dat de meeste negentiende eeuwse Italiaanse operacomponisten hun werkstukken in feite altijd hebben gebaseerd op Romeo en Julia. Overdreven, natuurlijk, maar misschien zit er toch iets in. Lucia is verliefd op Sir Edgardo di Ravenswood (Edgar), maar wordt door haar broer (Lord Enrico Ashton; Henry) met leugens, list en bedrog gedwongen om een huwelijk met Lord Arturo Bucklaw (Arthur) te sluiten. Enrico meent dat alleen zo’n huwelijk hem van een politiek en financieel bankroet kan redden en zijn zuster heeft maar te doen wat in zijn belang is. Het drijft haar tot waanzin, doodslag en zelfmoord en dit drijft haar geliefde Edgar eveneens tot zelfmoord. Lucia’s waanzin-aria is een hoogtepunt van het belcantorepertoire, ondanks het feit dat waanzin-aria’s vaker voorkwamen in de opera. Donizetti schreef er niet alleen eentje voor Lucia, maar ook een voor Anna Bolena en voor Linda di Chamounix in de gelijknamige opera’s. Bellini schreef ze voor Elvira in I puritani en Imogen in Il pirata. Donizetti-kenner Friedrich Lippmann merkte op: in de romantische Italiaanse opera’s waren deze waanzin-scenes doorgaans beklemmender dan sterfscenes — ze waren uitdrukkelijk bedoeld om far piangere, ‘tranen te trekken’.

lucia

 

 

 

 

 

 

Lucia di Lammermoor is razendsnel gemonteerd, het verhaal wordt zonder veel omwegen verteld, bijna Mozartiaans. De muziek neemt je aan de hand mee, al bij het voorspel hoor je de sombere dreiging en de spanning, af en toe afgewisseld met korte oprispingen van hoop en vreugde. Dat contrast komt meer dan levensgroot tot uiting als Lucia bebloed uit het huwelijksbed stapt — ze zingt dat ze aan de vijand ontsnapt is, dat haar stap onzeker is en een ijzige koude in haar hart is binnengedrongen, maar ook dat ze de vreugdemuziek hoort voor haar huwelijk met Edgardo, dat er wierook brandt en dat hun verbintenis door de hemel bezegeld zal worden.

Donizetti spaart geen gevoeligheden. De achteloze manier waarop Enrico zijn zuster verraadt en aan zijn beoogde politieke medestander koppelt, kent geen spoor van sentimentaliteit. Er wordt haar een vervalste brief van Edgardo in handen gedrukt waarin hij zijn ontrouw openbaart en het volgende moment krijgt ze te horen dat haar bruidsbed klaarstaat en dat haar alternatieve echtgenoot Arturo in aantocht is. Voordat Arturo zijn beloofde Lucia in de armen kan sluiten, wordt hem nog even wijsgemaakt dat de tranen in haar ogen veroorzaakt zijn door verdriet om haar gestorven moeder. Meedogenloos.

De kracht van de opera zit ook in de tekst van librettist Salvatore Cammarano, die ten tijde van Lucia nog een beginneling was, maar zich later ontpopte als grootmeester van wat Giuseppe Verdi altijd de parole scenica noemde: de theatrale woordenschat die zo wondewel paste bij de emotionele inhoud van het verhaal. Zelfs als debutant wist Cammarano van wanten. Als Enrico vernomen heeft dat zijn zuster ‘verkering’ heeft met zijn vijand Edgardo zingt hij: ‘cruda, funesta smania; tu m’hai svegliato in petto! è troppo, è troppo orribile; questo fatal sospetto!; mi fa gelare e fremere… solleva in fronte il crin‘ (je wekt een gemene, dodelijke haat in me op! deze verschrikkelijke verdenking is te afschuwelijk! ik word er koud van, ik ril… en mijn haar staat recht overeind). Later zingt Lucia over het bedrog van haar broer ‘il mio strazio… il mio dolore; perdonare ti possa iddio l’inumano tue rigor e il mio dolor‘ (mijn verdriet… mijn pijn; misschien zal God je ooit vergeven dat je je zo onmenselijk wreed hebt gedragen en dat je me zoveel lijden hebt bezorgd). Als je het Italiaanse zangers hoort zingen, met hun duidelijke articulatie en de juiste klemtonen, gaan alleen al vanwege deze woorden duizenden scheuten door je heen.

Donizetti

 

 

 

 

 

 

De opera heeft talrijke momenten van grote schoonheid, ook instrumentaal: een schitterende partij voor de harp, ook voor de fluit en — op het eind van de opera, als Edgardo de hoop uitspreekt dat hij met Lucia in de hemel verenigd zal worden — de cello. De passages waar twee, soms drie of vier personages tegelijk zingen, ieder met hun eigen besognes en gedachten, zijn hoogtepunten in de operaliteratuur. Je hoort wel eens dat meesterwerken onder druk tot stand komen. Dat zou kunnen gelden voor Lucia di Lammermoor — het werk werd in ruim één maand geschreven. Zelfs voor Donizetti was dit snel.