Over criminaliteit en terrorisme is van alles te doen, maar wat me de laatste tijd vooral opvalt zijn resultaten van onderzoek, onderzoek naar het verband tussen deze verschijnselen. Het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving verrichtte onderzoek voor Politie en Wetenschap; ik haal dit bericht uit de krant (NRC Handelsblad, 24 augustus 2018) dus wat deze instellingen precies voorstellen, weet ik niet. De auteurs van het krantenverslag leggen er de nadruk op dat het gaat om een onafhankelijk onderzoek. Wat dat in deze context betekent, weet ik trouwens evenmin. Is het onderzoek daarmee degelijk? Betrouwbaar? Niets waard?

De onderzoekers zouden een verband hebben laten zien tussen criminaliteit en terrorisme. De kop boven het stuk gaf het aan: Via winkeldiefstal en inbraak naar terrorisme. Van bijna 300 terroristen werd vastgesteld dat ruim de helft (60%) bij de politie bekend stond als criminelen. En de krant vult aan dat er al eerder is geconstateerd dat er een overlap zou bestaan tussen criminele en jihadistische netwerken. De auteurs wijzen op de Belgische broers El Bakraoui die uit het gangstermilieu afkomstig waren voordat ze zich opbliezen bij het Brusselse vliegveld van Zaventem en op de Nederlander Samir A. die overvallen pleegde voordat hij plannen maakte voor aanslagen op politici. De nieuwe studie toont aan dat zij geen uitzonderingen zijn waar het aankomt op een crimineel verleden, verduidelijken de NRC Handelsblad-auteurs. Ook de profielen van terroristen en criminelen vertonen duidelijke overeenkomsten: overwegend laag opgeleid, werkloos, levend van een uitkering.

Op de dag af een maand later opnieuw een groot gebracht artikel in dezelfde krant (NRC Handelsblad, 26 september 2018) over onderzoek naar terrorisme, voor een deel gevloeid uit dezelfde pen als het eerdere stuk. Ditmaal is het onderwerp vooral de financiering van onderzoek naar terrorisme door de tabaksindustrie: Philip Morris wilde weten of er een verband zou kunnen bestaan tussen terrorisme en smokkelpraktijken, meer in het bijzonder de smokkel van sigaretten. Jaarlijks zouden er zo’n 45 miljard sigaretten illegaal worden verhandeld, bijna 10% van de jaarproductie. Allerlei vooraanstaande onderzoekers hebben aan dit project hun naam verbonden, maar de uitkomst was voornamelijk negatief: er zijn maar een paar voorbeelden gevonden van jihadisten die hun terroristische acties uit de opbrengsten van sigarettensmokkel hebben betaald. De auteurs van het krantenstuk laten deskundigen aan het woord die hun neus ophalen voor het onderzoek. Iemand noemt de vraagstelling ‘vreemd’, een ander ‘eng’ – in de zin van beperkt. Een onderzoeker die daadwerkelijk heeft meegedaan aan het tabaksonderzoek heeft daar achteraf klaarblijkelijk spijt van en zegt zich ‘niet prettig te voelen’ bij de pogingen van Philip Morris om een verband te leggen tussen smokkel en terrorisme, want, zegt hij: dat is er niet.

 


Franse jihadist… of crimineel?

Binnen een maand is het ogenschijnlijk duidelijke verband tussen terrorisme en criminaliteit dus blijkbaar als bij toverslag opgeheven… wonderbaarlijk. Verschillende aspecten van de berichtgeving springen in het oog. Het zwaaien met termen als crimineel, terrorist, jihadist is uiteraard niet meer dan etikkettenplakkerij. Het gaat om formalistische, juridische begrippen die misschien thuishoren in de rechtszaal, maar daarbuiten een emotionele lading hebben en lang niet altijd duidelijk zijn en zeker niet voor iedereen hetzelfde betekenen. Als je criminelen en terroristen vergelijkt, dan moet je wel precies kunnen aangeven waarover je praat. De eerstgenoemde studie van Politie en Wetenschap laat grote overeenkomsten tussen beide categorieën zien, interessant, maar de criminelen uit het onderzoek zijn vergeleken met personen die van terrorisme worden verdacht. Hallo??? Misschien verdenkt iemand mij wel van afpersing, maar ben ik daarmee dan ook automatisch een afperser?

Bij de tabaksstudie is al helemaal niet duidelijk wat met wat vergeleken is. Dan kun je inderdaad, geheel en al vrijblijvend, van alles beweren, zoals terrorismedeskundige De Graaf, die in de krant laat optekenen dat het meeste terrorisme wordt gefinancierd uit legale middelen. Tja, zou het? Ze noemt één voorbeeld: de messteek van een lone wolf… dat kost niks. Maar hebben we het dan nog over terrorisme? Soms hebben omstanders van een steekpartij duidelijk gehoord dat de messentrekker Allah is groot schreeuwde (en wat betekent dat dan?), maar soms is na maanden onderzoek nog niet vastgesteld of er nou van terrorisme sprake was of ‘gewoon’, van een ‘verwarde’ persoon.

 


Hamburgse lone wolf

En dan dat ‘verband’. Als er tussen twee verschijnselen een verband zou bestaan, moet iemand toch op z’n minst uitleggen wat hij bedoelt met dat o, zo makkelijke woordje. Een oorzakelijk verband: lokt het ene verschijnsel het andere uit? En is een noodzakelijk verband ook voldoend noodzakelijk? Een statistisch verband: als verschijnsel A optreedt dan ook verschijnsel B? Een correlatie? Een familiegelijkenis? De onderzoeker die aangeeft dat er helemaal geen verband is tussen smokkel en terrorisme, maakt op buitenstaanders misschien een kloeke en moedige indruk, maar in feite zegt hij niets van enige betekenis. Hetzelfde geldt voor zijn tegenstander die beweert dat er juist wél een verband bestaat.

Dat je smokkel vaak tegenkomt als het over terrorisme gaat, is voor mij geen grote ontdekking, verband of niet. Grote gangsters in India, bij voorbeeld, zijn dikwijls nauw betrokken bij smokkelactiviteiten. Misschien niet zo gek in een land met vele duizenden kilometers kustlijn en een door-en-door corrupt staatsbestel. Vóór de zogenaamde ‘liberalisering’ van de economie van begin jaren negentig, bij voorbeeld, was goudsmokkel letterlijk en figuurlijk een ‘goudmijn’, maar behalve goud waren ook sigaretten en drank in trek als lucratieve smokkelwaar. Grote gangsters zijn tegelijkertijd angstaanjagende terroristen. Pikant is in dit verband de grootscheepse wapensmokkel: het is een activiteit die net zo goed voor ‘criminele’ als ‘terroristische’ doeleinden plaatsvindt. De verwoestende bomaanslagen die in Bombay plaatsvonden in het begin van 1993, werden met gesmokkelde wapens gepleegd, net als de latere aanslagen op de twee dure hotels in de stad (Taj Mahal en Oberon) en de lokale treinen.

Er is in feite nauwelijks onderscheid te maken tussen jihadisten of terroristen en de georganiseerde criminaliteit. Ik zou niet weten hoe, behalve op formele gronden in de rechtszaal. De grootste boef van India, Dawood Ibrahim, is jarenlang beschermheer van Osama bin Laden geweest. Ook bij beschouwingen over guerrillastrijders zie je vaak dat er een scherp onderscheid wordt gemaakt met ‘gewone’ criminelen. Onbegrijpelijk. Guerrillabewegingen houden zich in stand met roof, diefstal, moord en doodslag. Of kidnapping. Of bankovervallen. Of drugshandel. Zoals zogenaamde jihadisten in Syrië aan hun geld komen door kunstroof, afpersing, kidnapping en alles wat Allah misschien niet verbiedt, maar God wél. Verband of geen verband, dat is de tragische werkelijkheid.

 

illustraties
Dawood Ibrahim; bron: newspakistan.tv
Hamburgse terrorist; bron: thelocal.de
Franse terrorist; bron: newsvile.com