Ik volg de hoogste Engelse voetbalcompetitie, de Premier League; te vergelijken met de Nederlandse Eredivisie, de Spaanse La Liga, de Duitse Bundesliga of de Italiaanse Serie A, maar alleen wat vorm betreft; inhoud en kwaliteit zijn andere kwesties. Het spel in de Engelse competitie is, vergeleken met dat in Nederland bij voorbeeld, van een andere orde, en soms denk ik, van een andere wereld. Het is razendsnel, gaat gepaard met tomeloze inzet en vaak onnavolgbare tactische en technische hoogstandjes. Verrassend en bijna altijd ademloos spannend. Commentatoren bij Nederlandse eredivisiewedstrijden zijn soms geneigd om de tv-kijker na twee doelpunten, halverwege de wedstrijd, te bezweren dat de wedstrijd ‘gespeeld is’, ‘dood’, ‘niets meer te beleven’. Soms is dat ook wel zo, trouwens, maar wie heeft er nog zin om te kijken naar een ‘gelopen wedstrijd’. Bij Engelse wedstrijden moet je met dat soort laffe praatjes niet aankomen. Die competitie levert tal van situaties op waarbij de wedstrijd pas in de slotminuten beslist wordt. Een recent voorbeeld uit de wedstrijden van 1 en 2 december: de stadsderby van Liverpool tussen FC Liverpool en Everton. Door een merkwaardige ingreep van Evertonkeeper Jordan Pickford (ook eerste keeper van het Engelse nationale team), wist Liverpool pas in de allerlaatste seconde de winst veilig te stellen. Ik moest naar adem happen. Vroeger werd altijd gezegd dat de Duitse voetballers doorgingen tot het bittere einde, maar de spelers in de Premier League doen er bepaald niet voor onder. En, begrijpelijk, de tribunes zitten propvol; vijftig, zestigduizend toeschouwers en niet alleen opgeschoten hooligans, maar hele families: inclusief opa, oma, kinderen en kleinkinderen. Het professionele voetbal in Engeland is een aangelegenheid van honderden miljoenen euro’s, alleen al vanwege de transfersommen die jaarlijks omgaan, een miljardenbusiness.

Bij diezelfde Liverpoolse derby bekroop me plotseling een merkwaardige gedachte toen ik me realiseerde dat er van de tweeëntwintig spelers op het veld slechts één (1) was die ook daadwerkelijk in Liverpool geboren en getogen was, Trent Alexander-Arnold. En bij uitbreiding: soms staan er elftallen tegenover elkaar die zelfs  bijna compleet bestaan uit spelers met een niet-Britse nationaliteit. Ik zeg Brits en niet Engels: want ook spelers uit Schotland, Wales en Noord-Ierland hebben de Britse nationaliteit. En in het huidige tijdsgewricht denk je dan onwillekeurig aan het hete hangijzer van de Britse politiek: de positie van immigranten in het licht van Brexit. Een Oostenrijkse vriendin werkt aan de Universiteit van Cambridge, ze heeft er een huis gekocht en een vriendenkring gevonden… maar ze is buitenlandse en de vraag is wat er met haar gaat gebeuren als straks Brexit een realiteit is. Ondanks allerlei geruststellingen in haar omgeving, voelt ze zich tot in het merg onzeker. Kan ze na de Britse afscheiding van de EU nog wel in Engeland blijven werken, hoe zal het gaan met haar hele hebben en houden, vooral ook met het huis waar al haar geld in zit?

Brexit zal directe gevolgen hebben voor immigratie en de status van buitenlanders; je zou kunnen zeggen dat dit onderwerp misschien wel de belangrijkste motivatie voor veel van de Brexiteers vormt. De campagnes die aan het referendum vooraf gingen waren doordrenkt met angst voor vreemdelingen, zo niet regelrechte vreemdelingenhaat. We hebben er vele voorbeelden van gezien en je kunt die stemming nog steeds proeven tijdens de lopende debatten over de uiteindelijke deal die al dan niet gesloten zal gaan worden met de EU. De voorstanders van ‘leave’ doen me soms denken aan wat er eind jaren zestig in Groot Brittannië gebeurde. Ik bedoel in het bijzonder Enoch Powell, Conservatief Lagerhuislid, met zijn roemruchte Birmingham speech over de rivieren van bloed die in Groot-Brittannië zouden gaan stromen als gevolg van de aanhoudende immigratie. De reacties waren overweldigend, Powell kreeg vele tienduizenden brieven van medestanders, overwegend mensen die zich zorgen maakten over de toekomst van de Britse cultuur. De volksvertegenwoordiger was overigens een begenadigd spreker en een gerenommeerd classicus en dus in alle opzichten het tegendeel van platte populisten als de Nederlandse Wilders of Baudet.

Terug naar het voetbal. Stel dat alle buitenlanders als ongewenste vreemdelingen de grens over worden gezet als Brexit een feit is—ik weet het, dat zal niet gebeuren en zeker niet in de sector van ‘brood en spelen’ waarover we het nu hebben en ook zeker niet van de ene dag op, de andere—welke gevolgen zou het hebben voor de Premier League, de duurste en meest bekeken voetbalcompetitie ter wereld? Ik heb van een aantal clubs het aandeel buitenlanders geteld om de ‘schade’ op te meten. Laat ik beginnen met Manchester City, tot het weekend van 8 en 9 december 2018 koploper en door velen gezien als een zekere kandidaat voor het kampioenschap. Van de dertig spelers waaruit het eerste elftal wordt samengesteld—naast het elftal op het veld uiteraard ook de reserves en de spelers die in de diverse bekercompetities worden opgesteld—hebben er zegge en schrijve slechts 6 de Britse nationaliteit. De topspelers komen uit Argentinië, Algerije, België, Spanje, Brazilië, Portugal, Duitsland, Frankrijk. In de spectaculaire wedstrijd tegen Chelsea die met 2-0 verloren werd (8 december), deden vier Britten mee: Fabian Delph, Guy Walker, John Stones en Raheem Sterling, tegen het eind viel ook nog de jonge Phil Foden in. Overigens: bij Chelsea speelden maar twee Britse voetballers, en nog wel als invallers: Ross Barkley en Ruben Loftus-Cheek. Het internationale karakter van Manchester City wordt ook nog onderstreept door de trainersstaf: overwegend Spanjaarden onder aanvoering van manager Josep (‘Pep’) Guardiola. De eigenaar van de club is Mansour bin Zayed Al Nahyan; de naam suggereert het al: Midden-Oosten, oliedollars.

 


Pep Guardiola overlegt met Britse speler Raheem Sterling

Ik heb niet alle clubs doorgelicht, maar mijn indruk is dat het overal zo’n beetje op hetzelfde neerkomt, tussen omstreeks 20 en 40% van de contractspelers heeft de Britse nationaliteit. Manchester United heeft op 28 spelers er slechts 6 met de Britse nationaliteit, ruwweg 20%, net als het percentage bij Chelsea; bij Liverpool ligt het percentage een stuk hoger: bijna 40%, ongeveer gelijk aan dat bij Tottenham Hotspurs. Dit zijn de topclubs: veel geld en dus mogelijkheden om dure buitenlandse spelers te kopen. Maar bij ‘mindere clubs’ verschilt de situatie nauwelijks: West Ham United ruim 30%, Everton omstreeks 40%. Ook als het gaat om de leiding van de clubs zie je trouwens hetzelfde beeld. In de Premier League vind je maar weinig managers met de Britse nationaliteit: Eddie Howe (Bournemouth), Sean Dyche (Burnley), Neil Warnock (Cardiff), Roy Hodgson (Crystal Palace)—niet meer dan vier dus en, misschien niet toevallig, ze leiden bijna altijd clubs die in de onderste regionen verkeren. De overige managers zijn afkomstig uit Portugal, Frankrijk, Spanje, Argentinië, Duitsland, Italië, Chili, Oostenrijk.

 


De Catalaanse manager Guardiola en de Britse manager Neil Warnock

Nogmaals, het is maar een gedachtespelletje: stel dat binnenkort alle buitenlanders zouden moeten vertrekken. Het zou niet alleen desastreus zijn voor instellingen als de National Health Service met die enorme hoeveelheid buitenlandse artsen en verpleegkundigen en schoonmakers, maar dus ook voor het oer-Britse voetbal. Manchester City—gedoodverfde kampioen van de Premier League—zou nauwelijks zes spelers kunnen opstellen en geen manager of eigenaar meer hebben. Bij de andere clubs hetzelfde verhaal. Wie komt er dan nog kijken? Welk tv-station wil het nog uitzenden? Een ruïne blijft over en te vrezen valt dat dit aanzienlijk verder zal gaan dan alleen het voetbal. Het is helaas waarschijnlijk te laat om de Britten nog wijsheid toe te wensen.

 

illustraties
Pep Guardiola; bron: Getty Images
Pep Guardiola en Neil Warnock; bron: irishexaminer.com
Pep Guardiola en Raheem Sterling; bron: marca.com