Op 24 januari 1848 vond een incidentje plaats met gigantische gevolgen. Langs de American River, een veertigtal kilometers verwijderd van wat nu de stad Sacramento in Californië is, waren James Wilson Marshall en zijn partner John A. Sutter druk bezig met wat ze als hun levenswerk beschouwden: de bouw van een zaagmolen. Marshall zag iets blinken in het water dat de molen zou moeten aandrijven. Hij liep er naartoe, pakte het op. Het was een stukje metaal ter grootte van een halve erwt. Even later vond hij er nóg een. Hij wist niet zeker wat hij zag. Was het goud? Koper? Hij had ooit een gouden munt aangeraakt, maar die had een andere kleur. Hij liet de vondst aan zijn arbeiders zien, die in grote opwinding raakten, het was een goudklompje. Hij beloofde: als de molen klaar is, zullen we hier nog veertien dagen blijven. Wie weet wat we dan nog vinden.

Het was de start van een van de omvangrijkste migratiestromen uit de geschiedenis, de California Gold Rush. Honderdduizenden stroomden toe, vanuit de hele wereld en niet alleen naar Californië, dat nog maar net Amerikaans was, maar ook naar Nevada, Utah, Colorado, Mantana, Wyoming, tot in Klondike, Alaska. Een paar jaar later werd er ook goud gevonden in Australië, Canada, Nieuw-Zeeland. Zoals een historicus schreef: New gold strikes led to the arrival of new settlers, and that in turn increased the number of new gold strikes. As prospectors rushed from one Pacific bonanza to another, an ocean that had seen much less seagoing commerce than the Atlantic was suddenly crisscrossed by the activities of a sort of transoceanic community of fortune seekers. Naar schatting was het bedrag dat alleen al in Californië aan goud werd gedolven de eerste tien jaar ongeveer zeshonderdmiljoen dollar. Miners kwamen uit Ierland, Australië, Peru, Chili, Frankrijk, Mexico en zelfs China. Het nieuws van de goudaders had Hong Kong eerder bereikt dan de Amerikaanse oostkust en Chinezen maakten met vele tienduizenden de oversteek naar de ‘Gouden Bergen’, zoals Californië werd genoemd. Veelal onder de afschuwelijkste omstandigheden in gammele bootjes die soms meer dan honderd dagen over de reis deden.

De Goudkoorts kent in sterk geconcentreerde vorm allerlei elementen die een onderdeel vormen van de Amerikaanse Droom in het algemeen: een bijna mythisch beloofd land van vrijheid en gelijkheid waar het goud zomaar voor het oprapen ligt. Genoeg voor iedereen. Maar in de praktijk vormden de fortuinjagers geen dwarsdoorsnede van de bevolking, het ging voornamelijk om jonge mannen. De schrijver Mark Twain was een ooggetuige. Het was de enige bevolkingsgroep van een soort die de wereld nooit eerder heeft gezien en ook nooit meer te zien zal krijgen, schreef hij. Geen vrouwen, geen kinderen, geen grijze, kromgetrokken oudjes—niets anders dan kaarsrechte, snelle jonge reuzen met sterke handen en stralende ogen: de vreemdste en fijnste en dapperste gasten die ooit zijn neergestreken op de onthutste eenzaamheid van een onbevolkt land.

 


De regisseur/librettist

De woorden van Twain klinken door in de nieuwe opera van John Adams die momenteel wordt opgevoerd in het Amsterdamse Muziektheater. De tekst is bijeengezocht door regisseur Peter Sellars uit authentieke documenten: verslagen, beschouwingen, herinneringen. De miners Joe en Clarence zingen, als vertegenwoordigers van de goudzoekerkolonies, over die mannengemeenschap: It’s bone, it’s bone, it’s bone, it’s backbone, backbone, backbone. En Joe vult aan: Give me a man that’s all a man. A heart to feel, a mind to think, despite each base control; a tongue to speak, a hand to work. The pupose of the soul: of these and other goodly tokens. In Girls of the Golden West vertellen Adams en Sellars de geschiedenis van Californië, maar misschien ook wel van de Verenigde Staten in het algemeen. De muziek van Adams is hard en rauw, met zijn bekende felle contrasten, maar af en toe ook lieflijk en bijna romantisch. Hij houdt van Californië, onmiskenbaar, maar heeft een scherp oog voor de brute, wrede ontstaansgeschiedenis. Zoals je onder president Trump het ‘echte’ Amerika ziet: gebaseerd op geweld, leugens, bedrog, corruptie, intimidatie, racisme, geldzucht, uitbuiting, het recht van de sterkste en grootste bek, zo beleef je in de opera van Adams het ‘echte’ Californië. Ontluisterend, maar tegelijkertijd aangrijpend en fascinerend. De componist wist de ‘tijdgeest’ al feilloos te treffen in zijn Nixon in China, hij doet dat opnieuw in Girls of the Golden West. Zijn ‘palet’ is in de loop van de jaren alleen nog breder en rijker geworden. Magistraal, maar ja, ik ben een echte fan van Adams.

 


De hoer uit China

De solisten in Amsterdam zijn grotendeels gelijk aan die van de première in San Francisco van twee jaar geleden: indrukwekkende stemmen van Hye Jung Lee (Ah Sing), Davóne Tines (Ned Peters), J’Nai Bridges (Josefa Segovia), buitengewone acteerprestaties en een overdonderend koor (van De Nationale Opera), ten uitvoer gebracht door een toporkest met een topdirigent: Rotterdams Philharmonisch Orkest onder Grant Gershon. Het moet een helse opdracht zijn om er een overtuigend geheel van te maken, want de opera vertelt geen gemakkelijk verhaaltje dat is opgehangen aan één personage en zijn omgeving, zoals in het traditionele repertoire dikwijls het geval is. De teksten zijn divers van inhoud en vorm, maar ook van stijl. Soms een verteller, al dan niet geïllustreerd met handelingen op het toneel, dan weer een terugblik, of directe actie. Het houvast is steeds de muziek, met de karakteristieke instrumentatie van Adams—veel koper en slagwerk—en de kleine, makkelijk herkenbare motiefjes die door het hele werkstuk geweven zijn.

 


Wiens Vierde Juli?

De gemeenschap van goudgravers was bepaald niet zo idyllisch en heroïsch als (ook in de officiële) geschiedschrijving vaak wordt uitgedrukt. Van dat heldendom is lang geleden al veel glans verdwenen door dat andere meesterwerk over het onderwerp: John Huston’s film The Treasure of the Sierra Madre uit 1948 met een paranoïde psychopaat in de hoofdrol: de beste rol die Humphrey Bogart ooit heeft gespeeld. Adams en Sellars laten helemaal geen illusies over. Moordpartijen onder Indianenstammen in het goudzoekergebied (Some half dozen bucks, some squaws, some children and their bodies. Made short work of it), onverbloemd racistisch geweld, uitbuiting, prostitutie, intimidatie van vrouwen. Josefa steekt Joe Cannon neer die haar dreigt te verkrachten—ze wordt als een beest opgehangen, niemand die het voor haar opneemt. De positie van de Chinezen: vertrapt, verdoemd, bestolen en vernederd. En misschien wel het indrukwekkendste moment: de aria van de zwarte Ned Peters over de Vierde Juli. What is this celebration to me? The Fourth of July is yours, not mine. Above your national, tumultuous joy, I hear only the mourning of those whose chains, heavy and grievous yesterday, are rendered, on this day, all the more intol’rable by the jubilee shouts that reach them. Een tekst ontleend aan een toespraak van de ‘vader’ van de slavernijafschaffing, Frederick Douglass.

John Adams heeft het ware gezicht van het Amerika van Trump laten zien in al zijn lelijke grimassen. De Amerikaanse droom is onder zijn handen getransformeerd: een Amerikaanse nachtmerrie.

 

illustraties
John Adams; bron: washingtontimes.com
Peter Sellars; bron: asiasociety.org
Davona Tines; bron: redcurtainaddict.com
Hye Jung Lee; bron: thefashionography.com