Komt er een eind aan het isolement van Chinese Nederlanders? Kort achter elkaar las ik verschillende berichten in de krant die daarop zouden kunnen wijzen. Lotfi El Hamidi wijdde er een column aan in NRC Handelsblad (11 februari 2019); hij merkt op dat er in Nederland een lange traditie bestaat van vooroordelen en flauwe grappen over Chinezen, maar dat er misschien een kentering aan de gang is. Ter adstructie van zijn stelling wijst hij naar de Efteling waar allerlei exotische poppen vernieuwd zullen worden. Dat geldt ook ‘Chinese poppen’, die hij karakteriseert als: grote voortanden, spleetogen en brillen met jampotglazen. Je zou onwillekeurig even denken aan ‘Japanse poppen’, maar dat kan natuurlijk niet. Een zaakwaarnemer van etnisch Nederland met zo’n grondige kennis van Nederlandse tradities, kan zich uiteraard niet vergissen als het om dergelijke subtiliteiten gaat. Hij schenkt ook aandacht aan een ‘project’ van Julie Ng, Wij zijn meer dan babi pangan, opgezet om stereotypen te doorbreken. Kondigen deze zwaluwen een mooie zomer aan?

Veelbelovender dan het oordeel van de columnist over een pretpark lijkt me wat er in de Chinese gemeenschap zélf aan de hand is, structureel als het ware. De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft Kitty Lin, onderzoekster aan de Universiteit van Amsterdam, ingehuurd om zo’n 450 websites uit die groep in kaart te brengen. Prachtig idee! Uit de verzameling blijkt dat de Chinese Nederlanders in beweging zijn: een groot deel van de sites wordt onderhouden door ‘professionals’ (anders dan de eigenaren van Chinese restaurants en massage-instituten), bijna de helft is geschreven in het Nederlands en betreffen Nederlandse onderwerpen, waaronder een die het Mauritshuis tot onderwerp heeft.

Het bericht haalde in mijn herinnering een documentaire naar boven, al vele jaren geleden gemaakt voor de Nederlandse tv, die een nieuwe generatie Chinese Nederlanders belichtte. Inderdaad: professionals en volkomen geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, zonder de Chinese ‘roots’ te veronachtzamen. Ik weet niet meer wie de film heeft gemaakt, hoe hij heette en wanneer hij precies werd uitgezonden. In diezelfde tijd verrichtte een van mijn studenten onderzoek bij Chinese Nederlanders. Eenzelfde strekking. Als ik me niet vergis, was zij speciaal geïnteresseerd in de inrichting van de woningen van haar informanten: wat hadden ze aan de muur? meubilair? kleding? huisdieren? Opmerkelijk dat we over een reeks recentere immigrantengroepen—Marokkanen, Turken, Surinamers, Zuid-Europeanen—aanzienlijk beter geïnformeerd zijn dan over de Chinese Nederlanders.

Want wat weten we eigenlijk van deze immigranten, ook al heeft iedereen wel eens, of veel vaker dan eens, in een Chinees restaurant gegeten? Tot diep in de jaren zeventig van de afgelopen eeuw vrijwel niets. In de jaren zestig deden twee studenten in sociale geografie een (lofwaardige) poging een tipje van de sluier op te lichten, Menno Vellinga en Wim Wolters: De Chinezen van Amsterdam. Ze voerden hun studie uit in het kader van de Aziatische oriëntatie van (een deel van) de sociologie- en antropologiebeoefening aan de Universiteit van Amsterdam. In de jaren zeventig baarde de journalist Nico Polak opzien met enkele grondige stukken over de Chinese Nederlanders, voor onder andere de Haagse Post en Avenue. Steeds lag de nadruk op het gebrek aan integratie en de inzichzelfgekeerdheid van de Chinese gemeenschap. Als Chinezen van zich deden spreken, zoals in de jaren zeventig af en toe in heftige mate het geval was, had dat te maken met illegaal gokken, verdovende middelen en de zware criminaliteit die daarmee samenhangt, zoals afrekeningen tussen leden van concurrerende benden: schietpartijen in en rond de Amsterdamse Binnen Bantammerstraat en Zeedijk. Maar naarmate de Chinese gemeenschap van samenstelling veranderde en zeker sinds de komst van de Hong Kong-Chinezen na de machtsoverdracht van de Britse kroonkolonie, is het profiel van de Chinese Nederlanders vermoedelijk ingrijpend gewijzigd. De oude stereotypen over de ‘pindachinezen’, voor zover deze tenminste bestonden, voldoen al lang niet meer.

 


Chinese spoorwegarbeiders, plusminus 1880

De ‘lange traditie’ waar Lotfi El Hamidi over spreekt, beslaat hooguit honderd jaar. De Chinese immigratie in Nederland week aanzienlijk af van die in de Verenigde Staten, bij voorbeeld. De Chinezen waren aanvankelijk niet of nauwelijks zichtbaar en als er al sprake zou zijn geweest van ‘vooroordelen en flauwe grappen’, dateert dat vermoedelijk pas van ruim na de Tweede Wereldoorlog. In de Verenigde Staten kwam de Chinese immigratie in de negentiende eeuw tot stand. Het is zelfs bekend dat de allereerste volksverhuizers twee mannen en een vrouw waren die in 1848 met het zeilschip Bard Eagle arriveerden uit Hong Kong. De mannen gingen werken in de goudmijnen, de vrouw werd huisbediende bij een Amerikaanse familie die een tijdlang in Hong Kong had gewoond. Een paar jaar later was het aantal Chinese immigranten al gestegen tot meer dan tienduizend. Velen werden ingezet bij de aanleg van de grote spoorlijnen naar het Oosten—in talrijke Westerns wordt hun aanwezigheid uitdrukkelijk in beeld gebracht. Ze waren méér dan welkom. In 1850 vond een grote receptie voor de China boys plaats in San Francisco, georganiseerd door de burgemeester en de plaatselijke notabelen.

De omslag kwam in de jaren zeventig en tachtig toen de spoorwegen gerealiseerd waren en de legers Chinese ‘koelies’ op zoek gingen naar alternatieve arbeid, veelal in de landbouw en visserij. De aanvankelijke goodwill verdween als sneeuw voor de zon en maakte plaats, niet voor flauwe grappen en vooroordelen, maar voor openbare lynchpartijen, brandstichting, moord en doodslag. En… meedogenloze wetgeving die een eind moest maken aan de Chinese immigratie en het voor Chinezen praktisch onmogelijk maakte zich buiten eng omschreven getto’s (China Towns) te begeven, laat staan te wonen.

Zoals bekend arriveerden de eerste Chinezen pas na de Eerste Wereldoorlog in Nederland. Het ging om werknemers van de Britse handelsvloot, graag gezien door de reders vanwege hun geschiktheid om onder hoge temperaturen te werken als stokers. Ze konden ook worden ingezet als stakingsbrekers en namen genoegen met minimumlonen. Na de oorlog moesten de Britse soldaten aan werk geholpen worden en de regering drong erop aan de Chinezen te ontslaan—dit ondanks het feit dat er tijdens de oorlog heel wat Chinezen werden ingezet om lijken te bergen en loopgraven en andere verdedigingswerken aan te leggen. De reders verzetten zich aanvankelijk, maar wisten door de mazen van de wet te glippen door de Chinezen na afmonstering niet in Engeland te plaatsen maar in het buitenland. Zo kwamen veel Chinese zeelieden in Amsterdam en Rotterdam terecht: in afwachting van hun vernieuwde aanmonstering. In buurten als Katendrecht, vanouds bewoond met bootwerkers en kleine winkeliers, werden de Chinezen doorgaans vriendelijk ontvangen. Maar toen sloeg het noodlot toe: de scheepvaart schakelde over van kolen op olie en in 1929 brak de ‘Grote Crisis’ uit. De Chinezen werden op slag werkloos, van sociale ondersteuning was geen sprake, de woningen verkrotten, velen raakten in de schuld bij harteloze huisjesmelkers.

 


Chinees arbeiderskamp tijdens Eerste Wereldoorlog

In Nederland werd de situatie van de Chinezen bestudeerd door de jonge socioloog F. Van Heek die eerder was gepromoveerd op een historisch-sociologisch proefschrift over China. In 1936 publiceerde hij zijn rapport Chineesche immigranten in Nederland waarin de geschiedenis van deze groep nauwkeurig wordt gereconstrueerd, maar ook de treurige toestand waarin zij zich op dat moment bevindt wordt beschouwd. Ook toen was de criminaliteit een in het ooglopend probleem. Niet zozeer drugs als wel smokkel en in het bijzonder wapensmokkel. Met alle consequenties vandien: moordaanslagen, bendeoorlogen. De situatie was vrijwel uitzichtloos en Van Heek kwam uiteindelijk met een originele oplossing: hij schatte dat voor minder dan 100.000 gulden de totale Chinese gemeenschap uit Amsterdam en Rotterdam naar China kon worden teruggebracht. En dat was bepaald niet bedoeld als flauwe grap, maar als een daad van mensenliefde. El Hamidi zal huiveren bij de gedachte.

 

illustraties
Rapport F. Van Heek; bron: bolerium.com
Arbeiderskamp Eerste Wereldoorlog; bron: en.wikipedia.org
Spoorwegarbeiders; bron: tiogatours.nl