Dagdi Chawl is eenvoudig te lokaliseren in Mumbai. Hartje stad, zoals dat heet, middenin de wijk Byculla. Ter hoogte van de Mahalakshmi renbaan en de Haji Ali Dargah, tussen de lokale treinhaltes van Mahalaksmi Station en Byculla Station. Je bestemming is Jacob Circle, waar zeven straten op uitkomen; om het ronde plein heen loopt Saat Rasta, de naam zegt het al: ‘zevenstraat’. Aan de zuidkant een politiebureau—de Chori Bazar,  dievenmarkt, is dichtbij—en precies ertegenover, aan de noordkant, ligt Dagdi Chawl. Maar wie het adres gevonden heeft, is nog niet binnen. De journaliste Sheela Raval schrijft in haar Godfathers of Crime: iedereen in Mumbai weet dat de ijzeren toegangshekken van de chawl bescherming bieden aan een van de beruchtste misdadigers van het land, dit is het koninkrijk-annex-fort van de peetvader. Ze bedoelt Arun Gawli oftewel Daddy. Toen ze volgens afspraak de don zou interviewen, werd ze aan de poort opgewacht door een paar vrouwen. Ze moest haar perskaart laten zien en haar paspoort, haar tas werd omgekeerd en grondig doorzocht. Onder escorte werd ze naar een hoekhuis op het terrein van de chawl gebracht. Na een speciaal klopsignaal op de deur, klonk van binnen een stem: aat ya ho, kom binnen.

Ik las afgelopen week in NRC Handelsblad (1 augustus 2017) dat de commissaris van de koning in de provincie Gelderland zich grote zorgen maakt over de ‘infiltratie van criminelen’ in de Nederlandse politiek: bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2018, over ruim een half jaar, zullen we het meemaken. Een nachtmerrie voor bestuurders, stond in de krant. Ook anderen maken zich zorgen. Om het artikel nog maar even te volgen: Met name in Brabant waarschuwden bestuurders en deskundigen de afgelopen maanden dat de ‘onderwereld’ zo sterk en invloedrijk is dat de ‘bovenwereld’ er niet goed meer door dreigt te kunnen functioneren: het vertrouwen in de openbare orde wordt geschaad.

De belangstelling van criminelen voor de politiek ligt voor de hand, zou die ‘infiltratie’ niet allang hebben plaatsgevonden? In het locale bestuur gaat immers gevoelige informatie rond over bestemmingsplannen, vergunningen, politiebeleid. Sommigen hebben daar veel geld voor over; dat dateert niet van vandaag of gisteren. Hoewel een tijdje geleden de Tweede Kamer van hogerhand werd ingelicht dat er ‘enkele’ politieke ambtsdragers en hoge ambtenaren diensten verlenen aan criminelen, weet niemand op welke schaal zich dit voordoet. De krant citeert onderzoeker Emile Kolthoff: we weten meer niet dan wel.

De Indiase politiek ligt kilometers voor op Nederland als het hierom gaat, de infiltratie van criminelen vindt plaats zolang het land onafhankelijk is. Arun Gawli is een schoolvoorbeeld, iedereen kent hem. God brought me into this profession, verklaarde hij, toen hij eind jaren 1990 de politieke arena betrad met zijn eigen partij, de Akhil Bharatiya Sena, de beweging voor heel India. Daarvoor was hij ook al actief geweest in de politiek, zij het minder openlijk. Hij voerde hand- en spandiensten uit voor de in Mumbai machtige Shiv Sena-partij van Bal Thackeray: het intimideren of laten verdwijnen van politieke tegenstanders. Zijn glansjaren begonnen na de religieus geïnspireerde scheuring die zich in het begin van de jaren negentig voordeed in de plaatselijke zware misdaad: moslims versus hindoes. Gawli was opgegroeid met criminelen als Dawood Ibrahim en de zijnen, gezamenlijk hadden ze een eind gemaakt aan het criminele monopolie van de Pathans. De breuk ontstond toen de religieuze rellen van 1992/’93 werden afgebroken met een serie van dodelijke bombardementen, zwarte vrijdag. De honderden doden, duizenden gewonden en onmetelijke materiële schade werden toegeschreven aan een samenzwering van islamitische criminelen, onder leiding van de in Dubai gevestigde, zogenaamde D-company. Een ordinaire misdaadorganisatie ontpopte zich als een terroristische beweging. Gawli en andere hindoecriminelen namen afstand: met zulke moordpartijen wilden ze niet worden geassocieerd. Sindsdien werd Gawli openlijk geadopteerd door de leiding van de fel anti-islamitische Shiv Sena: zij hebben hun Dawood Ibrahim, wij hebben onze Arun Gawli. (Overigens is de geschiedschrijving over de georganiseerde misdaad in Mumbai van Sheela Raval een stuk genuanceerder dan ik hier weergeef, maar dat is iets voor een andere bijdrage). De innige verbroedering eindigde toen Gawli enkele prominenten uit de Shiv Sena liet vermoorden en zichzelf opwierp als politicus. Met succes; zijn dochter werd gekozen als gemeenteraadslid, zelf schopte hij het tot lid van het parlement van de deelstaat Maharashtra.

 


Daddy wordt weer eens opgebracht

Historicus Milan Vaishnav, auteur van When Crime Pays, merkt op dat Gawli in verrassend korte tijd de overgang maakte van gevreesd misdadiger tot succesvol politicus: his rags-to-riches story reads more like a screenplay for a summer Bollywood blockbuster than the bio-sheet of a rising politician. Maar Gawli is bepaald geen uitzondering, de overgang van lawbreaker tot lawmaker is al dikwijls te zien geweest in de Indiase politieke arena’s, zowel locaal, regionaal als nationaal. In een zogenaamde white paper klaagde de Indiase nationale regering zo’n vijftien jaar geleden over de ‘schande’ dat ‘verscheidene zware criminelen die zijn betrokken bij gevallen van moord, verkrachting, en roof een flink aantal zetels bezetten in het nationale parlement en de vertegenwoordigende lichamen van de deelstaat’. De situatie is alleen maar beroerder geworden. Gawli heeft bij elkaar jaren in de gevangenis doorgebracht wegens moordzaken, er lopen nog tientallen aanklachten tegen hem wegens moord, doodslag, afpersing, kidnapping. Maar, zoals hij zelf wel eens heeft gezegd: Violence and non-violence have their own place in society. It all depends on the situation. Vaishnav heeft trouwens een vooruitziende blik: er is inmiddels een Bollywood blockbuster gemaakt op basis van Gawli’s leven, Daddy. Op speciaal verzoek van zijn familie is de première uitgesteld tot september, want Daddy zelf zit voorlopig nog even vast.

De verknoping tussen politiek en misdaad heeft verschillende vormen. De oudste is misschien die van de misdadiger die smerige zaakjes opknapt voor een politicus. Het kapen van stembiljetten (booth capturing) of de gewelddadige belemmering van mensen om hun stem uit te brengen, zijn bekende soorten van zulke dienstverlening. Maar de politicus die, eenmaal in functie, besluit zijn  toevlucht te nemen tot criminele activiteiten, is eveneens een vertrouwd verschijnsel. Zo’n soort ‘politieke infiltratie’ kan voor commissarissen van de koning in bepaalde Nederlandse provincies toch geen onbekend fenomeen zijn. Een andere variant is een misdadige organisatie die zich omvormt tot een politieke partij: de ABS van Gawli is een voorbeeld—een partij die zich opwerpt als een soort beweging van Robin Hood in de arme buurten van Mumbai en daarmee veel goodwill verwerft. In andere delen van India, zoals West Bengalen, heeft de term mastanocratie zelfs ingang gevonden: de regering door mastans—criminele benden.

De ondermijning van het vertrouwen in de politiek en het bestuur, het groeiende populisme en individualisme zijn op zichzelf vruchtbare voedingsbodems voor de opkomst van criminele elementen in de politiek. Ik hoorde iemand zeggen dat het in Nederland niet zo’n vaart zal lopen, maar op dat optimisme zou ik mijn geld niet willen zetten.

 

illustraties:
Arun Gawli; bron: thehindu.com en mid-day.com