In het dagelijks leven komt het zelden voor dat mensen elkaar bedanken voor een kleine dienstverlening. Dat is onlangs zelfs uitgerekend: in Italië en het Verenigd Koninkrijk slechts één op de zeven keer, in andere landen nog aanzienlijk minder en in sommige talen bestaat er niet eens een woord voor ‘dankjewel’. Ik ontleen de wijsheid aan NRC Handelsblad (25 mei 2018), waarin Ellen de Bruin een onderzoekje ter zake aanhaalt dat verscheen in Royal Society Open Science. Het ging om het turven van video-opnamen van alledaagse interacties uit acht verschillende landen in Azië, Australië, Europa, Afrika.

Nederland zat er niet bij, jammer, want ik heb de indruk dat dit land een extreem ‘dankjewel-land’ is, ondanks de wereldwijde reputatie van gebrek aan wellevendheid en luidruchtige horkerigheid. Het zal wel per subcultuur verschillen, maar in de milieus die ik het beste ken, is het dankjewel niet van de lucht. Kleine kinderen krijgen het bijna met geweld ingepompt. Het stukje uit de krant speelde daarop in met de titel: En wat zeg je dan? Dankjewel! Dat is niet alleen een kwestie tussen ouder en kind, de godganse gemeenschap bemoeit zich ermee. Ik hoor het op verjaardagen als kinderen iets krijgen: grootmoeders, tantes, ouders, neven en nichten roepen het in koor… en wat zeg je dan? Persoonlijk kan het me niets schelen als een kind geen ‘dankjewel’ tegen me zegt. Ik weet uit eigen ervaring dat kinderen bij sommige gelegenheden—zoals Sinterklaas en verjaardagen—letterlijk overdonderd worden met pakjes. Mijn jongste zoon riep na drie pakjes altijd dat hij genoeg had, gelijk had-ie. Maar individuele overwegingen tellen niet, je wordt onherroepelijk in het stramien gedwongen.

Het bedanken is geformaliseerd, zoals ook andere uitwisselingen die ooit persoonlijk en misschien zelfs intiem waren. Als je jarig bent, krijg je soms een voorgedrukt kaartje met felicitaties toegezonden, al dan niet leeftijdsspecifiek. Ik had een klein meisje wat opgestuurd voor haar verjaardag en kreeg, een maand later, zo’n kaartje. Bedankt, stond erop, maar ook thank you, merci, gracias, danke en nog meer dankjewels (neem ik aan) in voor mij onbekende talen. In de hoek een rondje met een hartje, daaromheen speciaal voor jou. Het betrof overigens grotendeels huisvlijt, de voorgedrukte tekst was kennelijk ergens uitgeknipt en op een eigen kaartje geplakt met binnenin een zelfvervaardigde tekst.

 


O, ja, nog bedankt

In het krantenstuk bleven vele vragen onbeantwoord—het wereldnieuws vreet aandacht. Ik zou graag willen weten waar de verzoekjes die voor het onderzoek waren gefilmd, precies over gingen. Geef me het zout aan? Houd de deur voor me open? Wacht op me? Houd m’n fiets even vast? De onderzoekers hadden ook ‘bijvangst’: hoe liep het af met de verzoekjes? Soms werd er niet gereageerd, vaak werd er geweigerd, maar het merendeel werd onmiddellijk ingewilligd. In de reactie was er bijna niemand die ‘graag gedaan’ zei, of ‘geen dank’. Je zou niet alleen de ‘talige’ interactie willen kennen, maar ook de lichaamstaal: knikjes, handgebaren, oogcontact. Een aanzienlijk deel van onze alledaagse communicatie bestaat daar nu eenmaal uit.

De gebruikte taal kan dubbelzinnig zijn, zeker in combinatie met toonhoogte, articulatie en al die andere nuances waarmee je duidelijk probeert te maken wat je precies bedoelt. Of… juist onduidelijk maken wat je precies bedoelt. Het Nederlandse ‘alstublieft’ kent vele schakeringen. De beleefde aandrang bij een verzoek (‘zegt u er ook eens wat van, alstublieft’), de versterking van een verzoek (‘zet alstublieft die muziek wat zachter’), beleefdheidsfrase bij het aangeven van iets (‘alstublieft, uw thee’), antwoord op een vraag (‘wilt u nog een gebakje’… ‘alstublieft’), bevestigingsformule (‘het is om te sterven zo heet’… ‘alstublieft’), verbazing (‘alstublieft, ik wist niet dat hij dat in zich had’), maar ook diepe afkeer (‘zullen we hem nog eens uitnodigen?’… ‘alstublieft, zeg!’). Hetzelfde gaat op voor bedanken. Je bedankt voor een geschenk, maar je bedankt ook voor een uitnodiging als je verhinderd bent en je drukt er je afkeer mee uit: ‘zuurkool? bedankt, zeg!’. Het is een beleefde manier van iemand ontslaan, je lidmaatschap van een club opzeggen en misschien nog wel veel meer. De taal leeft.

De culturele context is cruciaal, lijkt me. Als je in India iemand een geschenk geeft, zul je normaal gesproken geen enkele reactie krijgen. Het pakje wordt onmiddellijk opgeborgen of weggelegd. De Nederlandse gewoonte om een cadeau meteen demonstratief uit te pakken—liefst in gezelschap—zou in veel Indiase kringen buitengewoon onbeleefd gevonden worden. Niet dat er gebrek aan belangstelling is voor giften. Ik was met een vriendin naar een afscheidsfeestje, ze zou een tijd naar het buitenland gaan en ze had haar vrienden en vriendinnen uitgenodigd in een feestzaaltje. Allerlei mensen hadden geschenken voor haar meegebracht, maar ik kreeg als haar begeleider de opdracht om deze allemaal in een tas te stoppen. Ik heb geen enkele keer iets horen zeggen als ‘asjeblieft’ of ‘dankjewel’. Maar toen we na afloop in een taxi naar huis reden kon ze geen seconde wachten om haar ‘buit’ te inspecteren. De pakjes werden gretig opengemaakt en van commentaar voorzien, soms bijtend. Voor mij wat het een eye-opener.

 


Beste wensen

Het roept de vraag op naar de achtergronden. Het Hindi kent wel degelijk beleefdheidsfrasen. Dhanyaavaad karnaa (धन्यावाद करना) betekent: iemand bedanken. Als je het beleefd wil doen, zeg je aapko bahut dhanyaavaad (आपको बहुत धन्यावाद): aan u of voor u veel dank. Mehrbaanii (मेहरबानी) kun je gebruiken om te zeggen dat iemand je een dienst heeft bewezen: aapkii mehrbaanii hai (आपकी मेहरबानी है), dat is erg vriendelijk van u. Bij alstublieft kun je de (beleefde) gebiedende wijs gebruiken, zoals piijie of liijie (पीजिए, लीजिए), drinkt u iets, neemt u iets.

Het ontbreken van bedankjes duidt, denk ik, op de aard van de betrekking tussen de partijen. Ik ken hetzelfde verschijnsel uit Noord-Afrika. In een voortdurende relatie, tussen familieleden, vrienden, dorpsgenoten, kastegenoten—en op abstracter niveau waarschijnlijk ook landgenoten—zijn beleefdheidsfrasen ondermijnend. Het is vanzelfsprekend dat je elkaar helpt (tot op zekere hoogte)—als je daarvoor bedankt, onderbreek je de relatie. Dan bedank je voor het lidmaatschap. Letterlijk. Mijn Indiase vrienden waren soms lichtelijk geïrriteerd door mijn ‘dwangmatige’ bedankjes voor van alles en nog wat. Stak ik de draak met ze? Was ik dan niet ‘als familie’?

Met de frase En wat zeg je dan, krijgen Nederlandse kinderen van jongsaf aan een harde les ingepeperd: je bent op jezelf, van niemand afhankelijk. Na ieder dankjewel is de relatie tussen ons weer helemaal open en is niets vanzelfsprekend. Voor mijn Indiase ‘familie’ een onverdragelijke gedachte.

 

illustraties:
wenskaarten; bron: wenskaartenshop.be; dailystyle.nl;lievekaarten.nl