De Amsterdamse Staalstraat

In het Amsterdamkatern van NRC Handelsblad stond vorig weekend (31 maart/1 april) een paginagroot stuk over de Staalstraat. Ook de Staalstraat moet er nu aan geloven, was de ondertitel, als toelichting op de kop: Kaas en ‘luxury ducks’. De auteur, Anouk Boone, signaleert een verontrustende ontwikkeling, de transformatie van een straatje met lokaal karakter tot een domein voor vooral toeristen. Deze verandering zou zijn af te lezen aan het winkelbestand in de Staalstraat, is de strekking. Wat er in de Staalstraat gebeurt, zo luidt het betoog, is eerder in de zogenaamde ‘9 straatjes’ te zien geweest. In feite is er dus ‘niets nieuws’ te melden, aldus de auteur, die daarmee de actualiteit van haar vondst meteen onderuit haalt.

Het artikel trok mijn aandacht omdat ik een paar maanden geleden op deze plek een paar bijdragen schreef over de Staalstraat, eerst over het straatje zelf, daarna nog eens over het fenomeen buurtwinkel. Wat NRC Handelsblad aan de orde stelt, constateerde ik ook: het grote verloop bij het winkelbestand. Maar terwijl de krant de komst van met name twee winkels als symptoom van de veranderingen ziet—een curieuze combinatie van een Italiaanse lunchroom met Stolkse boerenkaas en een winkel met badeendjes (Duck Store); wat het verband is tussen deze zaakjes kan ik met geen mogelijkheid bedenken—wees ik op een veel algemenere ontwikkeling. Daar gaat de krant niet op in, ondanks de pretentieuze opzet. Van de omstreeks vijfentwintig winkels in de Staalstraat zijn er het afgelopen jaar zo’n tien van eigenaar en bestemming veranderd, dat is dus bijna de helft. Als je wat langer teruggaat is de verandering nog spectaculairder. Sinds ik dicht in de buurt van de Staalstraat woon, heb ik verreweg de meeste winkels zien komen en weer zien gaan. Alleen verschillende horecagelegenheden zitten er wat langer, met name de drie cafés op en net om de hoek van de Staalstraat en de Kloveniersburgwal. Van de wat ‘traditionelere’ buurtwinkels ken ik de oude groentezaak nog en de slijterij, beide zo’n vijfentwintig jaar geleden verdwenen. De suggestie die van het krantenstuk een beetje uitgaat, namelijk dat we hier met een zorgelijke ontwikkeling van de laatste maanden te maken hebben, lijkt me misleidend. Niet alles is simpel en overzichtelijk.

Laten we het eerst eens worden over wat de Staalstraat precies is. Charmante driebrugverbinding tussen Munt en Waterlooplein, meldt de krant. Het neologisme ‘driebrugverbinding’ kende ik niet, maar ik vermoed dat de schrijfster bedoelt dat je drie bruggen vindt in de Staalstraat. Dat klopt dus niet. Tussen Munt en Waterlooplein vind je over de bedoelde route geen drie maar vier bruggen, en van die vier hoort er maar één tot de Staalstraat, het bekende Monetbruggetje over het water van de Groenburgwal. Vanaf de Munt kom je eerst in de Nieuwe Doelenstraat via de brug van het Rokin. Als je doorloopt in oostelijke richting, passeer je vervolgens de brug van de Kloveniersburgwal voordat je in de Staalstraat komt. Op het eind van de Staalstraat heb je het Waterlooplein nog niet bereikt, maar sta je op de Zwanenburgwal. Ook over het water hiervan ligt een brug. Die moet je nog over voor de markt en het gemeentehuis. Kniesoor die op al die details let, ik geef het grif toe.

 


Zicht op gemeentehuis vanuit de Staalstraat

De Staalstraat bestond altijd al bij de gratie van lokaal karakter, stelt de journalist parmantig vast. Wat deze zin betekent, ook grammaticaal, weet ik niet. We krijgen te horen dat er in de oorlog razzia’s werden gehouden waarbij enkele tientallen joden werden opgepakt. In die jaren kenmerkte de straat zich door karakteristieke buurtwinkels, zoals een boekhandel en sigarenwinkel. Welke jaren? Die van de oorlog en de razzia’s? Wat is een ‘karakteristieke buurtwinkel’? Boekhandel? Ach ja, het is maar een stukje in de krant, laten we er niet moeilijk over doen. Ik meldde in mijn eerder genoemde bijdrage over de Staalstraat dat nog in de jaren zeventig, vijftig jaar geleden, een slager te vinden was in de straat, een bakker, slijter, schoenmaker, melkboer, drogist. De laatste gevestigd in de Gulden Gaeper, nu een café met die naam. Dat soort winkeltjes bestaat allang niet meer, weggeconcurreerd door de supermarkten. De buurt heeft tegelijk een proces van gentrification doorgemaakt, dat trouwens nog niet afgelopen is. Oude fabrieken, pakhuizen en scholen zijn grondig verbouwd tot luxe appartementen met een koopkrachtig publiek dat niet primair lokaal georiënteerd is. Aan de Groenburgwal weet ik bijna tien hoogleraren te wonen, voor een deel met emeritaat, en nog een handvol andere universitaire functionarissen. Wat vroeger een groentezaak was, is nu een delicatessenwinkel, waar je ook nog voor je dagelijkse benodigdheden terechtkunt. De eigenaars drijven daarnaast een catering service voor chique partijtjes. De klanten uit de buurt zijn voor een deel mensen die je kent van radio en tv, uit de wereld van de journalistiek, wetenschap, entertainment, cultuur in het algemeen. Verschillende horecagelegenheden adverteren met een ‘theatermenu’ voor mensen die operavoorstellingen of balletuitvoeringen bezoeken in het Muziektheater.

De Staalstraat ligt in een ander soort buurt dan de befaamde ‘9 straatjes’ die de krant als maatstaf hanteert. Het zou meer voor de hand liggen, denk ik, om ter vergelijking te kijken naar de nabijgelegen Hoogstraten en St Anthoniesbreestraat. De Damstraat, Oude en Nieuwe Hoogstraat en Doelenstraat zijn stinkende goten geworden met gore snoepwinkels en anders smerig spul. Maar de verloedering is daar veel langer bezig. In mijn eerder genoemde bijdrage herinnerde ik aan de beruchte ‘pillenbrug’ over de Oudezijds Voorburgwal: de openbare ruimte werd in toenemende mate gedomineerd door de handel in drugs en geen fatsoenlijk mens wilde daar uit vrije wil in de buurt komen. De handel verplaatste zich in de loop der jaren van de ene brug naar de volgende brug en naarmate er meer politie op straat kwam, wisten de drugshandelaren zich beter te organiseren.

 


Etalage van de Duck Store

Wat toen de drugsoverlast was, is nu de overlast van toeristen geworden, de verloedering heeft zich uitgebreid en verdiept. Maar van zo’n ontwikkeling is in de Staalstraat geen sprake. Er heeft in de straat een jaar of wat weliswaar een speciale snoepwinkel bestaan, maar die ruimde spoedig het veld. Toch spelen op de achtergrond gevaarlijke krachten mee: de ook de NRC Handelsblad aangestipte huurverhogingen waardoor winkeliers het niet meer kunnen bolwerken en hun boeltje moeten pakken. Van het gemeentebestuur hebben we in deze kwestie helaas niets goeds te verwachten. Dat een idiote winkel als Duck Store zich in de straat vestigt is te betreuren, maar zolang de shoarma, patat en Argentijnse biefstukken buiten de straat gehouden kunnen worden, valt de schade mee.

 

illustraties
foto’s gemaakt door Lodewijk Brunt (copyright)

By |2018-05-16T09:41:55+00:00zondag 8 april 2018|Categories: Blog|Tags: , , , |Reacties uitgeschakeld voor De Amsterdamse Staalstraat