NRC Handelsblad (15 en 16 september 2018) vergaste de lezers afgelopen weekend op een proeve van how the other half lives. Nee, niet in de negentiende eeuwse betekenis van de onbekende, vaak armoedige volksmassa waar we als vertegenwoordigers van het welgestelde deel van de natie nooit mee in contact komen en een beetje bang voor zijn. Jacob Riis documenteerde die klasse in New York, met name de Bowery, in zijn gelijknamige rapportage uit 1890. Hij bezocht achterafsteegjes, Italiaanse, Chinese, Joodse en zwarte buurten, onderzocht de kleurbarrière, kinderen, paupers: de wrecks and waste van de stad, die in zijn dagen anderhalf miljoen inwoners telde. Honderdduizenden mensen waren gedwongen om te bedelen of afhankelijk van liefdadigheid. Een groot deel was utterly helpless, aldus Riis, die zijn inzichten omstandig ondersteunde met betrouwbaar statistisch materiaal, onder andere afkomstig van de Charity Organization Society. Weeskinderen, kreupelen en ouden van dagen waren er het beroerdst aan toe, anderen zouden geholpen zijn met werk, een klein deel bestond uit oplichters en beroepsbedelaars die ook hun kinderen meesleurden in hun heilloze loopbaan.

The other half van hier en nu zijn juist de allerrijksten onder ons, waar we misschien ook niet zoveel van afweten en een beetje bang voor zijn. Tien jaar na de grote bankencrisis van 2008 is het aantal miljonairs en miljardairs spectaculair toegenomen, internationaal, maar ook in Nederland. De superrijken beschouwen vastgoed als een interessant investeringsobject, dat geldt zeker voor objecten in steden als Londen en New York. Er wonen zo’n 125 miljardairs in New York alleen, Londen heeft er ongeveer 50, maar telt wel het grootste aantal multimiljonairs met minimaal 30 miljoen: in totaal bijna 4500. Amsterdam lijkt dezelfde weg op te gaan. De krant meldt dat er vorig jaar bijna 500 huizen van boven de 1 miljoen euro werden verkocht, bijna 25 huizen van boven de 3 miljoen. Project Dam3 heeft een penthouse in de aanbieding van 25 miljoen, het duurste appartement van de stad. Een aantal foto’s bij het genoemde artikel laat iets zien van het karakter van die ‘stulpjes’. Zoals de toelichting van een makelaar luidt: Penthouses zijn voor mijn klanten een geliefde woonvorm. Maar, voegt hij toe, daar moet wel iets extra’s bij. Een zwembad of eigen lift of een vijfsterrenhotelservice van pakjes aannemen tot het brengen van eten of drankjes. Eén klant verlangde een helikopterplatform, maar daarvoor kon geen vergunning worden verkregen. Voor zover je iets uit de afbeeldingen kunt opmaken, grijnst de smakeloosheid je trouwens tegemoet; in de krant wordt onder andere melding gemaakt van beroepsvoetballers als potentiële kopers. Tja. Die gingen vroeger naar villa’s in Vinkeveen, maar hebben blijkbaar nu ook de stad ontdekt. De embarrasment of riches, de traditionele Nederlandse terughoudendheid om je rijkdommen tentoon te spreiden, lijkt vandaag de dag verdwenen; bij het aanbod van de dure appartementen geeft juist het tegendeel de toon aan: conspicuous consumption.

 


Een Ruysdael onder de Amsterdamse penthouses

Buitenlandse kopers, veel Chinezen, Russen, Britten, Turken, beschouwen Amsterdam in eerste instantie niet als woonplaats. We zien hetzelfde fenomeen in het buitenland, Londen en New York zijn de standaardvoorbeelden. Ook in de krant wordt daarvan melding gemaakt. In New York is ‘Billionaire’s Row’ berucht, aan de zuidkant van Central Park: in de meeste penthouses in de wolkenkrabbers brandt het licht nooit—ze staan leeg als het investeringsobject van de internationale superrijken. De geograaf Richard Florida wijst uitvoerig op deze ontwikkeling in zijn nieuwste boek, The New Urban Crisis. In enkele van de betere buurten van Londen, schrijft hij, stonden in 2016 zo’n 750 woningen van 1 miljoen of meer ‘stof te vergaren’ en aan een paar woonblokken langs de Upper East Side van Manhattan stond bijna 60% van de duurste appartementen minstens 10 maanden per jaar leeg. Het zijn spectaculaire cijfers (als ze kloppen). Florida, nooit te beroerd voor modieuze slogans, spreekt van vergulde enclaves voor een mondiale plutocratie van afwezige eigenaren. Iedere keer als hij Londen bezoekt, schrijft hij, valt het hem weer op. Als hij met een taxi langs Hyde Park rijdt, wijst de chauffeur op het grote glazen gebouw naast het Mandarin Oriental Hotel en zegt: Ziet u dat gebouw? Sommige flats kosten meer dan 50 miljoen pond en niemand woont er, het is er altijd donker.

Maar zelfs bij mij in de buurt, Amsterdam-Centrum, rukt het verschijnsel op: hele of gedeeltelijke grachtenpanden die zijn gekocht als pied-à-terre, niet eens zozeer door superrijke buitenlanders als wel door welgestelde professionals uit het Gooi en omstreken die af en toe het weekend in de stad doorbrengen voor museumbezoek of concerten, misschien alleen maar om van de grootsteedse sfeer te proeven. Een dramatisch gevolg is de verbanning van ‘gewone mensen’ uit de binnenstad en het ontstaan van een nieuwe woningnood. In de film I, Daniel Blake van Ken Loach, ik zag hem pas weer op tv, zien we Katie, een jonge moeder met twee kinderen, die uit Londen afkomstig is. Daar was geen woonruimte meer te vinden en daarom kwam ze in een (afgetrapte) sociale woning te Newcastle terecht. In Londen ontstaan nieuwe sloppenwijken. De negentiende eeuwse gewoonte om in de achtertuinen van rijtjeshuizen schuurtjes te bouwen die verhuurd kunnen worden, is weer terug van weggeweest. In sommige buurten vind je kamerverhuurbedrijven die vijf, zes mensen in één kleine ruimte proppen. In Anna Minton’s boek Big Capital wordt omstandig verslag gedaan over deze ontwikkelingen, net als in Ben Judah’s prachtige This is London.

Gaat het in Amsterdam dezelfde kant op? Het is vooralsnog speculeren, maar er zijn onmiskenbare tekenen aan te wijzen. De stad wordt saai, zegt een stadsgeograaf in het bovengenoemde krantenartikel. Het gemeentebestuur komt in alles tegemoet aan de wensen van ‘de elite’, zegt hij, en waar je vroeger creatieve plekken kon vinden, staan nu yuppenbunkers die niets specifieks Amsterdams meer hebben. Iets dergelijks merkte ook straatmanager Nel de Jager op in een NRC Handelsblad-artikel van eerder dit jaar (23 februari 2018) onder de veelzeggende titel Stad in de uitverkoop. Ze zegt: Alles in Amsterdam wordt gekapitaliseerd en bekeken in het licht van het rendement. Iedereen verkoopt tegen de hoogste prijs. Buurten gaan allemaal op elkaar lijken, de bevolking wordt eenzijdiger, steeds meer groepen vallen buiten de boot. Dit schrikbeeld is al gerealiseerd in steden als Londen en New York, zoals Richard Florida in zijn boek heeft opgetekend: Some of the most vibrant, innovative urban neighbourhoods of London, Paris, and New York are turning into deadened trophy districts, where the global super-rich park their money in high-end housing investments, as opposed to places in which to live.

 


Dam3-project in de aanbieding

Dat is één kant van de medaille, de andere kant is zo mogelijk nog kwalijker: de uittocht van minder draagkrachtigen, niet alleen uit de creatieve hoek, maar ook ‘gewone’ onderwijzers, brandweerlieden, politiemannen, verpleegsters, dienstpersoneel, winkeliers, portiers, chauffeurs. De ruggengraat van de samenleving. Steden zonder ruggengraat zijn gedoemd te sterven.

 

illustraties
Jacob Riis; bron: newsela.com
Penthouses Amsterdam; bron: 12ruysdaels.nl en pureluxe.nl