Door allerlei onvoorziene omstandigheden is De blauwe sjaal pas dezer dagen verschenen. Het werk was al geruime tijd klaar, maar door allerlei omstandigheden is de productietijd veel langer geworden dan voorzien. Maar ja, er stonden geen levens op het spel en er gingen geen grote bedragen verloren. Het gaat om de vertaling van Nila Skarf (नीला स्कार्फ) een bundel korte verhalen door Anu Singh Choudhary, een jonge Indiase schrijfster. Op deze plaats heb ik al eerder aandacht gevraagd voor haar werk en dan speciaal de vertaalproblemen waarmee Dr Dick Plukker (mijn vertaalpartner) en ik af en toe hebben geworsteld. Dat klinkt zwaarder dan het in feite was, want Choudhary’s taalgebruik is betrekkelijk toegankelijk—we hebben waarachtig wel voor hetere vuren gestaan.

Waar je bij publicaties in het Hindi vaak op stuit, bij voorbeeld, zijn slordigheden: werkwoordsvormen die niet kloppen, een verwarrend gebruik van tijden, Engelse woorden of zinnen die niet deugen (ontwikkelde Indiërs doorspekken hun spraak graag met stukjes Engels, ook om te laten zien dat ze niet van de straat zijn). Ik denk niet dat Indiërs op zichzelf slordiger zijn dan, laten we zeggen Nederlanders of Engelsen, maar Indiase schrijvers en uitgevers kunnen zich vaak de luxe van redacteuren en correctoren niet veroorloven. Foutjes en vergissingen worden gemakkelijk over het hoofd gezien. De uiterste zorgvuldigheid die zo kenmerkend is voor de grote Angelsaksische uitgeverijen, tref je in India niet aan, ook niet als het om de Indiase vestigingen van sommige van die uitgeverijen gaat. Overigens kunnen we de schrijvers zélf niet buiten schot houden. We hebben bij verschillende schrijvers ervaren dat wij nogal kniesoren zijn in het licht van hun laconieke houding tegenover de eigen teksten. Daar komt nog iets bij. Het Hindi kent, behalve een verticaal streepje aan het eind van een mededeling (onze ‘punt’), geen interpunctie en hoewel moderne uitgaven de Westerse gewoonten overnemen, staan komma’s en gedachtestreepjes naar ons gevoel dikwijls nogal willekeurig door de tekst verspreid.

Er zijn ook inhoudelijker kwesties aan de orde. Zoals bij het betrekkelijk lange verhaal over Bisesar Bo waarin Choudhary uitbundig gebruik maakt van het bhojpuri, een dialect van het Hindi dat vooral in Bihar en Uttar Pradesh wordt gesproken, maar buiten India ook in delen van Pakistan en Nepal. En overal waar in de negentiende eeuw Indiase ‘gastarbeiders’ terechtgekomen zijn, van de Fiji-eilanden tot in Suriname. Zonder speciale woordenboeken hadden we hier af en toe met onze mond vol tanden gestaan.

Afgezien daarvan tref je in de verhalen nogal wat woorden aan die je in navolging van Arthur Langeveld (Vertalen wat er staat) ‘equivalentloos’ kunt noemen: woorden in de ‘brontaal’ (de taal waaruit je vertaalt) die in de ‘doeltaal’ (de taal waarin je vertaalt) niet bestaan. Daaronder vallen realia, woorden die concrete dingen aanduiden, uit het alledaagse leven. Langeveld merkt op dat je zelfs bij verwante talen als Nederlands, Duits en Engels talrijke dingen kunt aantreffen die ‘onvertaalbaar’ zijn. Dat geldt bij voorbeeld voor gerechten en etenswaren. Zoals Langeveld zegt: Voor boerenkool, hutspot, een broodje tartaar, een krentenbol, gevulde koek zal men al vrij gauw over de grens niets meer kunnen vinden. Bij verder uit elkaar liggende culturen als de Indiase en de Nederlandse (laten we voor het gemak maar even aannemen dat zulke culturen bestaan) geldt dat nog sterker. Ik teken uit onze vertaling van het genoemde verhaal over Bisesar Bo een paar voorbeelden op: motichoor, bundi, laddu, dhoti, puri, kanail. We hebben deze woorden onvertaald gelaten, meestal omdat uit de context duidelijk wordt om welke zaken het gaat. Bovendien is dhoti in het Nederlands bekend, al was het alleen maar uit de Nederlands-Indische context, net als dat andere Indiase kledingstuk: sari.

Problematischer is het woord gorin (गोड़िन). Bisesar Bo is een gorin, dat wil zeggen: lid van een lage kaste in het gebied waar het verhaal zich afspeelt. Leden van die kaste voeren hand- en spandiensten uit voor grondbezitters en rijke boeren in ruil voor bescherming en bijdragen aan het levensonderhoud. Het is in feite een kwestie van feodaal lijfeigenschap of horigheid, maar in keurig wetenschappelijk jargon spreken we liever van een patronageverhouding. Zo’n verhouding is gepersonaliseerd, bepaalde families zijn al vele generaties aan elkaar geklonken. Zo ook in het geval van Bisesar Bo, althans de familie van haar man Bisesar. In het verhaal komt dat zijdelings ter sprake. In de familie waar Bisesar Bo ‘dient’ en haar echtgenoot allerlei klusjes opknapt, is de pater familias overleden, maar heeft de oudste zoon diens rol overgenomen. Het is onbekend hoeveel generaties de Bisesars al onbetaalde diensten verlenen aan de familie. In ruil krijgen ze in de oogsttijd een beetje geld en een voorraadje graan. Voor de rest van het jaar hoeven ze zich geen zorgen te maken om kleding: bij feestdagen en huwelijken schieten er wat dhoti’s en andere afgedankte kledingstukken over. Waarschijnlijk voelt Bisesar zich verplicht om één keer in de paar maanden de vis die hij vangt bij de deur van meneer te deponeren. Voor gorin hebben we een voetnoot in onze vertaling opgenomen.

Weinig Nederlandse lezers zullen er moeite mee hebben om te begrijpen dat een huwelijk een niet-alledaagse gebeurtenis is die gepaard gaat met allerlei feestelijkheden. Is dat niet vrijwel universeel? Toch is de gang van zaken bij een huwelijk in India, zeker in de ‘hogere kringen’, een betrekkelijk gecompliceerde aangelegenheid, niet alleen vanwege de duur en de kosten, maar ook het enorme aantal gasten. Ik moet er onmiddellijk bij aantekenen dat ‘het Indiase huwelijk’ niet bestaat, iedere subcultuur kent zijn eigen variaties, om maar te zwijgen van de verschillen in huwelijksceremonieel tussen, bij voorbeeld, Hindoes, Sikhs en Moslims. In het verhaal over Bisesar Bo, dat zich onder Hindoes afspeelt, is sprake van de huwelijksstoet, musici, dansers, gasten, allerlei rituelen. Choudhary veronderstelt vermoedelijk terecht dat haar lezers precies weten wat de gang van zaken is, maar dat geldt bepaald niet voor lezers uit een andere cultuur, in casu de Nederlandse. Het Indiase traditionele huwelijk (laten we voor het gemak maar even blijven generaliseren) is patrilokaal: getrouwde zoons wonen met hun echtgenoten en kinderen in bij hun ouders (dus: de schoonouders van de bruid). Het huwelijk is dus tevens een ‘verhuizing’, de bruid neemt afscheid van haar ouderlijk huis en haar familie en komt onder het ‘gezag’ van haar schoonfamilie, in de praktijk veelal haar schoonmoeder. Mijn Indiase buurvrouw in Mumbai sprak over haar schoonmoeder als the boss, een van de weinige Engelse woorden die ze kende en die ze met ontzag uitsprak. Ze woonde weliswaar niet bij haar ‘baas’ in, maar deze had de gewoonte om periodieke ‘inspectiereizen’ te ondernemen. Ze bleef een paar dagen, soms weken, en al die tijd moest ik zorgen dat ik uit de buurt bleef en deden mijn buurvrouw en ik alsof we elkaar niet kenden.

Tot de hoogtepunten van een huwelijksfeest horen twee handelingen die de verbondenheid van het nieuwe paar symboliseren: het tonen van het gezicht van de bruid (die gesluierd haar nieuwe thuis betreedt) en het bruidspaar dat elkaar een koordje om de pols bindt om hun samenzijn vast te leggen. Het gaat om munh-dikhaaii (मुंह-दिखाई), respectievelijk kankan utraaii (कंकन उतराई), beide duidelijk equivalentloze woorden. Ik heb aan mijn collega-vertaler voorgesteld om zulke verwijzingen in hun geheel samen te vatten onder de aanduiding ‘huwelijksceremonieel’ of ‘- ritueel’, maar we meenden dat daarmee toch veel van de couleur locale verloren zou gaan.

We hebben uiteindelijk de bundel De blauwe sjaal en andere verhalen genoemd. In het onvolprezen Rozenberg Quarterly. The Magazine heeft een voorpublicatie gestaan van een van de verhalen en we hebben aan vrienden en bekenden een mededeling gestuurd waarin ze kunnen vinden hoe ze aan het boek kunnen komen. Ik druk die tekst ter afsluiting hier af. Voor de belangstellenden …

Lieve vrienden en andere belangstellenden,

Onze vertaling van de Hindi-verhalenbundel, Neela Scarf, is een aantal weken geleden voltooid. De feestelijke boekpresentatie die we in gedachten hadden, kan in de huidige situatie niet plaatsvinden. Daarom willen we jullie langs deze weg informeren over het boek.

De blauwe sjaal is het titelverhaal van een verzameling korte verhalen, die vanuit verschillende invalshoeken inzicht bieden in het hedendaagse India. Een land van hechte familieverbanden, maar ook van echtscheidingen, religieuze tegenstellingen, jonge mensen die naar de grote stad trekken en daar op ce een of andere manier het hoofd boven water moeten zien te houden. De schrijfster, Anu Singh Choudhary, belicht daarbij vooral het leven van vrouwen.

De Indiase stedelijke middenklasse maakt uitbundig gebruik van hypermoderne communicatiemiddelen en de ‘zegeningen’ van het moderne kapitalisme. Maar op het platteland doet veel nog denken aan het feodale India van weleer, zoals we kunnen lezen in het aangrijpende verhaal van de dienstmeid Bisesar Bo, die door haar schoonfamilie aan de landheer voor wie ze werken, als seksspeeltje wordt ‘verkocht’ in ruil voor een oude, opgeknapte motorfiets.

De schrijfster Anu Singh Choudhary is behalve auteur ook journalist en documentairemaker. In de loop van 2020 wordt de door haar bewerkte Hindi-versie van de Nederlandse tv-serie Penoza (met veel succes) uitgezonden. Ze heeft een aantal boeken gepubliceerd en wordt geprezen om haar fraaie, moderne Hindi.

Boekgegevens

Titel: De blauwe sjaal en andere verhalen

Auteur: Anu Singh Choudhary

Vertaald uit het Hindi door Lodewijk Brunt en Dick Plukker

Uitgever: India Instituut, 2020;  aantal pagina’s: 176; ISBN: 978 90 801437 7 7

Prijs: € 18,90

U kunt het boek bestellen door € 18,90 + € 3,64 verzendkosten = € 22,54 over te maken op IBAN NL71 INGB 0004 9143 14 van het India Instituut, Amsterdam.

De blauwe sjaal en andere verhalen is ook beschikbaar als een e-boek (epub-formaat). Ga naar www.bol.com of www.kobo.com en zoek op de volledige titel (De blauwe sjaal en andere verhalen) of op auteur (Anu Singh Choudhary). Het e-boek kost € 4,99. Om het te kunnen downloaden dient u een account aan te maken. U kunt het boek lezen op uw pc of tablet of mobiel met de gratis Kobo Desktop app, maar ook met andere gratis leesapps, zoals Calibre of Freda. Zoek op internet op een van deze namen, met de toevoeging epub.

Als u een Kobo e-reader heeft, kunt u het boek direct van www.kobo.com downloaden naar uw e-reader, ook voor € 4,99. Gebruik dezelfde zoektermen als bij Bol.com.

Met vriendelijke groet. Bleib gesund, houd afstand,

Lodewijk Brunt, Dick Plukker