Van de Amerikaanse president Trump—de Donald—wordt gezegd dat hij geen slag heeft uitgevoerd voor zijn onmetelijke rijkdommen; hij zou alles hebben geërfd van zijn vader Fred. Afgaande op de lectuur over Trump die ik de afgelopen weken hier en daar onder ogen kreeg—onder meer een uitvoerige recensie van Gwenda Blair’s biografie The Trumps: Three Generations That Built an Empire van bijna twintig jaar geleden, toen het oordeel nog niet werd vertroebeld door de positie die de familie inmiddels heeft ingenomen—moet daarbij een aantal kanttekeningen worden geplaatst, denk ik. Fred Trump liet na zijn overlijden in 1999 inderdaad een formidabel bedrag na, volgens sommige schattingen omstreeks $ 250 miljoen, maar hij was een scherp calculerende ondernemer die er een paar duidelijke principes op nahield en zich nooit inliet met zaken die hij niet begreep of niet kon overzien. Hij verdiende iedere dollar door secuur rekenwerk, een grondige kennis van de regeltjes en een opportunistische manipulatie van zijn netwerk van politici, bestuurders en ambtenaren. Hij vergaarde zijn kapitaal met het volbouwen van alle lege plekjes die hij kon vinden in Brooklyn en Queens: gezinshuizen en appartementencomplexen van zes verdiepingen. Hij ontwikkelde zich tot een van de grootste woningontwikkelaars van de Verenigde Staten. Aan projecten op Manhattan heeft hij zich nooit gewaagd. Zoals de New Yorkse journalist James Traub schreef: van de stratosferische prijzen dáár werd hij duizelig.

 


Vader en zoon in het vastgoed

Zoon Donald was uit ander hout gesneden, niks voorzichtigheid en zorgvuldig calculeren. Een golden boy die zich voortbewoog in een witte Cadillac en zich kleedde in dure maatpakken. Altijd een ‘mokkel’ aan de hand, blond, ordinair. Hij duidde ze aan als arm candy. Donald maakte wél de ‘sprong’ naar Manhattan en wist zich daar op te werken tot Mister Vastgoed. Opvallend in de toenmalige wereld van projectontwikkelaars—geheel en al tegen de mores in  die kringen—waar deals normaal gesproken achter de schermen plaatsvinden en je juist niet al teveel moet opvallen. Traub zegt: het streven naar maatschappelijke respectabiliteit impliceert dat je de schijnwerpers zoveel mogelijk vermijdt. Avoid acts of self-aggrandizements! Het is bekend dat de familie Rockefeller buitengewoon ongelukkig was met de naam Rockefeller Center en de familie Tishman kromp van ellende inéén toen de oudere David Tishman erop stond dat hun naam kwam te staan op hun befaamde woonadres 666 Fifth Avenue. Zo zat die wereld toen nog in elkaar, het lijkt eeuwen geleden. Het complex van vastgoedbazen, projectontwikkelaars, bankiers, makelaars geldt nu in brede kring als een schaamteloze verzameling exhibitionistische patsers, corrupt tot in het merg.

De Donald heeft een trend gezet, alleen al in New York heb je de Trump Tower, Trump World Tower, Trump Plaza, Trump International Hotel and Tower, Trump Parc, Trump Palace, Trump International Plaza. Trump is een merknaam geworden. Vóór de crisis van de jaren tachtig bracht de Donald zijn eigen Monopoly op de markt: Trump, The Game. Je speelde het met geld waarvan het minste biljet $ 10 miljoen was en op ieder bankbiljet stond de afbeelding van Donald zelf. De naamsbekendheid heeft hem door de crisis heengeholpen. Hij kreeg en flinke klap, werd een tijdje onder curatele gezet (met een toelage van een kwart miljoen per maand), maar was snel weer terug op de lijst van  Forbes met de vierhonderd rijkste Amerikanen. Zijn succes berust grotendeels op de voordelige contracten die hij met bluf en intimidatie weet af te sluiten, waardoor hij zeggenschap krijgt over projecten die grotendeels door anderen gefinancierd worden. Een berucht voorbeeld is zijn aankoop van het Grand Hyatt Hotel, pal naast het Grand Central Station, Midtown Manhattan. Hij wist via bevriende politici te bewerkstelligen dat de stad de grond kocht en deze aan Trump verpachtte voor $ 1 per jaar, met de garantie dat hij de eerste veertig jaar geen belasting hoefde te betalen. Burgemeester Beame is berucht geworden met zijn verklaring tegenover de verkoper: Wat mijn vriend Donald Trump ook wil hebben in deze stad, krijgt-ie. Er stak een storm van protest op bij de concurrentie, waarop Trump beloofde een percentage van zijn winst aan de stad af te staan. Het hotel werd een groot succes, in 1985 droeg het Hyatt bijna $ 4 miljoen af. Trump gaf opdracht de boekhouding te veranderen, het jaar erop was de afdracht nog geen driekwart miljoen. Ondanks berekeningen door de gemeentelijke financiële dienst dat Trump de stad honderden miljoenen door de neus heeft geboord, heeft hij nooit een cent terugbetaald.

 


Smaak, Grand Central Station, naast smakeloosheid, Grand Hyatt Hotel

Heeft Donald ook iets van de ‘maatschappelijke moraal’ van vader Fred geërfd? In de jaren vijftig schreef folksinger Woody Guthrie een protestlied over de racistische praktijken van Fred Trump: hij liet in zijn woningen te Beach Haven geen zwarten toe—zogenaamd om een ‘harmonieuze gemeenschap’ te garanderen.

I suppose
Old Man Trump knows
Just how much
Racial Hate
he stirred up
In the bloodpot of human hearts
When he drawed
That color line
Here at his
Eighteen hundred family project

Beach Haven ain’t my home!
I just cain’t pay this rent!
My money’s down the drain!
And my soul is badly bent!
Beach Haven looks like heaven
Where no black ones come to roam!
No, no, no! Old Man Trump!
Old Beach Haven ain’t my home!

De oude Trump is een keer gearresteerd tijdens een optocht van de Ku Klux Klan in een buurt waar hij bouwde. Had hij de KKK uitgenodigd om zwarten te intimideren? Het is onduidelijk. Zijn afkeer van zwarten zou worden gecompenseerd door een grote aanhankelijkheid tegenover Joden. Hij gaf grif aan Joodse liefdadigheidsinstellingen en paaide Joodse politici—niet onverstandig voor een zakenman die voor een deel van Joods investeringskapitaal afhankelijk is. Het is een bekend syndroom, we zien het ook in Europa. Je zou het kunnen  betitelen als het Wilders-syndroom, maar dat zou nogal veel eer zijn voor zo’n kleine krabbelaar. De Donald heeft dezelfde neiging. Hij heeft geen racistisch bot in zijn lijf, zoals hij al een keer plechtig heeft verklaard als president en wijst daarbij op zijn Joodse schoonzoon. Als excuustruus. Intussen laat hij er geen twijfel over bestaan dat hij Mexicanen en andere gekleurden als verkrachters en criminelen beschouwt.

De Trumptorens worden gekenmerkt door platte smakeloosheid. De ‘Trumpstijl’ is vooral verguldsel, maar is blijkbaar buitengewoon aantrekkelijk voor mensen met ‘nieuw’ geld. Voor de eerste Trump Tower moest het bekende warenhuis van Bonwit Teller worden afgebroken. Trump kreeg toestemming op voorwaarde dat hij de schitterende Art Deco versieringen van de gevel zou sparen. Nou, nee, dus, de gevel is zonder enige spijt en zonder excuus met de grond gelijk gemaakt. Wat kwam ervoor in de plaats? Een journalist heeft ooit het appartement beschreven dat Trump voor zichzelf heeft ingericht bovenin de Trump Tower: marmer en met goud ingelegde pilaren. Op het plafond van de zitkamer een geschilderde lucht met geschilderde cupido’s die heen en weer fladderen. On the left of the room, against the wall, is a fountain large enough for a small square in Paris. Trump goes to a back panel, pushes four buttons, and water spurts into the fountain from all directions, falling into its marble basin. Met behulp van architect Der Scut—de ideale architect voor projectontwikkelaars: altijd bereid en in staat om de autoriteiten te laten instemmen met megaprojecten in de stad—heeft hij gebouwen laten neerzetten met ondoorzichtige glazen wanden. In de modernistische architectuur is het een eerste gebod om aan de buitenkant van een gebouw te laten zien welke functie het heeft, wat er binnen gebeurt. Aan die traditie veegt Trump dus ook zijn schoenzolen af.

Donald’s erfenis voor de stad is een reeks van afwerende en ondoordringbare wolkenkrabbers die weliswaar de hele buurt in de schaduw zetten, maar geen enkele aanwijzing bevatten over wat eigenlijk hun doel of boodschap is. James Traub merkt op dat Trump in de traditie past van profiteering megalomaniacs. Zijn gebouwen zijn dikwijls appalling and laughable. Maar, je kunt zeggen wat je wilt, de Donald voorziet zijn gebouwen tenminste met zijn unieke eigen stijl.

 

illustraties
Donald Trump; bron: politico.com
Fred en Donals Trump; bron: townandcountrymag.com