De eerste zin van een boek bepaalt of je zin hebt om verder te lezen. Hij moet intrigerend zijn en iets prijsgeven over wat je te wachten staat. Uitnodigend dus… je nieuwsgierigheid dient geprikkeld te worden. Het is een kunst zulke zinnen te maken, een artistiek vermogen dat het kaf van het koren scheidt. Sommige schrijvers leren het nooit, anderen hebben op dat gebied de toppen van virtuositeit bereikt.

Misschien is de beroemdste eerste zin ooit die van Herman Melville’s meesterwerk Moby-Dick or The Whale. Hij introduceert de verteller, die met gepaste bescheidenheid zegt dat je hem Ismaël kunt noemen. Zijn naam doet niet zo terzake, begrijp je, hij is geen hoofdpersoon, zoals Kapitein Achab of harpoenier Queequeg, maar iemand die op de achtergrond blijft en aan ons doorgeeft wat hij heeft meegemakt en gezien. Call me Ishmael. Drie woordjes, bibliotheken zijn er over vol geschreven. In het Herman Melville Museum, Arrowhead (NY), kun je t-shirts kopen met dat zinnetje erop. Ik zag een Franse vertaling die luidde: Ik heet Ishmael, zeg maar. Over zulke oplossingen wordt tot op de dag van vandaag druk gediscussieerd en de emoties kunnen daarbij hoog oplopen. Overigens, maar dat is iets heel anders, mogen de laatste zinnen van het boek ook wel eens uitdrukkelijk worden genoemd. Na 135 hoofdstukken over de jacht op de witte potvis, gaat de Pequod ten onder, kapotgebeukt door Moby Dick.

Now small fowls flew screaming over the yet yawning gulf; a sullen white surf beat against its steep sides; then all collapsed, and the great shroud of the sea rolled on as it rolled five thousand years ago.

Over het belang van de eerste zin is veel geschreven, ik kan me herinneren dat Tom Wolfe wat behartenswaardige woorden over het onderwerp heeft gesproken—in zijn voorwoord tot de befaamde bundel over de ‘nieuwe journalistiek’, waarin schitterende voorbeelden zijn opgenomen van journalistieke reportages die zijn geschreven met behulp van ‘literaire’ technieken. Wolfe zélf is trouwens befaamd om sommige van zijn eerste zinnen. Je moet ervan houden, maar dat doet niet iedereen.

The trainer said, “Take your finger off the repress button”, luidt de eerste zin van zijn analyse van de Me Decade, in Nederland druk nagevolgd en bekend geworden onder de aanduiding Het Ik-tijdperk. De trainer in kwestie probeert zijn gehoor te bewegen alle remmen los te gooien en de frustraties van zich af te schreeuwen. De eerste klant is een mooie jonge vrouw die het podium opkomt en de opgekropte woede over haar lichamelijke ongemak de zaal in slingert: Aaaaaambeien. Wolfe’s prachtige reportage over Radical Chic, de verjaardagspartij  van Leonard Bernstein, waarbij geld wordt ingezameld voor stakende sinaasappelplukkers in Californië, begint als volgt: At 2 or 3 or 4 a.m., somewhere along in there, on August 25, 1966, his forty-eighth birthday, in fact, Leonard Bernstein woke up in the dark in a state of wild alarm.

Opzienbarender zijn de eerste zinnen in sommige andere reportages. Zoals:

“Hai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-ai-reeeeeeeeeeeeeeee!” O dear, sweet Harry, with your French gangster-movie bangs, your Ski Shop turtleneck sweater and your Army-Navy Store blue denim shirt over it, with your Bloomsbury corduroy pants you saw in in the Manchester Guardian airmail edition and sent away for and your sly intellectual pigeon-toed libido roaming in Greewich Village– that siren call really for you?

Ik heb het roepen van Harry een beetje ingekort, in de reportage beslaat die naam drie regels. Wolfe schrikt niet terug voor exuberantie. Zijn reportages over de nieuwe (neon)kunstenaars in Las Vegas begint met het woord hernia in meer dan vijftigvoud.

 


Eerstezinnensmid Leonard

Onder literatuurminnaars staat Elmore Leonard bekend als de geniaalste eerstezinnenmaker. Hij heeft veel meer geschreven dan ik heb gelezen, maar de boeken die ik in mijn kast heb staan, trek ik regelmatig tevoorschijn om weer eens tot mij door te laten dringen hoe verpletterend die eerste zinnen soms zijn. Op een avond, het was tegen eind oktober, zei Harry Arno tegen de vrouw met wie hij de laatste paar jaar af en aan was opgetrokken: ‘Ik heb een beslissing genomen. Ik ga je iets vertellen dat ik nog nooit eerder in mijn leven tegen iemand heb verteld’. Het begin van Pronto. Of de eerste zin van Cuba Libre: Tyler kwam aanzetten met de paarden. Het was de achttiende februari, drie dagen nadat het slagschip Maine in de haven van Havana was ontploft. Het boek Cat Chaser begint aldus: Moran’s first impression of Nolen Tyler: He looked like a high risk, the kind of guy who falls asleep smoking in bed. En Out of Sight: Foley had never seen a prison where you could walk right up to the fence without getting shot.

Een van mijn favoriete schrijvers is Richard Yates. Geen misdaadromans, zoals Leonard, maar ‘gewone’ romans en korte verhalen, meestal over gefnuikte verwachtingen en verknoeide levens. Zijn bekendste boek is vermoedelijk Revolutionary Road, succesvol verfilmd met Kate Winslett en Leonardo Di Caprio. De eerste zin gaat zó: The final dying sounds of their dress rehearsal left the Laurel Players with nothing to do but to stand there, silent and helpless, blinking out over the footlights of an empty auditorium. Zijn eerder geschreven ‘vrouwenroman’ The Easter Parade begint als volgt: Neither of the Grimes sisters would have a happy life, and looking back it always seemed that the trouble began with their parent’s divorce. Het lege theater en de scheiding van het echtpaar Grimes doordrenken de verhalen die volgen.

Het boek dat ik net gelezen heb is de ‘Brexit-roman’ van Jonathan Coe: Middle England. De eerste zin: The funeral was over. The reception was starting to fizzle out. Benjamin decided it was time to go. Ik smokkel, want dit zijn drie zinnen, een eerste alinea. Mij valt op dat goede eerstezinnenschrijvers vaak ook schitterende eerste alinea’s weten te formuleren. Ik stuitte onlangs op een verzameling eerste alinea’s van Raymond Chandler en ik realiseerde me dat de verfilmingen van Chandler’s werk (vaak door topregisseurs) dikwijls gebruik maken van een monologue interieur om vooral die eerste alinea’s te kunnen onderstrepen. The Big Sleep begint zo:

It was about eleven o’clock in the morning, mid October, with the sun not shining and a look of hard wet rain in the clearness of the foothills. I was wearing my powder-blue suit, with dark blue shirt, tie and display handkerchief, black brogues, black wool socks wtih dark blue clocks on them. I was neat, clean, shaved and sober, and I didn’t care who knew it. I was everything the well-dressed private detective ought to be. I was calling on four million dollars.

Magistraal. Waarom zijn die zinnen aantrekkelijk en prikkelend? Uiteraard óók omdat er geen verkeerd woord in staat. Maar vooral ook omdat lezers, denk ik, zoeken naar mensen van vlees en bloed waarmee ze zich kunnen identificeren en alle bovengeciteerde eerste zinnen introduceren je bij zulke mensen. Of omdat ze iets opmerkelijks denken, zeggen of doen, en/of vanwege de kernachtige beschrijving van hun uiterlijk. En let op: veel Amerikanen voegen (pseudo) exacte informatie toe over het weer, de locatie, de datum of een speciale gebeurtenis. Geen verhaal dat uit de duim gezogen is, maar fel-realistisme. De eerste zin is een scenario waarover je alles wilt weten… verder lezen, dus.

 

illustraties
Elmore Leonard; bron: loa.org
Raymond Chandler; bron: tampabay.com