We moeten Mozart met terugwerkende kracht een beter libretto bezorgen dan die racistische Toverfluit, stond afgelopen weekend in het Opinie&Debat-katern van NRC Handelsblad (21, 22 april 2018). Dit opzienbarende oordeel vloeit uit de pen van Eva Peek die schrijft voor De Nationale Opera, waar trouwens in het verleden Die Zauberflöte dikwijls te zien is geweest. Al dan niet racistisch. De schrijfster maakt melding van een project waarbij operaregisseur Lotte de Beer de opera zal uitvoeren met een tekst die wat minder tenenkrommend racistisch en seksistisch is. Het schijnt dat over dit voornemen veel te doen is geweest—het is mij volstrekt ontgaan. De schrijfster van het stuk in NRC Handelsblad laat bijzonderheden achterwege, maar vat de teneur van de opwinding voor ons samen: verschillende rechtse opiniemakers waren echter totaal niet gediend van het plan van De Beer, noteert ze; helaas zonder bronvermelding. Ze hoefden het resultaat van haar onderzoek niet eens af te wachten. Het oordeel was even hard als voorspelbaar. Mozarts genie wordt verkracht, typische linkse slachtoffercultuur, van klassieke muziek moet je afblijven en vooral: dit mevrouwtje weet duidelijk niks van opera en heeft geen idee van de traditie waarin ze staat.

Ik kan me bij die opwinding wel iets voorstellen. Om een vergelijking te maken: wat zouden we ervan zeggen als iemand de Nachtwacht zou overschilderen omdat onze zieltjes te gevoelig zijn geworden voor al dat militaire vertoon? Maar aan de andere kant: met kunstwerken wordt naar believen gemanipuleerd. Dat geldt in hevige mate voor muziek, en zeker voor opera. Sinds het ontstaan van het genre is het gebruikelijk om opera’s te plooien naar de mode van de dag of de smaak van degenen die het voor het zeggen hebben. Een van Mozart’s opera’s werd door zijn opdrachtgever afgekeurd: teveel noten. Je hebt het tijdperk van de impresario gehad die contracten met theaterdirecteuren afsloot en bepaalde wat er werd uitgevoerd en hoe. Componisten moesten snel kunnen schrijven en niet al teveel worden gehinderd door eigendunk of beroepstrots: in hun werkstukken werd naar believen geschrapt en afhankelijk van de omstandigheden werden ze aangevuld met geschiktere teksten of muziek die haar succes al bewezen had. Plagiaat en zelfplagiaat waren alledaagse praktijk. Na de invoering van het auteursrecht kregen de muziekuitgevers de kaarten in handen, zij beschikten over de rechten en daarmee over de uitvoeringen en bepaalden tot in detail waar, door wie en op welke manier hun opera’s vorm kregen—ook de dirigenten en zangers werden naar believen uitgekozen. De Italiaanse uitgever Giulio Ricordi was een berucht voorbeeld; hij had zijn uitgeverij, maar was ook bestuurslid van de Milanese Scala en muziekrecensent in de toonaangevende bladen—alles kwam bij hem samen. Zo hebben we ook de tijdperken van de zangers gehad, van de dirigenten en van de intendanten.

Tegen deze achtergrond is de zoveelste poging om het de hedendaagse operaliefhebber naar de (politieke) zin te maken niet opzienbarend. En dat geldt helemaal voor Die Zauberföte, waarover hele volksstammen gevallen zijn sinds het werk in  première ging (30 september 1791 te Wenen). Vooral bewonderaars van Mozart’s muzikale gaven zijn in de weer geweest om de tekst van het libretto te vergoelijken of er een uitleg aan te geven die meer in overeenstemming zou zijn met bepaalde overtuigingen—Goethe was de eerste uit een lange rij. De vrouwonvriendelijke strekking van de sommige passages en de racistische elementen zijn eerder opgemerkt (ik ga op de merites van die oordelen niet in, hoewel je daar ook nog wel het een en ander over zou kunnen opmerken), maar een poging om de tekst helemaal van dat soort smetten te zuiveren is vermoedelijk zonder precedent. Ik kan me er eerlijk gezegd niets bij voorstellen, wat ik overigens gemeen heb met Eva Peek (Ik heb geen idee wat ik kan verwachten).

Worden er passages geschrapt? Gaat de muziek dan gewoon door? Het hele libretto moet op de vuilnishoop, zegt Peek (om te huilen zo slecht), maar hoe zou Die Zauberflöte klinken zonder tekst? Ik ben bang dat het publiek het na een kwartiertje voor gezien zal houden. Wat me dikwijls opvalt bij strijders voor politieke correctheid, dit geval is er opnieuw een voorbeeld van, is de selectiviteit van de verontwaardiging. Wel onoverkomelijke bezwaren tegen vermeend seksisme en racisme, maar geen woord van protest als het gaat om slavernij—prominent aanwezig in deze opera—tegen dierenmishandeling (Papageno is de hofleverancier van exquise vogeltjes die hij in het bos vangt) of het gebruik van geweld (de willekeurige afranseling van Monostatos). En zoals vaker: een dubieuze verwijzing naar homoseksualiteit. Als er vervelende teksten over homo’s in het libretto stonden, zouden de protesten niet van de lucht zijn, beweert Peek met grote stelligheid. Hoe komt ze erbij? En wat bedoelt ze ermee? Dat het homo’s niet zou kunnen schelen als er racistische of seksistische teksten gesproken worden? Bij soortgelijke politieke correctheid kom je ook nog wel eens ‘joden’ tegen als vergelijkingsmateriaal.

 


Papageno lokt vogeltjes

Peek onderscheidt Mozart, de musicus, en Shikaneder, de tekstdichter. De achterliggende veronderstelling hierbij is dat Mozart geen bemoeienis zou hebben gehad met het libretto. Is dat zo? Bij toonaangevende muziekhistorici kun je daarover uiteenlopende analyses tegenkomen. Omdat Mozart geen vrouwenhater zou zijn geweest, moet die tekst wel van Shikaneder komen. Maar, zeggen anderen, óók Shikaneder was geen vrouwenhater. Wat dan? Vaak wordt in dat verband gewezen op Karl Ludwig Giesecke die deel uitmaakte van Shikaneder’s gezelschap en die, zoals gebruikelijk was bij de producties van dit gezelschap, eigen teksten heeft ingevoerd—toegesneden op een bepaald publiek of juist op specifieke uitvoerenden. De redenering van Peek steunt op de gedachte dat Mozart zich niets van de productie zou hebben aangetrokken, dat het hem worst zou zijn welke teksten hij toonzette. Een moeilijk te verteren gedachte en niet aantoonbaar in welk document dan ook. Alleen al in dat licht gezien overtuigt de bijdrage van Peek niet. Het leven is ingewikkelder, kunst ook.

 


Vrijmetselaars in actie: seksisme

De overtuiging dat Die Zauberflöte theatraal en ideologisch een draak is, wordt breed gedeeld, ook onder professionele operakenners. Peek trapt geen enkel heilig huisje om, al blaast ze nog zo hoog van de toren. Het lijkt me interessanter om  te achterhalen hoe de vork werkelijk in de steel stak. De oorspronkelijke opzet van Die Zauberflöte was dat de held van het verhaal de dochter van een sprookjeskoningin zou gaan redden uit een kasteel waar ze opgesloten zat — met hulp van een toverfluit. Maar Mozart moest er niets van weten en nam het heft in handen bij de voorbereidingen: The Magic Flute is unified in conception, and everything about it matches the temper of Mozart’s genius. Je kunt dit lezen bij de gezaghebbende Joseph Kerman. Maar elders wordt met overtuiging beweerd dat we totaal niets weten over hoe de productie in feite tot stand gekomen is. Dus misschien moeten we eerst eens wachten op nader onderzoek voordat we overhaast verkondigen dat Mozart een ander libretto verdient.

 

illustraties
Jessica Pratt als Koningin van de Nacht; bron: foto Mike Hoban (2011); flickr.com
Papageno; bron: Barbican Productie; barbican.org.uk
Vrijmetselaars in actie; bron: toughtco.com