Mohandas Karamchand Gandhi was nauwelijks een week in Zuid-Afrika toen hij de trein nam van Durban naar Pretoria–hij was als jong advocaat, net 24 jaar, voor een ingewikkelde kwestie ingehuurd door de Islamitische koopman Tyeb Haji Khan Muhammad. Hij reisde 1ste klas, zoals het hoorde voor iemand in zijn positie. Na een tussenstation werd de coupé, waar hij rustig zat te lezen, opgeëist door een blanke passagier. Deze kwam met de (blanke) conducteur naar binnen en droeg de koelie op bij de ‘andere zwarten’ in de trein te gaan zitten. Gandhi protesteerde, liet zijn ticket zien en overhandigde zijn visitekaartje met zijn naam en functie: attorney. De passagier zei: er bestaan geen gekleurde attorneys in Zuid-Afrika, opdonderen! Ondanks de verontwaardiging van Gandhi werd hij bij de eerstvolgende halte–Pietermaritzburg–met bagage en al het perron opgesmeten, de trein reed zonder hem verder.

Het verhaal is alom bekend, Gandhi heeft het jaren later opgeschreven in zijn autobiografie en bij sommige deskundigen bestaat de overtuiging dat dit onaangename incident Gandhi’s leven een definitieve wending heeft gegeven: door het brute optreden van de Zuid-Afrikaanse passagier en de conducteur heeft hij zijn loopbaan in dienst gesteld van de strijd tegen racisme, kolonialisme en onrecht in het algemeen. Dat is de vraag, maar waar het me nu om gaat is nogal prozaïsch. Wie kieperde Gandhi de trein uit? Onlangs was ik te gast bij de lezing van een Zuid-Afrikaanse dichter en (amateur-) historicus over de situatie in haar land. Die ziet er voor de voormalige machthebbers niet rooskleurig uit. Door het quotastelsel, bij voorbeeld, is het moeilijk voor blanken, in het bijzonder blanke mannen en heel in het bijzonder blanke mannen die Afrikaans spreken en van de Boeren afstammen, nog werk te vinden. De rollen zijn omgedraaid.

De lezing ging vooral over de historische verhoudingen. Tegenwoordig staan de Afrikaners te boek als de absolute slechteriken, terwijl nogal eens vergeten wordt dat de Engelsen een louche rol hebben gespeeld: de Boerenoorlogen waren een climax van wreedheid met de Britse concentratiekampen waar vrouwen en kinderen uit de Oranje Vrijstaat als vliegen stierven. Niet de Boeren, maar de Engelsen zijn de uitvinders van de apartheid geweest, al wordt dit in het huidige corrupte Zuid-Afrika in alle toonaarden ontkend–wat te maken heeft met de prominente positie van het Britse bedrijfsleven: diamantindustrie, mijnen, wijn, internationale handel. De geschiedvervalsing gaat zelfs zo ver, zei de dichter, dat in een film als Gandhi van Richard Attenborough de hoofdpersoon door een Afrikaner uit de trein wordt gesmeten. Pure propaganda.

Ik schoof op mijn stoel heen en weer; ik heb de film diverse keren gezien, maar kon me niet goed herinneren wat er precies gebeurde. Nóg maar eens zien, dus. Inderdaad, de treinscène speelt een centrale rol in het script, dat overigens al ruim dertig jaar geleden werd verfilmd en dus geen sterk argument meer vormt voor de stelling dat de Afrikaners tegenwoordig stelselmatig worden ‘zwartgemaakt’. Attenboroughs bekroonde werkstuk begint op 30 januari 1948, de moord op Gandhi door een hindoefanaat in New Delhi. Het beroemde laatste woord van de stervende: hey ram–hier in vertaling uitgesproken: oh, God. Daarna wordt gesneden naar de optocht van honderdduizenden als het opgebaarde lijk van de ‘vader des vaderlands’ naar de crematieplek wordt gebracht. Maar onmiddellijk daarop bevinden we ons in 1893, Zuid-Afrika: de treincoupé waar acteur Ben Kingsley als een keurig opgekalefaterde jonge advocaat, in driedelig zwart, zit te lezen. Op het moment dat hij wat vriendelijke woorden wisselt met de zwarte bediende, komt de blanke passagier binnen.

Geen twijfel mogelijk, Attenborough toont ons het begin van het leven van Gandhi zoals wij hem zouden moeten kennen: actievoerder, agitator, verzetsman, nationalist, ‘uitvinder’ van het geweldloos verzet. Was de passagier een Afrikaner? Ik heb er de biografie van Stanley Wolpert nog eens op nagekeken–Gandhi’s Passion. The Life and Legacy of Mahatma Gandhi. Hij laat, in de context van het treinincident, zien dat Gandhi in zijn leven tot dan toe nog weinig te lijden had gehad onder merkwaardige vooroordelen. In Londen was hij een keer uitgekafferd door Lord Ollivant en door een bediende de deur uitgezet. Reared as he was in princely India, a child of privilege and power, enjoying as he had Christian friendship and support in England, Gandhi might have escaped racial prejudice for the rest of his life had he not taken this job in Africa. Maar nu komt het: The arrogance of British Imperial officials pales besides that of white African settlers and their police. Hoewel Wolpert niet expliciet zegt dat Gandhi door een Afrikaner uit de trein gesmeten is, zou je iets dergelijks kunnen opmaken uit hoe het hier geformuleerd is.

In de biografie van Joseph Lelyveld–Great Soul. Mahatma Gandhi and His Struggle with India–komt het treinincident uiteraard ook voor. De studie is heftig omstreden in India omdat de schrijver gesuggereerd zou hebben dat Gandhi er in Zuid-Afrika homoseksuele betrekkingen op na had gehouden—hindoefanaten hebben geëist dat Lelyvelds boek verbrand werd en dat de auteur nooit van zijn leven meer in India zou mogen verschijnen. Gevaarlijke flauwekul, Lelyvelds studie heeft een hoogwaardige kwaliteit en bovendien is de suggestie van homoseksualiteit nergens te vinden. Hoe dan ook, Lelyveld schrijft zakelijk over een ‘blanke passagier’ die er bezwaar tegen had dat hij in één ruimte zou moeten zitten met een coolie.

Lelyveld zwakt de betekenis van het incident aanmerkelijk af en laat zien dat Gandhi vanaf het station Pietermaritzburg telegrammen verstuurd heeft aan de spoorwegautoriteiten en dat hij–met excuses–zijn reis de volgende dag ongestoord heeft kunnen voortzetten. Datzelfde meldt ook Ramachandra Guha in zijn standaardwerk Gandhi Before India. Deze biograaf vestigt de aandacht op een oudere, geromantiseerde biografie van Louis Fischer: The Life of Mahatma Gandhi, waarin de treinreis zwaar wordt aangezet. Volgens Guha is het boek van Fischer de belangrijkste bron geweest voor regisseur Richard Attenborough en zijn scenarist John Briley, die daarmee dus zowel het incident hebben opgeblazen als ook de betekenis van deze ogenschijnlijk triviale gebeurtenis voor Zuid-Afrika zelf, India en misschien wel de wereld als geheel.

Maar hoe zit het dan met de film? Ik heb nog een paar keer gekeken, maar met de beste wil van de wereld valt uit de film niet op te maken dat de blanke passagier en de conducteur perfide vertegenwoordigers van de Afrikaners zouden zijn. Integendeel: de passagier heeft een uitgesproken bekakt Engels accent en ook de conducteur spreekt een soort Engels dat geen Afrikaanse Boer ooit door zijn strot zou kunnen krijgen. De les: als er al behoefte aan rehabilitatie van de Afrikaners zou zijn, kun je beter op zoek gaan naar overtuigender voorbeelden.

 

illustraties:
standbeeld bij station Pietermaritzburg; bron: swblogs.blogspot.com
filmbeeld: Gandhi ziet trein naar Pretoria vertrekken; bron: youtube.com
plakkaat in Pietermaritzburg; bron: www.southafrica.net