Over Wereldverbeteraars; Gandhi, King, Mandela, hun erfenis, een pamflet van Bas Heijne, is hier en daar discussie gevoerd. Nogal heftig in NRC Handelsblad (15 en 20 september 2017) door Bram Vermeulen, Afrika-correspondent van de krant. Hij zet dikke vraagtekens bij de door Heijne gesignaleerde overeenkomsten tussen de drie figuren. Gandhi en King waren uitgesproken voorstanders van ‘geweldloos verzet’, maar Mandela vertegenwoordigde ondubbelzinnig de militante tak van zijn ANC (African National Congress). Heijne reageert beledigd: Vermeulen zou zijn huiswerk niet hebben gedaan en allerlei nuanceringen in zijn betoog over het hoofd hebben gezien. Een debat op basis van kwade trouw, moppert hij. Tja.

Ook commentator Stephan Sanders gaat in op de kwestie (De Groene Amsterdammer 27 september 2017) en biedt een uitvoerig citaat waarin de gedachtegang van Heijne uiteen wordt gezet. Ik kan er geen ontkrachting van Vermeulens tegenwerpingen in zien. Heijne beweert dat er vooral een geestesverwantschap zou hebben bestaan tussen Gandhi en King, met name geworteld in hun religieuze achtergrond. Bij Mandela is zo’n achtergrond ‘minder duidelijk’, maar verder waren ze alledrie ‘verzoenlijk’, een term die Sanders gebruikt. De belangrijkste band tussen de drie mannen is de figuur van Gandhi geweest. Ondanks zijn nadruk op geweldloos verzet wel degelijk een ‘revolutionair’, die de onafhankelijkheid van India gerealiseerd heeft, aldus Heijne.

Ik weet niet wat daar staat… Gandhi de belangrijkste band tussen Gandhi, Mandela en King? Mijn voorstellingsvermogen schiet tekort of misschien ben ik ongeschikt voor filosofisch jargon. Hoe dan ook zouden volgens deze zienswijze de overeenkomsten sterker zijn dan de verschillen. Alle drie waren morele leiders die een levenbeschouwelijk en filosofisch idee belichaamden. Zo weet ik er nog wel een paar. Volgens Stephan Sanders liggen ze ongeveer op de lijn van de zojuist overleden Amsterdamse burgemeester Van der Laan.
Mijn mond valt open.

De drie personages uit het pamflet van Heijne zijn dicht en stevig verpakt in mythen, zo gaat dat met charismatische leidersfiguren: ze spreken tot de verbeelding. Zelf weet ik iets over Gandhi, over de andere twee veel minder. Ik maak wat kanttekeningen bij enkele opmerkingen van Sanders over de mahatma, ‘Grote Ziel’. Hoewel het bepaald niet zijn uitvinding was, wordt Gandhi inderdaad alom geassocieerd met het begrip ‘geweldloos verzet’, zoals de auteur meldt. Maar het is lang niet altijd duidelijk wat daar precies mee wordt bedoeld. Gandhi’s strategie was om tegenover zijn tegenstanders geen geweld te gebruiken, inderdaad, maar over het incasseren van geweld door hemzelf en zijn medestanders mag geen misverstand bestaan: dat vond op grote schaal en met heftige intensiteit plaats. Opsluiting, honger, deportatie, ziekte, armoede, fysieke en psychische mishandeling tot doodslag aan toe. Dat was ingecalculeerd, opoffering.

 


De jonge Gandhi als advocaat in Zuid-Afrika

Het Sanskrietwoord satyagraha is een samenstelling van satya: waarheid, deugd, werkelijkheid, eerlijkheid, goedheid, en graha: grijpen, veroveren, vasthouden, vangen. ‘Vasthouden aan de waarheid’, ‘waarheidskracht’ zijn gangbare vertalingen, maar dan weet je nog niet veel. Toen het optreden van Gandhi, nog actief in Zuid-Afrika, werd getypeerd als ‘passief verzet’, heeft hij als alternatief een Indiase term gezocht, want ‘passief’ smaakte hem teveel naar ‘zwakte’. In het blad Indian Opinion werd een prijsvraag uitgeschreven, een en ander speelt zich af in de eerste jaren van  de 20ste eeuw. Een neef van Gandhi stelde sadagraha voor: vasthouden aan ons doel, waarop Gandhi zelf het winnende concept verzon.

De ontstaansgeschiedenis laat al zien dat het een complex begrip is en in de praktijk zijn er vooral twee activiteiten mee aangeduid: ten eerste allerlei vormen van geweldloze actie en ten tweede non-coöperatie, de weigering om mee te werken aan opdrachten of richtlijnen. De grote stakingen van plantagearbeiders in Natal, waaraan vele duizenden ‘koelies’ meededen, waren gericht tegen bepaalde belastingmaatregelen. Er vielen talrijke gewonden en zelfs doden. Later in India liep ‘geweldloos verzet’ of ‘non-coöperatie’ eveneens veelvuldig uit de hand: de aanhangers van het geweldloos verzet mepten er soms naar hartenlust op los.

De kracht van de waarheid stond bij Gandhi in nauw verband met de geestelijke kracht die nodig was om je los te maken van de verleidingen van het bestaan. Door te lijden en af te zien kwam je dichter bij de waarheid. Zijn ‘eed van onthouding’ (brahmacharya) lag in dezelfde lijn, in 1906 verbond hij zich tot het celibaat. Nooit meer seks, alleen nog meditatie. In armoede. Niet als een sannyasi (heilige man) afgewend van de wereld, maar juist midden in de wereld, als dienaar van de mensheid. Hij overlegde niet met Kasturba, zijn echtgenote, hij deelde zijn beslissing simpelweg aan haar mee. Wellicht in de veronderstelling dat zij niet geraakt zou worden door zijn seksuele onthouding?

Stephan Sanders verbaast zich erover dat Luther King als ‘moreel voorbeeld’ Gandhi koos aangezien Gandhi’s houding tegenover de zwarten in Zuid-Afrika (‘kaffers’) niet bepaald met die van King strookte. Een kwestie overigens, die in het geschrift van Heijne niet wordt aangeroerd. Er is dikwijls geopperd dat Gandhi zwarten beschouwde als ‘onaanraakbaren’, maar de werkelijkheid is ingewikkelder. De uitspraken over kaffers zijn overbekend en dikwijls geciteerd. We hoeven geen weerzin te koesteren tegen de inboorlingen, maar we kunnen er niet omheen dat we in het gewone leven niets gemeenschappelijks met ze hebben. Hij klaagt tegen de autoriteiten dat de Indiërs op één lijn worden gesteld met de kaffers, de kaffer die alleen maar jaagt en wiens enige doel in het leven is om genoeg vee bijeen te zamelen om een vrouw te kopen om vervolgens een lui leventje te leiden in zijn blote kont. Minder bekend zijn uitspraken uit dezelfde periode, waarbij Gandhi juist pleit voor de volwaardigheid van zowel Indiërs als zwarten. In een fatsoenlijke samenleving zullen ijverige, intelligente mensen nooit een bedreiging vormen. We kunnen ons Zuid-Afrika niet voorstellen zonder de Afrikaanse volkeren… zonder de Afrikanen zou Zuid-Afrika een angstwekkende wildernis zijn. Gandhi, dat kunnen we wel zeggen, was op z’n minst tegenstrijdig en onbepaald in zijn opvattingen over ras en volk. In later jaren heeft hij zijn weg in die kwesties beter kunnen vinden.

 


Gandhi als heilige

Als eindoordeel roept Sanders uit dat we ons het ‘onverzettelijke humanisme’ van Mandela, King en Gandhi vermoedelijk niet kunnen voorstellen buiten de context van een joodse en christelijke geschiedenis. De conclusie volgt allerminst uit het voorafgaande, een klassieke non sequitur, maar is op zichzelf potsierlijk. Gandhi christelijk of joods…. Je moet het maar verzinnen. Zowel satyagraha als brahmacharya grijpen terug op denkbeelden van duizenden jaren vóór het christendom. Het begrip ahimsa bijvoorbeeld: ‘liefde’ of het afzien van het in woord of daad kwetsen van anderen, of tap: de hitte of koorts die wordt opgewekt door een ascetisch bestaan, door meditatie en contemplatie. Ongetwijfeld zal Gandhi hier en daar iets hebben opgepikt uit christelijke noties, maar toen hem ooit werd gevraagd naar zijn mening over de ‘Westerse beschaving’, antwoordde hij: ‘dat lijkt me een goed idee’.

 

illustraties
Mohandas (Mahatma) Gandhi; bron: thefamouspeople.com; vice.com; biography.com; healthbytes.me