Als je iets of iemand aantreft met eigenschappen die niet stroken met wat je verwacht, gewend bent of geleerd hebt, is er sprake van een cognitieve dissonantie. Tijdens een gesprek waar ik getuige van was, ging het over een persoon die in het nieuws was – ik weet niet meer precies de details. De besprokene bleek joods te zijn. ‘Meen je dat nou?’, zei een van de gesprekspartners,’ik dacht dat het zo’n keurige man was!’. Bingo – klassiek voorbeeld. Ik zal geen namen noemen.

Tijdens mijn studie was het populair om het principe toe te lichten aan de hand van communisten. Ik vermoed dat dit uit een leerboek afkomstig was. Veel mensen zouden zich bij een communist een platpratend, arbeideristisch type voorstellen, slecht gekleed, onbetrouwbaar en opstandig. Een geaffecteerd sprekende communist in driedelig grijs kon niet bestaan. Beginselen van de sociale psychologie.

Ik had onlangs zelf zo’n ervaring. Ik liep rond op begraafplaatsen van de ‘Grote Oorlog’ in Frankrijk en kwam op een groot veld met kruizen in plaats van de gebruikelijke grafstenen. Een plek voor gesneuvelde Duitsers. Door de kruizen heen stonden her en der verspreid toch nogal wat stenen, opvallend door hun afwijkende materiaal en formaat. Nadere inspectie onthulde dat deze stenen bedoeld waren voor joodse soldaten uit het Duitse leger. Je weet uiteraard dat dit de realiteit was, maar toch kreeg ik een schokje – mijn hele leven heb ik Duitsers en joden in tegenover gestelde categorieën ingedeeld, zelfs vijandige, en daar liggen ze pardoes door elkaar, als lotgenoten.

 

Voor de Tweede Wereldoorlog waren Duitse joden doorgaans uitstekend geïntegreerd; toen hier in de jaren dertig joodse vluchtelingen uit het Oosten arriveerden viel het Nederlanders vooral op hoe door-en-door Duits ze waren: blafferig, hoogneuzig. In Amsterdam-Zuid, Beethovenstraat en omgeving, kun je dat soort geluiden nog steeds beluisteren. En joodse jongens in Duitsland hebben dus gewoon meegevochten in 1914 – ’18. Op hun grafstenen staat een ster, een korte Hebreeuwse tekst en ‘gefallen’ (‘gef.’) in plaats van het kruisje bij de datum waarop ze voor het vaderland gestorven zijn. Ik noteerde wat rangen en functies: Fahrer, Landsturmrekrut, Fusilier, Kanonier, Musketier, Leutnant, Gefreiter, Landsturmmann. Niet afwijkend van wat er bij de ‘Christelijke’ Duitsers staat genoteerd. Correct, dus. Niets op aan te merken.

 

Op Franse begraafplaatsen zie je in feite eenzelfde fenomeen: kruizen voor de ‘echte’ Fransen en grafstenen voor de soldaten die uit Afrika kwamen: Arabische symbolen, ook voor Vietnamezen. Misschien zou je juist bij de Fransen een nóg grotere mate van integratie verwachten: alle koloniën werden immers via de direct rule tot Franse provincies omgevormd, met Franse zeden en gewoonten, Frans onderwijs, Frans nationalisme. Alle soldaten hebben een bordje op hun graf: Mort pour la France. Een subtiel onderscheid met soldaten van andere nationaliteiten: Mort pour la patrie. Bij de soldaten uit Afrika blijkt een verder onderscheid: ze waren soms blijkbaar alleen met een voornaam bekend, géén rang, géén legeronderdeel, géén land van herkomst. Integratie met een smaakje, een beetje pijnlijk.

 

Misschien hebben de Britten de beste oplossing voor hun integratieproblematiek gevonden: de vorm van de grafstenen is op hun begraafplaatsen altijd dezelfde. Op de steen de naam (indien bekend), de rang, het legeronderdeel en de sterfdatum. Bij velen een simpel kruis, bij joden een ster en Hebreeuwse tekst.

 

Geen aanleiding tot cognitieve dissonantie.