Johannes Nathan heeft de twijfelachtige eer als laatste misdadiger te zijn opgehangen in Nederland. Hij had zijn schoonmoeder vermoord. Op 31 oktober 1860 stierf hij aan de galg in Maastricht. Hij was dat jaar de derde veroordeelde op wie de doodstraf werd toegepast. Tien jaar later, in 1870, werd de straf in Nederland afgeschaft na een lang en moeizaam debat en in het Wetboek van Strafrecht vervangen door levenslange opsluiting. De doodstraf werd door de meerderheid van de volksvertegenwoordigers beschouwd als ‘wreed en onbeschaafd’, las ik ergens en ik vroeg me meteen af of er ooit nog wel eens wetten worden aangenomen of gewijzigd uit naam van de beschaving. Ik vermoed van niet, wie interesseert zich nog voor beschaving?

Overigens werd de kwestie korte tijd later opnieuw opgerakeld naar aanleiding van de dubbele roofmoord die Hendrik Jacobus Jut samen met zijn verloofde had gepleegd op een bejaarde weduwe en haar dienstmeid in Den Haag. Levenslang was volgens velen niet zwaar genoeg en alom weerklonk – uiteraard vooral in kerkelijke kring – de roep dat Jut moest sterven (‘Kop van Jut’), maar de ‘jutters’ legden het af tegen de ‘niet-jutters’.

Het speelde dezer dagen door m’n hoofd, met name vanwege de executie van Ang Kiem Soei in Indonesië en Charles Warner in Oklahoma, Verenigde Staten – twee van de enkele tientallen onbeschaafde samenlevingen waar deze straf nog onbekommerd voltrokken wordt. Wat me intrigeert is de manier waarop dat gebeurt, in Indonesië door een vuurpeloton, in de Verenigde Staten met gif. Je zult maar beul zijn en ’s avonds aan je familie en vrienden verhalen moeten vertellen over je werkdag. Overigens kan ik me vagelijk uit een documentaire herinneren dat een bekende Amerikaanse beul daar niet de minste moeite mee had: hij doodde uit heilige overtuiging.

Behalve het vuurpeloton en de injectie met gif, heb je de galg., de elektrische stoel en de gaskamer. In Islamitische landen bestaat nog enige variatie, behalve het vuurpeloton ook steniging en onthoofding. Ik begreep uit verhandelingen op internet dat bij voorbeeld in Saoedi-Arabië voornamelijk van die laatste methode gebruik wordt gemaakt. In dat land zijn de strafvoltrekkingen, net als in oorden als Jemen, Syrië en Noord-Korea, in principe openbaar. Er schijnen stadions vol met toeschouwers op af te komen. Dat was trouwens in Nederland precies zo toen daar de doodstraf nog bestond. Doden als volksvermaak. Is dat vandaag de dag niet meer mogelijk?

Ik vraag het me af. Volgens sommige historici en sociologen zouden ‘wij’ tegenwoordig overvallen worden door hevige pijnlijkheidgevoelens – we zouden zo’n executie letterlijk en figuurlijk niet meer kunnen aanzien – met als gevolg dat doodsvoltrekkingen, maar ook andere primaire verrichtingen, achter coulissen verdwenen zijn. Dat zou alles te maken hebben met staatsvormingsprocessen en het monopolie op geweld dat bij de overheid is komen te berusten. Het klinkt geleerd, maar tja, wie zal het zeggen? Het merkwaardige van dit argument is dat die pijnlijkheidgevoelens blijkbaar volkomen willekeurig stoppen aan de grenzen van Saoedi-Arabië en Noord-Korea – niet bepaald samenlevingen die veel essentiële kenmerken met elkaar gemeenschappelijk hebben.

Zou er een verband bestaan tussen de aard van de straf en de mate van technologische en economische ontwikkeling? Bloederig en slordig aan de ene kant en medisch-klinisch aan de andere kant. Dat zou best kunnen. Ik zie het Dodger Stadium of Yankee Stadium eerlijk gezegd nog meteen niet vollopen met een geestdriftig publiek dat naar een steniging komt kijken, of naar een vuurpeloton. Nog niet eens vanwege mogelijke pijnlijkheidgevoelens, maar vanwege de algemene compartimentalisatie van moderne samenlevingen: voor alles een plaats, een plaats voor alles. De dood moet plaatsvinden binnen vier muren, onder strikt gereguleerde condities, met specialisten voor de uitvoering en het toezicht en in het bijzijn van door de wet vastgestelde getuigen. Er wordt een perscommuniqué samengesteld en na afloop lezen we erover in de krant. Al te persoonlijke details worden weggelaten. De dood als routine.

Opwinding ontstaat pas als de ‘normale gang van zaken’ op de een of andere manier verstoord wordt. Dat is in de Verenigde Staten onlangs een paar keer het geval geweest: vorig jaar bij Clayton Lockett en kort geleden bij Charles Warner. De injectie met gif werkte niet goed omdat de autoriteiten niet aan de juiste samenstelling konden komen. Iedereen was zenuwachtig, Lockett kreeg een injectie in een spier in plaats van een ader en hij zou een pijnlijke doodsstrijd hebben moeten voeren die resulteerde met een hartstilstand. Het gif had niet gewerkt zoals het moest. En bij Warner ging het weer mis, in dezelfde gevangenis, met dezelfde autoriteiten. Een executie met gif zou na hoogstens zes of zeven minuten tot de dood moeten leiden, bij deze gevallen duurde het een stuk langer, ruim een kwartier. Hoe het met Ang Kiem Soei is gegaan, weten we niet, maar we kunnen aannemen dat het vuurpeloton directer is: een raak schot betekent onmiddellijke dood.

Een levensechte beschrijving van een executie vind je bij Truman Capote: In Cold Blood, uit 1965. Het boek beschrijft de twee moordenaars van het gezin Clutter uit Kansas; Capote heeft met beiden uitvoerig contact gehad in de gevangenis, vrijwel vanaf de dag dat ze werden gepakt tot hun executie aan toe. Richard Hickock en Perry Smith werden opgehangen en de laatste bladzijden van het boek bevatten het verslag van Hickock’s dood. Een bewaker vraagt hem of hij nog iets te zeggen heeft voordat het vonnis wordt voltrokken. Er was een klein publiek aanwezig, vrijwilligers en bewakers. ‘Ik koester geen wrok’, zei Hickock, ‘Jullie sturen me naar een betere wereld dan de mijne ooit was’. Hij schudde de hand van de politiemensen die hem na de moord hadden opgespoord en gearresteerd. ‘Goed om jullie te zien’, zei hij en Capote vult aan: ‘het was alsof hij de gasten begroette bij zijn eigen begrafenis’. Na een aanwijzing van de beul beklom Hickock het schavot, een almoezenier prevelde The Lord giveth, the Lord taketh away. Blessed is the name of the Lord. Buiten begon het hard te regenen, de gevangene kreeg de strop om zijn nek en een blinddoek voor zijn ogen. Toen het luik openklapte zei de aalmoezenier May the Lord have mercy on your soul. Iedereen keek zwijgend toe hoe Hickock hing te bungelen. Tot de arts de dood constateerde.

De verontwaardiging over de executie van Warner was groot, met name omdat het zo lang duurde. Hij bleef nog een tijd bij kennis en vertelde de getuigen dat hij vijf keer geprikt was. Hij riep: ‘Mijn lichaam staat in brand, niemand moet dit doormaken’. In de executieruimte werd vervolgens de microfoon uitgeschakeld. Warner heeft nog geluk gehad – Hickock werd pas na twintig minuten dood verklaard.

De veroordeelden waren koelbloedige killers die bloedbaden hebben aangericht, dat is zeker. Maar de doodstraf is van hetzelfde kaliber, eveneens te gruwelijk voor woorden. Vorig jaar zijn er in de Verenigde Staten meer dan dertig terechtstellingen geweest. Het is misschien begrijpelijk dat mensen zich druk maken over een paar minuten doodsstrijd te veel of te weinig, maar kan die energie niet beter worden besteed aan de afschaffing van het verschijnsel als zodanig?

 

 

illustraties
strop; bron: dreamstime.com
executie van Marie Antoinette, 16 oktober 1793; bron: en.wikipedia.org