Sommige schrijvers ken je al lang, maar op de een of andere manier zweven ze ergens aan de randen van je bewustzijn. Dat heb je trouwens met musici en componisten en andere kunstenaars net zo. Je hebt wel eens wat van ze gelezen, gezien of gehoord, maar je weet niet meer precies wat, waar en wanneer. Ik had het met Dorothy Parker, nu niet meer.

Je vindt voorbeelden van haar werk in bundels over vrouwenpoëzie, of overzichten van de Amerikaanse literatuur uit de 20ste eeuw. De afgelopen jaren heb ik wel eens een paar van haar korte gedichtjes als ‘handtekening’ onder mijn e-mails gezet. Ik herinner me Unfortunate Coincidence:

By the time you swear you’re his,
Shivering and sighing,
And he vows his passion is
Infinite, undying–
Lady, make a note of this:
One of you is lying.

Of Social Note:

Lady, lady, should you meet
One whose ways are all discreet,
One who murmurs that his wife
Is the lodestar of his life,
One who keeps assuring you
That he never was untrue,
Never loved another one…
Lady, lady, better run!

Typerend die laatste zinnen: het gedicht gaat over een serieuze aangelegenheid, maar door zo’n ‘uitsmijter’ ondergraaft ze gewichtigdoenerij; zelfs als het haar iets zou kunnen schelen, dan nog weet ze dat op die manier te verhullen. Toen haar gedichten begin jaren 1920 verschenen in tijdschriften als Vanity Fair en Vogue, werd er schande van gesproken: het was onvrouwelijke, harde, cynische poëzie… shocking. Het leverde haar trouwens de nodige publiciteit op, haar eerste bundel, Enough Rope, werd een bestseller en sommige regels werden gevleugelde uitspraken in het artistieke milieu. Nog steeds zie je verwijzingen naar dichtregels, zoals bij voorbeeld News Item:

Men seldom make passes
At girls who wear glasses.

Naar aanleiding van de uitgave van haar complete theaterkritieken en boekrecensies die ze schreef voor Vanity Fair en The New Yorker, is over Parker weer veel te doen, onder andere in The New York Review (7 april 2016). Ik heb een aantal recensies opgezocht, haar gedichten weer gelezen en gebladerd door haar korte verhalen—een roman heeft ze nooit geschreven. Thematisch vullen de poëzie en de verhalen elkaar perfect aan. Liefdesperikelen waarbij de vrouwen aan het korte eind trekken en bevreemd raken over het hypocriete, bedrieglijke en lompe gedrag van mannen. Ze maakt gebruik van soliloquies, haar personages praten in zichzelf en onthullen op die manier het drama. In Een telefoontje, bij voorbeeld:

Alsjeblieft, God, laat hem nu bellen. Lieve God, laat hij me nu bellen. Ik zal U nooit meer iets anders vragen, echt niet. Zo veel is het toch niet. Voor U is het een koud kunstje, God, een klusje van niks, niks. Laat hem alleen maar even bellen. Alsjeblieft, God. Alsjeblieft, alsjeblieft, alsjeblieft.

Een ander voorbeeld uit De kleine uurtjes:

Wat is dit nou weer? Waarom is het hier zo aardedonker? Ze hebben me toch niet levend begraven toen ik me even omdraaide, nee toch? Ach, je denkt niet echt dat ze zoiets zouden doen! O, nee, ik weet al wat het is. Ik ben wakker. Dat is het. Ik ben midden in de nacht wakker geworden. Nou nou, is dat niet geweldig, is dat niet ideaal. Twintig over vier, precies, en hier ligt Baby met ogen als schoteltjes.

Het verhaal Big Blonde leverde haar de prestigieuze O. Henry Award op in 1929. Hazel Morse heeft een mislukt huwelijk, haar echtgenoot loopt weg, ze raakt aan de drank en komt in aanraking met (getrouwde) mannen die een flatje voor haar huren en haar eens in de week komen bezoeken om eens flink de bloemetjes buiten te zetten. Bij verschillende apotheken koopt ze flesjes Veronal en werkt alle pillen naar binnen met stevige glazen whisky. De zelfmoord mislukt.

Na twee dagen kwam Mw Morse weer bij, eerst verdoofd, daarna met een dagend besef dat haar vervulde van narigheid. ‘O, God, o, God’, kreunde ze en de tranen die ze huilde voor zichzelf en voor het leven in het algemeen, trokken strepen over haar wangen. (…)
Haar hete, pijnlijke huilbui voelde alsof hij nooit meer zou stoppen.

Het verhaal lijkt autobiografisch, ook Dorothy Parker heeft de ene ongelukkige liefde na de andere achter de rug, raakte aan de drank en deed verscheidene zelfmoordpogingen. Haar gedicht Résumé zegt genoeg:

Razors pain you;
Rivers are damp;
Acids stain you;
And drugs cause cramp.
Guns aren’t lawful;
Nooses give;
Gas smells awful;
You might as well live.

Haar schijnbare cynisme zat haar niet in de weg als ze boeken recenseerde of theaterkritieken schreef. Ze was dodelijk in haar oordeel over nonsens, maar schreef bewonderend over werk van kwaliteit. Holly Golightly, de hoofdpersoon uit Truman Capote’s Breakfast at Tiffany’s, leek haar als lezer een awful pest, maar ze voegde daaraan toe: But that, of course, is no sort of criticism; it is doubtful if Hamlet would have been fun to be with day on day. Het allerbelangrijkste, zegt ze: Truman Capote can write.

Haar besprekingen zijn lichtvoetig en geestig, altijd terzake. Hoogtepunt is de manier waarop ze gehakt maakt van het beroemde Etiquette Boek van Emily Post: de heldinnen van de Amerikaanse Groskamp-ten Have behoren tot het soort mensen dat je nooit en te nimmer in levende lijve wilt ontmoeten. Over de voorbeeldige Mw Wordly, die zich uit alle benarde sociale situaties weet te redden, zegt Parker: The woman will live in American letters. I know of no character in the literature of the last quarter-century who is such a complete pain in the neck.

Dorothy Parker was op jonge leeftijd een gevierd schrijfster, maar raakte na de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid—alsof de wereld waarover ze had geschreven niet meer bestond en niemand meer interesseerde. Maar er is misschien een kentering in zicht. Ze is door haar fans op één lijn gezet met Ernest Hemingway en William Faulkner, zelfs met Jane Austen en Virginia Woolf. Dat lijkt me onzin, dat ben ik eens met Robert Gottlieb in The New York Review. Dorothy Parker heeft meer dan genoeg aan zichzelf, wie haar leest zal geen spijt hebben.

 

illustraties:
Dorothy Parker; bron1: biography.com; bron2: ellenmeister.blogspot.com
Holly Golightly (Audrey Hepburn); bron: www.youtube.com