Drukte

De laatste jaren hoor ik in mijn omgeving mensen steeds meer klagen over de drukte in de stad. Dat zegt wat, want ik ga praktisch alleen maar om met mensen die in het centrum van Amsterdam wonen en die zijn het een en ander gewend. Geen tere zieltjes. Ik merk er zelf ook wel wat van, hoewel ik niet zeker weet of het de drukte als zodanig is, dan wel de veranderingen in de manier waarop de stad gebruikt wordt. Mijn indruk is dat de Amsterdamse binnenstad met toenemende vanzelfsprekendheid beschouwd wordt als een soort pretpark voor jong volwassenen en oudere jongeren. Met borrelboten, bierfietsen, huurfietsen en in grote gezelschappen te voet wordt dag en nacht luidkeels feestgevierd. Als ik mijn voordeur uitkom, wordt mijn aandacht op dwingende wijze getrokken door gillende keukenmeiden en bronstige apen die vanaf hun met drank volgeladen boot iedereen op de gracht toebrullen zoals kleine kinderen naar hun ouders roepen als ze in de draaimolen zitten: ‘Kijk toch! Kijk naar ons! Kijk naar de verschrikkelijke lol die we hebben!’ Aanstekelijk is het allemaal niet, eerder wat treurig en zielig: in Purmerend of Heiloo krijgen ze vast niet de ruimte en mogelijkheden om zich zó als complete idioten te gedragen. En als je niet onmiddellijk enthousiast begint terug te zwaaien, krijg je het voor je kiezen – de één scheldt nog harder en gemener dan de ander: ‘kankerwijf’, ‘kolerelijer’, ‘stinkerd’. Je weet het, de beschaving is al lang geleden uit de openbare Amsterdamse ruimte weggevlucht, maar het wil niet erg wennen.

De klagers over de drukte kregen onlangs een soort officiële bevestiging toen ook de krant erover berichtte. In NRC Handelsblad (23 mei 2014) stond in de kop van een stukje over de ‘uitpuilende stad’ Amsterdam: ‘In het centrum is het stervensdruk’. ‘De stad is bomvol’, beweert de auteur. ‘Lopen er normaal een miljoen mensen rond, in het toeristenseizoen komen er hier 300.000 bij. Op mooie dagen kan dit uitschieten tot 1,5 miljoen’. En hij vraagt zich af: ‘Hoeveel kan de openbare ruimte aan?’.

Goede vraag, dikwijls gesteld, nooit beantwoord.

Wat is ‘drukte’? Het is uiteindelijk toch wat de gek eronder wil verstaan, we beschikken niet over objectieve maatstaven. Ik moet altijd denken aan een vriend uit de Indiase stad Bombay die bij me op bezoek kwam. Ik haalde hem ’s ochtends af van Schiphol, het was zijn eerste keer in het Westen. In de trein heeft hij me drie of vier keer gevraagd wanneer het spitsuur zou beginnen, het was zo leeg op de weg, het was ook zo stil in de stad toen we in het Centraal Station waren uitgestapt. Ik heb hem verzekerd dat hij wel degelijk getuige was van het spitsuur, ook in de stad; hij keek me met open mond aan en kon het nauwelijks geloven. Drukte heeft ook dikwijls een sterke emotionele lading. Indiërs houden doorgaans niet van stilte en eenzaamheid, ze moeten mensen om zich heen, liefst veel en rumoerig, net als Chinezen en andere Oosterlingen.

Mijn oud-collega Allan Jacobs is naar mijn weten een van de weinigen geweest die een poging heeft gedaan drukte te ‘meten’. Zijn werk dateert van de jaren 1990; hij werd bekend door zijn schitterende boek Great Streets, waarin hij probeerde vast te leggen waarom de ene straat zoveel meer gewaardeerd wordt dan de andere. Wat is er zo bijzonder aan de Ramblas, Oxford Street, Piazza del Popolo, Stroget of Broadway? Jacobs ging niet af op indrukken, maar begon te tellen en te meten: de breedte van de straat, de hoogte van de bebouwing, het aantal bomen, zitbanken, de schaal, straatmeubilair, verlichting, de verknoping met de omgeving, de aanwezigheid van verschillende verkeersstromen en wat al niet. Hij heeft de hele wereld afgereisd met zijn meetinstrumenten en komt tot een aantal interessante conclusies – die helaas zijn weggezakt uit het bewustzijn van ontwerpers en architecten. Hij trachtte ook ‘drukte’ in kaart te brengen.

Om tot de kern te komen, telde hij het aantal mensen in een bepaalde straat en keek hij hoe ze zich voortbewogen; hij rekende het aantal voorbijgangers uit per minuut en per meter straatbreedte. Op verschillende tijdstippen van de dag en de nacht. Monnikenwerk. Hij vond dat de Via dei Giubbonari (Rome) en Stroget (Kopenhagen) hoog scoorden: respectievelijk 17 en bijna 15. Met zulke aantallen is er sprake van een ‘sense of crowding’, wat hij afleidt uit het feit dat mensen elkaar in de weg lopen en dat alle snelheden van wandelen niet onbeperkt mogelijk zijn. Maar zelfs temidden van die drukte konden mensen zich vrijelijk bewegen, heen en weer lopen, met elkaar overleggen – dat gold zelfs voor moeders met kinderwagens. Jacobs heeft zijn waarnemingen van straten in Londen, Rome, Barcelona, San Francisco, Edinburgh en Kopenhagen als bijlage in zijn boek opgenomen.

Ik heb zelf ook wel eens staan turven. Samen met Kees Tamboer vergeleek ik de drukte in de Amsterdamse Staalstraat met die in de Oude Hoogstraat – beide drukke straatjes waar voetgangers en fietsers een eeuwig gevecht op leven en dood voeren. Per uur telden we in de Staalstraat, op een mooie zomerse dag, vroeg in de middag, ruim 1200 voorbijgangers en te zien aan hun manier van lopen zou je zeggen dat ze over het algemeen geen ‘sense of crowding’ kenden. ‘Ze lopen alsof het zo hoort, kijken niet op of om’, schreven Tamboer en ik. In de Oude Hoogstraat was het aanzienlijk drukker: ruim 2200 voorbijgangers per uur, maar ook hier geen tekens van stress – behalve bij fietsers. We rapporteerden erover in ons boek De straat op!, gepubliceerd bij uitgeverij Boom. Mijn latere pogingen om de drukte te meten in Bombay moest ik staken, er was geen schijn van kans dat ik zelfs maar bij benadering een realistische schatting kon maken van de aantallen mensen op straat. Overweldigend.

Zijn de grenzen bereikt van de drukte in Amsterdam? Dat is wat de woordvoerder van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad beweert in het artikel van NRC Handelsblad. Misschien is voor hem de maat vol, maar hij maakt zich er wel gemakkelijk van af. Voordat je de drukte in een stad als Amsterdam écht in kaart hebt gekregen, moet er nog heel wat denkwerk en meetwerk worden verricht, dunkt mij. Ik zou eerst maar eens beginnen met turven.

By |2017-01-20T17:05:37+00:00dinsdag 27 mei 2014|Categories: Blog|Tags: , , , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Drukte