Het gebied dat de Verenigde Arabische Emiraten heet, was minder dan honderd jaar geleden een woestijndynastie waar opvolgingsproblemen werden opgelost door meervoudige broedermoord. Vandaag de dag gaat het anders. Sjeik Mohammed, heerser van Dubai, heeft zijn positie weten te vestigen door karakter en prestaties, zoals dat heet. Na zijn militaire opleiding in Aldershot werd hij op 28-jarige leeftijd Minister van Defensie. Hij deed van zich spreken door zijn onderhandelingen met vliegtuigkapers, die Dubai kozen als favoriete uitwijkhaven. Hij wist ze dikwijls te bewegen naar Libië door te vliegen, waar ze werden vrijgelaten. Thuis is hij – net als zijn broers – een enthousiaste paardenfokker en hij is verreweg de beste ruiter van de familie. Bovendien schrijft hij gedichten in het Nabati-dialect en volgens zijn eigen website staat hij daarin op eenzame hoogte.

Wie ferm is triomfeert
en vecht voor de goede zaak

Bij galagelegenheden, zoals de beroemde Dubai World Cup (paardenrennen), wordt deze poëzie publiekelijk gedeclameerd. In 1995 werd Mohammed kroonprins van Dubai, in 2006 officiële machthebber.

Dubai heeft minder olie dan zijn buren, de economische groei wordt uit andere bronnen geput. Mohammed heeft zijn kaarten gezet op financiële dienstverlening en toerisme. Een tweede Singapore, op de grens tussen Europa en de Islamitische wereld, gekenmerkt door politieke stabiliteit en een gunstig klimaat voor alle mogelijke en onmogelijke vormen van bedrijvigheid. Taxfree winkels, afwezigheid van straatcriminaliteit, geen enge ziekten en ’s winters altijd mooi weer. Sinds jaar en dag favoriete woonplaats van de zware jongens uit Bombay en gokcentrum – van hieruit wordt het cricket in India en Pakistan gecorrumpeerd en, via de zogenaamde gokchinezen, de voetbalcompetities in Zuid-Europa.

Net als de oude Egyptische vorsten of – recenter – dictators als President Nursultan Nazarbayev en Nicolae Ceaušescu, accentueert Mohammed zijn plannen met het neerzetten van zoveel mogelijk bouwwerken. Hij heeft Dubai ermee op de kaart gezet, letterlijk en figuurlijk. De Burj Al Arab (in de vorm van een zeilschip), het Palm Jumeirah Hotel, de skischans in de woestijn, de grootste winkelcentra van de wereld, de hoogste gebouwen, Atlantis, de langste torens, nog grotere hotels, nog grotere winkelcentra, nog hogere gebouwen. Het gaat allemaal zo snel, óók de aankondigingen, dat je niet weet of de projecten al zijn gerealiseerd of dat ze in het planstadium zijn blijven steken en alleen op internet en in folders circuleren. Het Atlantis Hotel kostte anderhalf miljard dollar en bestond uit gigantische zeeaquaria en kamers met zicht op haaien. Bij de opening werden tweeduizend gasten ingevlogen – er waren optredens van wereldberoemde artiesten en een vuurwerk dat tien keer zo groot was als dat van de Olympische Spelen in Beijing. Uitgaven: bijna tienduizend dollar per gast.

 

In The New York Review of Books (5 juni 2014) wordt het boek van Rowan Moore besproken (Why We Build) waarin een verslag staat van die gebeurtenissen. Per helicopter werden de gasten over het Palmeneiland gevlogen en, zoals Moore schrijft: het Google-gezichtspunt vanuit de lucht is indrukwekkend. Van dichterbij vergaat je de lach. Het eiland is – met behulp van Nederlandse waterbouwkundigen – aangelegd om de 70 kilometer strand van Dubai uit te breiden: er kwam 40 kilometer bij. Volgens de projectontwikkelaar waren alle achtduizend woningen op het eiland binnen 48 uur uitverkocht, tot prijzen van om en nabij acht miljoen dollar. Op het eiland staan veertig hotels, waaronder het Jumeinah Hotel in de vorm van een golf. Als je door de straten rijdt, zegt Moore, zie je voornamelijk hoge muren om de woningen waarachter de miljonairs zich hebben verschanst. Van de zee zie je eigenlijk niets.

Door de snelheid waarmee Sjeik Mohammed bouwt, loopt niet alles zoals het zou moeten. In plaats van riolering zijn septische tanks geplaatst en deze moeten worden geleegd bij de Al-Aweer zuiveringsinstallatie, in de woestijn, richting Oman. De installatie kan het niet aan met als gevolg dat de chauffeurs van de tankwagens, vrijwel allemaal Indiërs en Pakistani, uren in de file moeten staan – de brandende woestijnzon is zelfs voor deze werkers teveel. Dus worden de tanks ’s nachts geleegd in de kanalen die voor de afwatering van regen bedoeld zijn. Alles komt in zee terecht. De eigenaar van een jachtclub werd gealarmeerd door de stank en de smerige aanslag op zijn smetteloze boten. Hij nam ’s nachts foto’s van de illegale lozingen. Gevolg: chauffeurs die betrapt werden kregen draconische straffen – aan het euvel zelf, een tekortschietende infrastructuur, werd niets gedaan.

 

Het belicht ook de positie van de arbeidsmacht in de Emiraten: de meeste arbeiders hebben wurgcontracten die grenzen aan slavernij. Hier en daar zijn stemmen opgegaan om architecten ertoe over te halen hun opdrachten terug te geven zolang deze mensonterende uitbuiting niet verbetert. Het zou niet onopgemerkt blijven als prominenten zoals Norman Foster, Frank Gehry, Jean Nouvel en anderen hun stem zouden verheffen. Tot nu toe geen resultaat. In het naburige Qatar bouwt de beroemde Zaha Hadid aan het Al Wakrah-stadion voor de Wereldkampioenschappen voetbal in 2022. Alleen al bij de bouw van dit project vielen meer dan duizend doden. ‘Ik heb niets te maken met bouwvakkers’, liet Hadid desgevraagd weten, ‘het is niet mijn werk als architect om daar iets aan te doen’.