Gooische vrouwen in Amersfoort—het schijnt ernstig te zijn. Dat valt op te maken uit een reportage in NRC Handelsblad (25, 26 juni 2016) waarvoor tussen de vele pagina’s Brexitnieuws blijkbaar nog een gaatje te vinden was. Ik ben analfabeet op het gebied van de Nederlandse populaire cultuur, mij zegt de verwijzing naar Gooische vrouwen tenminste helemaal niets. In het stuk wordt geen toelichting gegeven, het gaat over Vathorst, een Vinexwijk bij Amersfoort. Daar eindigen meer huwelijken in scheiding dan gemiddeld in Nederland. Ruim de helft van de huwelijken in Vathorst loopt spaak, lezen we. Op initiatief van een Christelijke politieke partij gaat de gemeente Amersfoort daar iets aan doen—de stad ligt tenslotte tegen de Bible Belt aan, Sodom en Gomorra kunnen ze er niet gebruiken. Gooische vrouwen? Blijkbaar voor insiders.

Wat de gemeente Amersfoort gaat ondernemen, blijft in het artikel zorgvuldig verborgen. De auteurs melden alleen dat een Christelijke kerk zich in het gemeenschapsleven van Vathorst gaat storten. De kerkvaders hebben hun kantine openbaar gemaakt en door blankhouten bordjes wil men de bezoekers doordringen van Christelijke waarden, zoals daar zijn: vrede, geduld, vriendelijkheid, liefde, zachtmoedigheid, vreugde, geloof, goedheid, zelfbeheersing. De journalisten krijgen te horen dat de kerk iedere week voller is. Er zijn nu al drie diensten per zondag en de gemiddelde leeftijd is eenentwintig jaar. Alle reden tot optimisme.

Waar komt het hoge echtscheidingspercentage vandaan? In de reportage komt één zegsman aan het woord die een kant-en-klare analyse presenteert. Het is typisch voor een Vinexwijk, zegt hij, dat alle aandacht uitgaat naar ‘bezit’, er wordt veel geroddeld, mensen kijken niet naar elkaar om, alles draait om status. Van die dingen. ’s Ochtends vroeg trekken de mannelijke kostwinners de wijk uit, op weg naar hun werk, de vrouwen blijven achter om voor de kinderen te zorgen of vertrekken naar hun eigen baan. Er blijft geen tijd over voor elkaar en binnen de kortste keren stapelen de huwelijksproblemen zich op. Het prototype van de inwoner van Vathorst: jong gehuwd, dure auto, hard werken om het dure huis te bekostigen, een kind, relatietherapie en dan toch scheiden. Huis verkopen, dieper in de schulden, op naar de volgende Vinexwijk. Wie wel eens door zo’n wijk heeft gelopen, met al die borden Te koop in de voortuintjes, kan het verhaal uittekenen, het is geen exclusief Vathorst- of Amersfoortverschijnsel.

Contouren van de problematiek tekenden zich af in de jaren zeventig, toen de Nederlandse steden leegliepen en de stedelingen zich massaal op het platteland vestigden in de nieuwbouwwijken die overal verschenen. In de Derde Nota Ruimtelijke Ordening, de voorloper van de latere Vierde Nota Extra, waar de aanduiding Vinex vandaankomt, werd al aandacht geschonken aan de positie van jonge gezinnen en met name de rol van vrouwen daarbij. Kwamen die in een isolement terecht na hun vertrek uit de stad? Er bestonden uiteenlopende opvattingen over. De stedenhaters zeiden dat vrouwen en kinderen er alleen maar op vooruit konden gaan omdat ze in aanzienlijk betere woonomstandigheden kwamen te verkeren dan ze in hun benauwde grotestadsflatjes gewend waren. Voor mannen was het een stuk moeilijker, want die kregen te maken met extra reistijd. In de jaren zeventig maakten weinig mensen zich nog zorgen over het forensen van vrouwelijke werknemers, het verschijnsel bestond nauwelijks. Aan de andere kant werd erop gewezen dat juist door deze constellatie vrouwen terechtkwamen in een verarmde sociale omgeving. Geen winkels in de buurt, slecht of zelfs onbestaand openbaar vervoer. Gedoemd zich te voegen bij een ‘achterlijke’ dorpsgemeenschap.

De term groene weduwe kwam in zwang om deze misstand aan te geven; naar het middel van de echtscheiding werd niet zo snel gezocht, maar vrouwen kwamen in bosjes bij de dorpsarts om recepten voor valium en andere kalmerende pilletjes. Drankmisbruik greep om zich heen, seksuele avontuurtjes moesten voor afleiding zorgen. Onder vertegenwoordigers deden hitsige verhalen de ronde. Ik heb over het fenomeen geschreven, steunend op mijn eigen onderzoekservaring naar de (Rotterdamse) ‘import’ in een klein dorp in de Alblasserwaard. Ik meende dat er vooral van een bepaald soort isolement sprake was: vrouwen in de nieuwbouwwijk zaten niet verlegen om contacten als zodanig, maar om veelzijdige contacten. Je kon de godganse dag met wel honderd buurvrouwen kletsen, het probleem was dat het altijd over de kinderen ging of over het huishouden en de financiële problematiek van het wonen in een (te) duur huis. Het geëigende bouwsel van de nieuwbouwwijk is de zogenaamde doorzonwoning, in feite een doorkijkwoning. Betty Friedan had de  situatie van de Amerikaanse suburbs halverwege de jaren zestig beschreven, The Feminine Mystique,  het model van de Nederlandse toestand van tien of vijftien jaar later: Er zijn  geen echte muren of deuren; in haar prachtige electronische keuken is een vrouw nooit van haar kinderen gescheiden. Ze hoeft zich nooit een ogenblik alleen te voelen, hoeft nooit op zichzelf te staan. In die lawaaierige doorkijkhuizen kan zij haar eigen identiteit vergeten. Iedereen kijkt je voortdurend op de vingers, je bent ten prooi aan een strikte sociale controle.

Vinexwijken liggen, per definitie, dichter bij een stad dan de nieuwbouwwijken van de jaren zestig en zeventig, en het openbaar vervoer zou inmiddels fatsoenlijk geregeld moeten zijn, ook al is dat in de praktijk misschien gebrekkig of afwezig. Toch lijkt er een sterk overeenkomstige problematiek te bestaan. Mede omdat de ontwerpers en projectontwikkelaars vrijwel nooit kunnen kiezen  wat voor soort wijk ze eigenlijk bouwen: een stadswijk of toch een dorpsgemeenschap. De relatie met de natuur wordt zwaar benadrukt, in Zwolle bezocht ik een wijk waar alle straten naar mossen waren genoemd, een andere wijk naar grassen of zeggen. Je vond er ook wijken van oude ambachten, dijken, grienden, schaapskooien. Pre-industrieel Nederland van Dik Trom, Jet en Gijs. Hier en daar kom je op een brede allee met ventwegen, fietspaden en trottoirs, waar deftige herenhuizen op uitkijken. De weg is een paar honderd meter lang en loopt van niks naar nergens.

Ik las in het plaatselijke Vinexpress van de Zwolse wijk een ingezonden brief. De schrijver wijst op toenemende drukte en volle parkeergarages. Bij deze groei bekruipt mij een gevoel van onbehagen. Claustrofobie wil ik het nog net niet noemen maar het gevoel ‘opgesloten te raken’ in de wijk neemt toe. In het blad wordt ruime aandacht geschonken aan de stress die de aanwezigheid van jonge gezinnen met zich meebrengt. Oorzaken: hoge woonlasten en isolement van veel jonge moeders. Huiselijk geweld is een van de treurige resultaten. In Zwolle zag ik geen kerkelijk initiatief om met zalvende praatjes het echtscheidingspercentage te drukken. Ik zag iets anders: in het plaatselijke winkelcentrum hingen advertenties voor modern scheiden. Een scheidingsmakelaar biedt deskundig advies bij het opstellen van ouderschapsplannen en alimentatiekwesties, wonen en hypotheek. Misschien kan de gemeente Amersfoort een excursie organiseren voordat er nog meer kerkbezoek wordt gestimuleerd. In Zwolle luidde het motto: scheiden is ook een nieuw begin.

 

illustraties
Foto’s van diverse Vinexwijken; alle genomen door Lodewijk Brunt (copyright)