Een # in de Review

Ik schat dat ruim tien procent van alle pagina’s van het tweewekelijkse tijdschrift The New York Review of Books wordt beslagen door advertenties van universitaire uitgeverijen. Soms wat meer, soms wat minder. Een paar recente nummers: dat van 10 oktober telde 90 pagina’s en had bij elkaar twaalf pagina’s van zulke advertenties, het nummer van 20 september had er vijfenhalf op 80, het komende nummer van 9 november heeft er achtenhalf op 60. Niet de eerste de beste uitgeverijen, maar reuzen, zoals Chicago, Columbia, Harvard, Princeton, Yale, MIT, Cambridge (UK), Toronto. Daarnaast brengt het tijdschrift uiteraard nog andere boekenadvertenties, van Penguin, van de eigen uitgeverij, van een reeks verenigde kleinere uitgeverijen. Bij elkaar een indrukwekkende macht—het ligt voor de hand dat de Review zonder die advertenties niet zou kunnen bestaan en zeker niet in deze vorm.

Waarom dit rekenwerk? Net als veel andere mensen was ik geschokt door het bericht dat hoofdredacteur Ian Buruma, die nog maar net in functie was, het veld moest ruimen. Of had hij zélf ontslag genomen? Erg duidelijk is het niet… voor eenvoudige abonnees als ik tenminste. In het laatste nummer staat een nogal verdekt opgestelde verklaring van de Editorial Staff. Men heeft begrip voor de zorg die alom geuit is over de gang van zaken, speciaal ook door de vele tientallen medewerkers die zich tot het blad hebben gewend… to express their dismay. Buruma was een uitstekende hoofdredacteur, schreven die medewerkers (bij elkaar een excellent gezelschap), die de hoogste intellectuele standaarden heeft gehandhaafd. Het blad laat weten dat de uitgever, Rea Hederman, zal blijven vasthouden aan de redactionele onafhankelijkheid. Het vertrek van Buruma was uitdrukkelijk géén… response to outrage over Reflections from a Hashtag, verschenen in het nummer van 11 oktober 2018. Was het dan toch de druk die zou zijn uitgeoefend door de gezamenlijke universitaire uitgeverijen, zoals je hier en daar kon lezen? Het zou zo maar kunnen, gezien het enorme commerciële belang dat zij vertegenwoordigen; maar aan de andere kant: als dat zo was, dan valt zo’n pressie toch óók onder die outrage?

Hoe dan ook: zonder de bijdrage van Jian Ghomeshi in het nummer van 11 oktober 2018 zou er niets zijn gebeurd. Hij schreef Reflections from a Hashtag, afgedrukt over zeven kolommen. Al vóór het blad op de schappen lag, was er veel over te doen; onder andere door een interview met Ian Buruma waarin hem het vuur aan de schenen werd gelegd. Waarom een stuk publiceren van een zo’n verachtelijk schepsel? Wist Buruma dan niet dat de man was aangeklaagd voor geweld tegen vrouwen? Zo iemand geef je toch geen ruimte en al zeker niet in een prestigieus blad als de Review! De hoofdredacteur hield zich nogal gedeisd, hij wees erop dat Ghomeshi weliswaar was aangeklaagd, maar dat hij door de rechter was vrijgesproken. Het was niet aan Buruma om op de plek van de rechter gaan te zitten en hij kon geen oordeel uitspreken over de inhoud van de zaak. Waar het hem om ging, zei hij, was dat er in het omstreden stuk aspecten van een typische #MeToo-kwestie werden belicht die je zelden of nooit ergens anders aantreft: wat zijn de (persoonlijke) gevolgen voor de beschuldigde nadat hij publiekelijk aan de schandpaal genageld is?

 


Ian Buruma, hoofdredacteur, geen rechter.

Ik kan daar in meegaan. Ghomeshi laat zien dat zijn vrienden en kennissen hem bijna allemaal de rug hebben toegekeerd, dat hij zijn baan kwijt is en inmiddels ook zijn geld. Hij is in één klap persona non grata geworden, niet alleen in Canada waar hij woonde en werkte, maar ook in de Verenigde Staten. Wat is er aan de hand? Hij was een bekende programmamaker voor de CBC, de Canadian Broadcasting Corporation, de Canadese publieke omroep. Hij was de bedenker en de ‘stem’ van het programma Q, waar vooraanstaande schrijvers en andere vertegenwoordigers van de scheppende en uitvoerende kunsten door hem werden geïnterviewd—dat schijnt hij op een bijzonder sympathieke manier te hebben gedaan, hij had vele honderdduizenden vaste luisteraars. Vlak voordat de #MeToo-beweging zich wereldwijd manifesteerde, trad een paar vrouwen in de openbaarheid om deze populaire en beroemde radiopersoonlijkheid te beschuldigen van aanranding en sexual harassment. Een schok, want juist van zo’n professionele en sympathieke interviewer zou je dat totaal niet verwachten. Blijkbaar. De zaak hield de Canadese gemoederen langdurig en heftig bezig. Eén van de vrouwen was lid van zijn productieteam, hij zou haar verschillende keren hebben vernederd. CBC trok de handen van hem af; hij werd ontslagen.

 


Jian Ghomeshi, beschuldigd, schuldig?

Maar de rechtszaak die volgde was misschien nog een grotere schok, zij het voor een ander deel van het publiek: Ghomeshi werd vrijgesproken. Zijn advocate liet zien dat sommige getuigenverklaringen ‘gecontamineerd’ waren, de vrouwen in kwestie hadden elkaar in de periode voor de zitting duizenden emails gestuurd om tot een gezamenlijke strategie te komen … ‘deze lul te gronde te richten’. Een ander had gelogen en de politie iets anders verteld dan de rechtbank. Opzienbarend was dat de vrouwen die de zwaarste beschuldigingen inbrachten geen reden hadden gevonden om na de veronderstelde aanrandingen en andere vormen van lichamelijk geweld het contact met Ghomeshi te verbreken. De vrouw die hij bijna gewurgd zou hebben, prees hem de volgende dag om zijn ‘zachte handen’ en de vrouw die hij aan haar haren door het huis gesleept zou hebben, stuurde hem na afloop een verleidelijke foto van zichzelf in een gewaagde bikini.

 


Ghomeshi en advocate, vrijgesproken.

Na de vrijspraak kwam Ghomeshi tot een regeling met CBC, maar zijn positie was kennelijk desondanks onhoudbaar geworden. Wat me het meest getroffen heeft in Ghomeshi’s Reflections is zijn observatie dat hij in de loop van de tijd overladen is met beschuldigingen die afkomstig zijn uit totaal andere gevallen van seksuele misdaad, hij krijgt alle modder die in #MeToo-kwesties van Weinstein c.s. naar boven is gekomen, ook over zíjn hoofd uitgegoten*). Overigens lijkt hij mij geen aangenaam heerschap. Uit zijn stuk doemt een arrogante ijdeltuit op die zich maar al te goed bewust is van het feit dat niet alleen macht, maar ook beroemdheid ‘erotiseert’. I craved the interest of women. Dating and having sex became another measure of status … the women I was with were the true gauge of success. Als het bij al die moghuls uit Hollywood en de grote tv-maatschappijen om macht draaide bij de gevallen van sexual assault—als je mij m’n zin niet geeft krijg je geen baan, of word je ontslagen—gaat het bij volkshelden als Ghomeshi, een player noemt hij zichzelf, om de roem. Het is blijkbaar woest aantrekkelijk om in het gezelschap van zo’n icoon te worden gezien en je door hem het bed in te laten praten. Het gaat niet zozeer om baantjes als om status, seksuele marktwaarde. Het verschijnsel kennen we ook uit andere sectoren. Ik las bij Hugo Camps een passage over de voetbalwereld (NRC Handelsblad, 6,7 oktober 2018): Sommige dames—al dan niet in de slangenhuid van golddiggers—laten zich graag opnemen in de dampkring van roem, geld en seks. Ze ontplooien achteloos hun wapenarsenaal van verleiding. Een klemmende vraag is: werkt het andersom ook zo? Heb  je veel mannelijke groupies die gillend op de stoep staan bij vrouwelijke beroemdheden?

Als je de ingezonden brieven leest die over Reflections naar de Review zijn gestuurd (het zullen er aanzienlijk meer zijn geweest dan de stuk of dertig die de redactie heeft afgedrukt), slaat de schrik je om het hart. Alsof er helemaal geen rechtszaak is geweest, wordt Ghomeshi afgeschilderd als een zware misdadiger, met Ian Buruma als zijn handlanger. Mensen zeggen blijkbaar in groten getale hun abonnement op (ik ben écht benieuwd of ze daadwerkelijk abonnee waren; helaas is de redactie zo fatsoenlijk om daarover geen mededelingen te doen), en schilderen de Review af als een groezelig pornoblaadje. #MeToo heeft geleid tot een absolute scheiding der geesten, lijkt het, waartussen geen nuance meer denkbaar is. Alleen al een beschuldiging van seksueel wangedrag is genoeg om iemand uit de wereld te verbannen en waag het niet om daar enige twijfel bij te koesteren.

 

*) na het schrijven van dit stukje las ik in de krant over eenzelfde mechanisme. Het is dus niet gebonden aan een bepaalde persoon of wat hij zou hebben gedaan: iedereen die van vunzigheid wordt beschuldigd, al dan niet veroordeeld, krijgt het stempel ‘Weinstein’ opgedrukt. Zie NRC Handelsblad van 20,21 oktober 2018. Shirin  Musa beschuldigde de voorzitter van Vobis/Hindustani —door de rechter vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs in een verkrachtingszaak—desondanks van  verkrachting en vindt het blijkbaar ridicuul of erger dat hij is vrijgesproken. In een tweet stelt ze de omstreden voorzitter op één lijn met Weinstein.

illustraties

Ian Buruma; bron: welt.de en weeklystandard.com
Jian Ghomeshi; bron: business.financialpost.com en cbc.ca

By |2018-10-22T09:42:36+00:00zaterdag 20 oktober 2018|Categories: Blog|Tags: , , , |Reacties uitgeschakeld voor Een # in de Review