De slachtoffers van schietpartijen op school waren het kanonnenvoer van een dolgedraaide infanterie. Deze typering is van Doreen St Félix, ze schreef naar aanleiding van de situatie bij de STEM School Highlands Ranch, Colorado, waar afgelopen najaar de vijfendertigste aanslag op een school in de Verenigde Staten plaatsvond (The New Yorker, 10 mei 2019). De frequentie van school shootings is inmiddels zo hoog opgelopen, aldus de auteur, dat er bij het tv-nieuws een eigen journalistiek genre is ontstaan om deze dramatische gebeurtenissen te verslaan. Iedere schietpartij wordt als een ‘verhaal’ gereconstrueerd, met een lijst van hoofdrolspelers en bijrollen—de schutters schrijven uiteraard hun eigen scenario’s. De overlevers krijgen een heldenstatus en spelen de verbijsterde ooggetuigen, of zoals St Félix het zegt: they give a performance of disbelieve, throwing their hands up, powerfully expressing inarticulateness.

Voor de dodelijke slachtoffers zijn afzonderlijke ceremonieën ontwikkeld. Een student van de University of North Carolina in Charlotte werd een dag of tien geleden neergeknald nadat hij volgens enkele overlevenden had geprobeerd de aanvaller in de collegezaal onschadelijk te maken. De voormalige doelman uit het voetbalelftal van zijn middelbare school werd, als beloning voor zijn heldhaftige gedrag, met militaire eer begraven. Op de STEM-school speelde zich iets dergelijks af: een leerling had zich op één van de twee schutters gestort in een poging het leven van zijn klasgenoten te redden. Hij werd geëerd met plechtige nachtwakes waar de hele schoolgemeenschap aan deelnam.

Het klinkt misschien wat cynisch, maar zo is het niet bedoeld: schietpartijen op scholen, kerken, moskeeën, stadions, vliegvelden, stations, nachtclubs zijn bijna ‘normale’ verschijnselen geworden, onderdelen van de dagelijkse routine, zeker in landen als de Verenigde Staten waar iedere idioot legaal kan beschikken over een wapenarsenaal om een hele stad mee uit te roeien. Er is kennelijk behoefte aan koele analyses van wat er in feite gebeurt, om door de wollen dekens van verwarring en verdriet heen te kunnen dringen. Nog niet zo lang geleden las ik—ook in de onvolprezen The New Yorker (8 april 2019)—het aangrijpende verslag van de gebeurtenissen die zich vijf jaar geleden voordeden bij de Franklin Regional Senior High in Murrysville, Pennsylvania. Een zestienjarige leerling kwam ’s ochtends op school met in zijn rugzak twee vlijmscherpe slagersmessen uit de keuken van zijn ouders. Hij was geheel in het zwart gekleed en had een lege uitdrukking op zijn gezicht. Net voordat de lessen begonnen, stak hij twee medeleerlingen neer en drukte hij het brandalarm in. Overal vandaan stroomden er leerkrachten en leerlingen de gang in, waarop de jongen zich met maaiende armen door de menigte drong met in iedere hand een mes waarmee hij wild om zich heen stak. Een meisje verklaarde dat ze opeens voelde dat haar lippen niet meer in haar gezicht zaten en iemand anders vertelde dat er een straal bloed uit hem spoot na een forse steek in zijn buik.

Op school wist iedereen dat je bij een ‘rood alarm’ naar het klaslokaal moet rennen om je daar op te sluiten. In één klas had een docente de tegenwoordigheid van geest om 911 te bellen: een van haar leerlingen was in de maagstreek gestoken en ze vroeg zich wanhopig af wat ze kon doen om hem te redden. De ontvanger vroeg naar bijzonderheden en naar de mogelijkheden  om de bloeding te stelpen. Ze vond een stapeltje papieren handdoeken die ze op de wond drukte. Dat helpt, zei haar gesprekspartner. Als het bloed er doorheen sijpelt, moet je die handdoeken er op laten zitten, zoek andere dingen die je er bovenop kunt leggen.

 


Stop de bloeding

Na vijf minuten kreeg de docente te horen dat de aanvaller gegrepen was, maar dat ze met al haar leerlingen in de klas moest blijven. En vooral doorgaan met het stelpen van de wond, er zou weldra hulp komen. Terwijl ze bleef stelpen, praatte ze met de bloedende jongen. Mooie ervaring, zeiden ze tegen elkaar, die kunnen we nog wel eens gebruiken voor een schoolproject. De jongen vermoedde dat zijn moeder een paniekaanval zou krijgen als ze wist wat er aan de hand was. Dat zal best, antwoordde de juf, ik had ook niet kunnen dromen dat ik dit ooit had moeten doen.

Elders in het gebouw speelden zich soortgelijke taferelen af. Gracey zag een jongen naast haar instorten, hij had een enorme jaap over zijn onderbuik en ze kreeg van iemand een stapeltje papier in de hand gedrukt waarmee ze het bloed probeerde te stelpen. Ze oefende flink kracht …. teveel? De jongen begon plotseling over te geven en een stuk van zijn lever blubberde uit de wond. Gracey werd misselijk en liet los. Het bloed begon weer te gutsen. Een andere leerling nam het van haar over.

Het aantal van dit soort incidenten neemt niet alleen steeds maar toe, dat geldt ook voor de ernst van schade die wordt aangericht. In 1999 vond de beruchte aanval op de Columbine High School plaats: dertien doden, vierentwintig gewonden. In 2017 was het muziekfestival in Las Vegas aan de beurt: achtenvijftig doden, achthonderdeenenvijftig gewonden. De aanvaller schoot met een AR-15 aanvalsgeweer dat kogels afschiet met zo’n snelheid dat je botten al verbrijzelen bij een schampschot. Na de schietpartij in de Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida—zeventien doden, zeventien gewonden—werd een slachtoffer onderzocht door een chirurg die vaststelde dat er minstens één orgaan totaal aan barrels was geschoten, nothing left to repair.

Zo langzamerhand is het besef doorgebroken dat veel van de dodelijke slachtoffers zijn gevallen door bloedverlies. Als gevolg van de speciale stituatie bij een aanslag, kunnen ze niet op tijd worden geholpen terwijl het stelpen van een wond vaak levensreddend is. Maar de politie laat niemand toe, het aantal slachtoffers is omvangrijk, de paniek is enorm, er is geen beginnen aan. Niet altijd doortastende docenten of slimme medescholieren die doen wat er gedaan moet worden. De oplossing bij bloedende wonden is dikwijls de tourniquet, het knelverband dat al in de zeventiende eeuw werd gebruikt op de slagvelden. Dit eenvoudige middel maakt nu een come back door in de Verenigde Staten, de CAT oftewel, de Combat Application Tourniquet, met als motto Can Save Your Life.

 


De traumachirurg geeft instructie

In Nederland heeft traumachirurg Leo Geeraerdts (Vrije Universiteit, Amsterdam) er een Nederlandse versie van gemaakt. Gemotiveerd door de aanslagen in het Brusselse Zaventhem en in Sint-Petersburg. In De Telegraaf werd hij geciteerd: Er zijn zoveel terroristische aanslagen op dit moment. Het kan vrij lang duren voordat hulpverleners bij de slachtoffers kunnen komen, omdat de situatie eerst veilig moet zijn. Om die tijd te overbruggen, moeten omstanders in actie komen. Of zoals het thema in The New Yorker werd aangeduid: Turning Bystanders Into First Responders.

Vroeger had je EHBO-cursussen en veel mensen hebben zo’n cursus als vanzelfsprekend gevolgd. Het is tijd voor een nieuwe cursus EHBA: Eerste Hulp Bij Aanslagen. Er is een ander tijdperk aangebroken, het scheelt maar één letter.

 

illustraties
Traumachirurg Leo Geeraerdts; bron: foto uit De Telegraaf
tourniquet; bron: en.wikipedia.org