Gentrification in de oude buurten?

In het Amsterdamskatern van NRC Handelsblad (8, 9 december 2018) las ik een uitbundig geïllustreerde bijdrage over een nieuwe ontwikkeling in de stad. Tja, dat moet ik bijhouden, stedelijke dynamiek hoort bij mijn oude vakgebied. Het gaat om de snelle verspreiding van ‘hippe, trendy aangeklede restaurantjes’ in de stad, ten overvloede nog eens aangeduid als een ‘trend’. Zaken die zich als horecaklonen in de stad vestigen. Wat de auteur met dat woord bedoelt is me niet duidelijk, maar ter toelichting schrijft hij: Wie zo’n plek bezoekt, kan gevoelens van lichte desoriëntatie ervaren, die je ook wel eens op een vliegveld of in de Starbucks hebt—waar ben je ook alweer? De kern van de zaak is dat het maar om een beperkt aantal restaurants gaat die zich over een reeks van locaties manifesteren, ketens dus. De stad wordt groter en het is niet meer zo dat een restaurant maar één locatie hoeft te hebben, zegt een ondernemer tegen de verslaggever. In horecajargon gaat het om conceptje knallen, aldus nog steeds de ondernemer: je loopt binnen en ziet gelijk wat je hier krijgthet werkt goed als je restaurant duidelijk te definiëren is; zo hebben we jonge Amsterdammers achter de bar; een beetje ruw, met zichtbare tattoos en zwarte kleding. Een soort Febo-filialen dus, alleen op restaurantniveau. Is de ene zaak vol, dan loop je binnen een minuut of wat naar een van de andere locaties.

 


Je ziet gelijk wat je krijgt

De verslaggever doet ook aan ‘verklaringen’ en laat daartoe opnieuw een ondernemer aan het woord. Vroeger ging je naar de binnenstad om iets te beleven, weet deze vraagbaak, maar dat is niet meer zo: het zijn nu de oude buurten rond de binnenstad waar ‘veel te beleven’ valt, dat zijn een soort dorpjes in de stad geworden met een ‘nieuwe mix’ aan bewoners, globaal gekarakteriseerd als ‘yuppen en expats’. Ik sta ervan te kijken. Vooral omdat we als lezers eerder deze wereld zijn binnengevoerd aan de hand van de vestigingen van café Libertine. De eerste is aan de Noordermarkt, de volgende in de Berenstraat, de derde in de Wolvenstraat… alledrie hartje binnenstad. En de enige bezoeker die als getuige wordt opgevoerd, is een jongedame die wel eens in de stad gaat eten en haar vrienden altijd via Facebook laat weten hoe lekker het was. Ook zij heeft niets van doen met de oude wijken rond het centrum, maar komt uit… Amstelveen.

 


De eetketen

Maar de bovenstaande ‘verklaring’ is niet genoeg, de verslaggever heeft nóg een sterke troef in zijn mouw: de vestiging van de restaurantketens is een manifestatie van de heftige gentrificatie die zich in de stad voordoet, weet hij. Daarmee bedoelt hij de veryupping van voormalige volksbuurten—maar god mag weten wat dat dan weer betekent. Als ik het goed begrijp, komt het uiteindelijk neer op geld: de stijgende huurprijzen voor zowel bewoners als ondernemers waardoor mensen die het niet meer kunnen betalen de stad uitgejaagd worden. Om de tijdgeest van een stad te begrijpen, moet je kijken naar horeca, orakelt onze verslaggever. Als er in een buurt een ‘minimalistische koffiebar’ verschijnt dan weet je het al: binnenkort gaan hier de huren stijgen. Om te laten zien dat hij niet van de straat is, gebruikt de verslaggever het werk van de Amerikaanse stadsgeografe Sharon Zukin, die ooit in de Utrechtsestraat onderzoek zou hebben gedaan. Dat werk ken ik niet, ik zie ook niet onmiddellijk de relevantie voor dit onderwerp, maar wél haar opvattingen over gentrification in het algemeen, zoals uiteengezet in boeken als Loft Living en The Cultures of Cities.

Zoals in NRC Handelsblad wordt opgemerkt, verloopt het proces van gentrification in stappen: een buurt wordt ‘ontdekt’ door kunstenaars: lage huren—de oorspronkelijke bewoners trekken weg, daarna komen de yuppen (wie dat dan ook mogen zijn) en tenslotte degenen met hoge inkomens en de ‘ketens’. Volgens onze verslaggever zijn de ‘oude buurten rond het centrum’ inmiddels in deze fase belandt. Hmmm, zou Tom Poes mompelen, is dat wel zo? Het is van belang in het achterhoofd te houden dat Zukin wordt geïnspireerd door Amerikaanse toestanden en dan speciaal door Manhattan, waar ze woont en werkt. In de Amerikaanse binnensteden wordt oneindig veel meer aan het zogenaamde ‘vrije spel der maatschappelijke krachten’ overgelaten dan in een gereguleerd land als Nederland. Je krijgt hier niet zomaar huurders uit hun huis, om maar iets te noemen. De eerste fase van de gentrification die Zukin heeft geanalyseerd, ging trouwens helemaal niet ten koste van oorspronkelijke bewoners. Een en ander speelde zich af in de Garment Center — het roemruchte kledingdistrict — de drukkersbuurt, de textielhandel, Radio City, groothandelaars in zuivelproducten. Al die buurten zouden onder de sloophamers vallen van stadsontwikkelaar Robert Moses om ruimte te maken voor de megalomane torens van het World Trade Center. Vóór het zover was ontdekten kunstenaars, op zoek naar goedkope atelierruimte, de ongebruikte voorraadzolders en opslagruimten van een toch al zieltogende (Zukin spreekt over een economisch gebied dat was out-produced) ambachtelijke sector. Before some of the artists were chased out of their lofts by rising rents, they had displaced small manufacturers, distributors, jobbers, and wholesale and retail sales operations, for the most part small businesses in declining economic sectors, aldus Zukin. En als het over kunstenaars gaat, heeft ze het over vele duizenden werknemers en zelfstandige ondernemers in de wereld van kunsten—dergelijke concentraties zijn in Amsterdam helemaal niet te vinden en al zeker niet in de Utrechtsestraat. En Zukin bedoelt met restaurants als ‘kanariepietje’ van nieuwe ontwikkelingen bepaald niet het soort ‘eenheidsworsten’ (de woorden zijn van onze verslaggever) dat in NRC Handelsblad wordt beschreven.

 


Het filiaal in de Wolvenstraat

Haar voorbeelden zijn ondernemingen waar restaurateurs, chefs en bediening er samen voor zorgen dat de zaak juist uniek is en veel van het bedienende personeel bestaat uit goed opgeleide, artistiek geïnteresseerde jonge mensen die op niveau met de klanten kunnen omgaan, een kwestie van voldoende sociaal en cultureel kapitaal—dus juist géén ruwe Amsterdammers met tattoos en zwarte t-shirts waar jonge vrouwen uit Amstelveen blijkbaar zo van onder de indruk zijn. In het proces van gentrification gaat het er niet om ‘yuppen’ of ‘expats’ aan te trekken maar, in de woorden van Zukin: social elites, celebrities or industry leaders in any field. Met andere woorden, het soort publiek dat in de door NRC Handelsblad zo bewonderde testosteronrestaurants niet dood aangetroffen wenst te worden.

 

illustraties
Café Libertine; bron: resp. cityguys.nl en parool.nl (foto: Dingema Mol)
Sharon Zukin; bron: aap.cornell.edu
Febo automatiek; bron: knakkie30.wordpress.com

 

By |2018-12-11T14:39:34+00:00dinsdag 11 december 2018|Categories: Blog|Tags: , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Gentrification in de oude buurten?