Het belangrijkste hulpmiddel van de vertaler is zijn talenkennis, maar zelfs een professionele vertaler, die volledig tweetalig is, kan denk ik niet zonder hulpbronnen. De belangrijkste zijn de ‘woordenboeken’, zoals ik ze maar even samenvat. Een woordenboek in engere zin, maar ook een thesaurus, encyclopedie en al het andere dat je helpt om de ene taal zo fraai en adequaat mogelijk om te zetten in de andere. Ik heb een speciaal ‘vertaalbureau’ op zolder, waar een deel van mijn woordenboeken onder handbereik staat opgesteld. Er staan ook allerlei ‘hulpboeken’ bij, zoals Grammaticale termen van Michel Vrisekoop, de Schrijfwijzer, Leestekenwijzer, Woordenlijst Nederlandse taal, maar ook boekjes als Nederlandse spraakkunst voor iedereen, A Dictionary of Comtemporay Idioms, een heerlijk boek als Joy Burrough’s Righting English that’s gone Dutch en natuurlijk het fraaie Vertalen wat er staat van Arthur Langeveld. Ook mijn Franse, Duitse, Engelse, Amerikaanse en Spaanse woordenboeken staan erbij.

Wie van het Hindi in het Nederlands vertaalt heeft een grote handicap, want een fatsoenlijk Hindi — Nederlands woordenboek bestaat niet; alles moet via een derde taal, namelijk Engels. Maar gelukkig hebben we het superieure Oxford Hindi-English Dictionary van R.S. McGregor (die trouwens onlangs is overleden, wat bij mij soms tot kleine nachtmerries leidt omdat ik bang ben dat er nooit meer een nieuwe editie zal komen). Onovertroffen. Toch kan ik er een woord niet altijd in vinden zodat ik soms ook andere woordenboeken raadpleeg, zoals de Learners’ Hindi-English Dictionary. Af en toe zoek ik ‘terug’, waarbij ik gebruik maak van diverse Engels-Hindi woordenboeken, waaronder de uitstekende dictionary van – uiteraard – Oxford. Tot mijn grote genoegen bestaat er een grote Dictionary of Hindi Verbs en ik heb eveneens een goede thesaurus. Naslagwerken met spreekwoorden en zegswijzen zijn onmisbaar; overbodig om dat te melden.

Maar je hebt ook meer gespecialiseerde naslagwerken nodig. Het Hindi heeft veel invloeden ondergaan van het Urdu en het Sanskriet en het wil wel eens helpen om achter de betekenis van een begrip te komen door The Student’s Sanskrit-English Dictionary op te slaan. Omdat ik geen Urdu kan lezen, blader ik ook in Urdu for Pleasure, waarin 10.000 Urdu-woorden zijn opgenomen in het Engels, Urdu en Hindi (dat wil zeggen देवनागरी oftewel devanagari: het geschreven Hindi) plus transcriptie. Overigens wordt in dat laatste boek het ‘Europese’ alfabet aangehouden, dat sterk afwijkt van het Hindi-‘alfabet’.

De ‘letters’ (in feite: lettergrepen) van het devanagari vormen een afzonderlijk hoofdstuk — het zijn er veel meer dan de 26 van het Nederlandse alfabet. De afzonderlijke letters (en cijfers) heb ik uiteraard onder de knie, maar in het Hindi bestaat de gewoonte om twee of drie medeklinkers te combineren en dat gebeurt dikwijls op dusdanige manier dat het (voor mij) ondoenlijk is om te herkennen wat er staat. Je hebt een t, een t en een v (ik moet eigenlijk zeggen: ta, ta en va) — de afzonderlijke tekens zijn duidelijk genoeg, maar als je er één teken van maakt, wat dikwijls gebeurt, kom je soms in de problemen. De afzonderlijke bestanddelen zijn dan niet altijd meer te onderscheiden. Met die combinaties mee heb je bij elkaar al tegen de tweehonderd ‘letters’, die ook nog in verschillende stijlen worden geschreven. Ik raadpleeg daarom dikwijls de ‘voornaamste verbonden medeklinkers’, bijlage 4 in het gedegen Leerboek Hindi, van mijn leermeester en collega-vertaler Dick Plukker. Mijn geheugen heeft helaas zijn beperkingen.