Als inleiding tot de antropologie schreef Clyde Kluckhohn in 1944 Mirror for Man. Een fraai handboek met een prachtige titel–antropologen hebben de mensheid inderdaad vaak een spiegel voorgehouden. Door de intensieve bestudering van een ogenschijnlijk exotisch gebruik aan de periferie van de beschaving werden soms menselijke drijfveren blootgelegd die een universeel karakter leken te hebben. Het begrip mana is oorspronkelijk afkomstig uit Polynesië–het was de aanduiding van de min of meer mysterieuze kracht waarover de machtigen der aarde beschikten. We zouden tegenwoordig misschien ‘charisma’ zeggen. Het begrip geeft antwoord op de vraag hoe het komt dat de ene politicus of ondernemer zoveel meer ‘aanslaat’ dan de andere terwijl hun achtergronden en kwaliteiten verder vrijwel identiek zijn. Het totemisme is ook een voorbeeld. Het verschijnsel werd ontdekt bij de Ojibwe-indianen in Noord-Amerika: groepen mensen die zich identificeren met een dier of plant en zich daarmee onderscheiden van anderen. De betreffende groep zou zich door deze identificatie de eigenschappen van de totem verwerven. In Nederland vervult de leeuw dikwijls die functie–het Nederlandse voetbalelftal werd vroeger wel ‘de leeuw op voetbalschoenen’ genoemd, toen ze nog regelmatig speelden tegen de ‘Rode Duivels’ uit België.

Het bekendste voorbeeld is taboe, ook al afkomstig uit Polynesië en voor het eerst beschreven door ontdekkingsreiziger James Cook, eind achttiende eeuw. When anything is forbidden to be eaten, or made use of, they say it is a taboo, schreef hij na z’n bezoek aan Tonga. In iedere cultuur lijken taboes te bestaan, ook al wordt het begrip doorgaans losjes en slordig gebruikt. Juist het doorbreken van taboes wordt door sommige waaghalzen als een soort sport beschouwd, maar in die gevallen heeft het begrip zijn bovennatuurlijke, religieuze connotaties verloren en stelt het niets meer voor. Politiek correct taalgebruik is omgeven met taboes, maar als je je daar niet aan stoort, loop je hooguit het risico dat je in bepaalde kringen met de nek zal worden aangekeken–de hemel zal niet naar beneden komen.

Is kula ook zo’n begrip? Toen Bronislaw Malinowski het concept uitwerkte in zijn magistrale studie over de Argonauts of the Western Pacific. An Account of Native Enterprise and Adventure in the Archipelagoes of Melanesian New Guinea, 1922, was het nog onbekend in de academische wereld, maar de schrijver aarzelde niet om de universele waarde onder de aandacht te brengen. Hij schreef:

But though it is novel, it can hardly be unique. For we can scarcely imagine that a social phenomenon on such a scale, and obviously so deeply connected with fundamental layers of human nature, should only be a sport and a freak, found in one spot of the earth alone. Once we have found this new type of ethnographic fact, we may hope that similar or kindred ones will be found elsewhere.

Malinowski trof op de Trobriand-eilanden, ten oosten van Nieuw-Guinea, een opmerkelijk patroon aan; hij verrichtte zijn onderzoek in de jaren van de Eerste Wereldoorlog. Talrijke grotere en kleinere eilanden, bewoond door mensen die uiteenlopende talen spreken en verschillende etnische kenmerken hebben, zijn symbolisch met elkaar verbonden door een uitgebreid systeem van geschenkenuitwisseling. De betreffende eilanden liggen in een grote cirkel–halskettingen gaan met de klok mee van eiland naar eiland, armbanden gaan tegen de klok in van eiland naar eiland. Vandaar de aanduiding kula ring. De geschenken zijn in feite ‘waardeloos’, want je kunt ze niet te gelde maken en de sieraden worden bovendien slechts bij hoge uitzondering gedragen en dan nog niet eens door de ‘bezitter’ zelf. Malinowski vergelijkt ze met de Britse kroonjuwelen: je kunt ze in een museum bekijken en je eraan vergapen, maar niemand heeft er iets aan. Ze ontlenen hun ‘waarde’ en betekenis aan het feit dat ze ooit door koningen en prinsessen zijn aangeraakt.

Maar er is een duidelijk verschil: terwijl kroonjuwelen eigendom zijn van de staat of van koninklijke families, zijn de sieraden van de Trobrianders in ‘bruikleen’–wie ze in beheer heeft wordt geacht ze na verloop van tijd weer door te geven. De voorwerpen bewegen zich in een cirkel, dus komen na verloop van tijd weer bij de oorspronkelijke gever terug. Maar het stelsel gaat van generatie op generatie over en de sieraden blijven dus circuleren. De kula ring staat niet op zichzelf, maar is ingebed in een complex geheel van goederenuitwisseling. De sieraden worden niet aan willekeurige vreemden ter hand gesteld maar volgen lijnen tussen specifieke relaties: kula-partners beschermen elkaar en erkennen elkaars positie. Hoe machtiger je bent, hoe meer mensen om je gunsten dingen, hoe meer sieraden je ontvangt en hoe meer sieraden je geeft.

Een kula is een bijzondere gelegenheid die maar ééns in de zoveel tijd plaatsvindt. Malinowski vergeleek het met een Engels tuinfeest: honderden mensen van een verafgelegen eiland komen op bezoek en vieren feest. Er vindt handel plaats, nieuwsberichten worden uitgewisseld, oude banden aangeknoopt. De kula-vloot bestaat uit prachtig beschilderde kano’s met grote zeilen, alles speciaal voor de gelegenheid gemaakt. De kula ring berust op een omvangrijke economische infrastructuur en stimuleert economische activiteiten en ondernemingslust. Toch is de overtocht van het ene eiland naar het andere niet zonder risico; als het weer goed is en de wind in de juiste richting staat, is alles in orde, maar een kano is hulpeloos als de wind de verkeerde kant opblaast of als het windstil is–door de stroming worden de bootjes de Stille Oceaan opgestuwd; veel boten zijn nooit meer teruggezien. Scheepjes die onder de kust varen, kunnen gemakkelijk te pletter slaan op de koraalriffen. In vroeger dagen landde je ook wel eens op het verkeerde eiland–vreemde indringers werden genadeloos afgeslacht.

Hoe universeel is kula? In de antropologie wordt nog steeds over het verschijnsel gediscussieerd. Sommigen zien kula als een speciale vorm van geschenkenuitwisseling, waarbij het ‘gebaar’ sterker is dan de waarde van het voorwerp. Symboliek dus. Anderen denken vooral aan reciprociteit–een kenmerk van veel giften: ik geef jou wat en jij geeft mij weer wat terug, meteen of over een tijdje. Zolang dat niet gebeurd is, sta je ‘in de schuld’. Malinowski legde sterk de nadruk op concrete betrekkingen tussen gevers en ontvangers en liet zien dat je steeds iets meer moet geven om de relatie in stand te houden. De grote theoreticus op het gebied van de gift, Marcel Mauss, vroeg juist aandacht voor het grote maatschappelijke verband dat door een stelsel als kula in stand wordt gehouden.

Maar intussen is kula ring grotendeels verdwenen uit het gebied van de Trobriand-eilanden. De boten die nu nog op bezoek komen zijn grote cruise schepen vol toeristen uit Australië en Nieuw-Zeeland. De ‘inboorlingen’ maken zich mooi op met hun schelpensieraden en doen een dansje. Stalletjes met houtsnijwerk staan opgesteld aan het witte strand. Mensen poseren geduldig voor een foto en na een paar uur is het schip weer achter de horizon verdwenen.

 

 

illustratie Bronislaw Malinowski; bron: www.csuchico.edu