Calum MacLean (29) heeft zojuist een klus voltooid. Opdrachtwerk. Hij schoot drugshandelaar Lewis Winter in de slaapkamer van zijn eigen huis door het hoofd. Eén goed gericht schot was voldoende. De kogel drong bij de kin naar binnen – een klein gaatje, nauwelijks bloed. Winter’s jonge vriendin lag te vrijen, beneden in de zitkamer. In een nachtclub had ze een aantrekkelijke jongeling opgepikt. MacLean’s partner, George Daly, hield het paar onder schot. De hele operatie duurde niet langer dan een oogwenk. Professioneel, tot in de puntjes. Het is midden in de nacht, niemand van de buren heeft er iets van gehoord of gemerkt.

Na afloop brengt MacLean eerst George Daly weg. Ze rijden in een ‘geleende auto’. ‘De prioriteit is om de wapens kwijt te raken. Breng ze terug naar de plaats waar ze vandaan kwamen. Beter dat ze daar gevonden worden dan thuis. De tijd werkt in zijn voordeel. Het mooie van Glasgow: de stad is klein – je hoeft nooit ver’. Ik citeer uit The Necessary Death of Lewis Winter, het debuut van misdaadschrijver Malcolm Mackay uit 2013. Het eerste deel van een trilogie die zich afspeelt in het milieu van de georganiseerde misdaad in de Schotse stad. Mooie titels. Deel twee heet How a Gunman Says Goodbye en het derde deel The Sudden Arrival of Violence.

Mooie boeken ook – een beetje Raymond Chandlerachtig. Calum MacLean is een loner, je zou zelfs kunnen zeggen dat het centrale thema van Mackay’s debuut de spanning is tussen onafhankelijkheid en gebondenheid, individu en organisatie, zelfstandigheid en dienstverband. ‘Je volvoert een opdracht, zelfstandig, en daarna ben je weer vrij’, mijmert MacLean. ‘Je moet vermijden om deel uit te maken van andermans spel. Je kunt op niemand vertrouwen. Ze zijn allemaal bezig met hun eigen kleine machtsspelletjes. Dat is waar het hele bedrijf om draait’. En later: ‘Onafhankelijk, zo moet het. Iedereen duidelijk maken dat je niet hoort bij een grote speler. Iedereen verzekeren dat je in geen enkele organisatie belangrijk bent. Want als dat het geval is, ben je een wandelende schietschijf’. Hetzelfde geldt voor je persoonlijke leven: hoe zou je een partner ooit kunnen uitleggen wat voor werk je doet? Hoe moet je een klus voorbereiden als je met iemand samenwoont? The Necessary Death is grotendeels gewijd aan die minutieuze voorbereidingen op de moord: kleding, wapens, vervoer, tijdstip, plaats, dagenlang schaduwen, documenteren. En, na afloop, het zorgvuldige uitwissen van ieder mogelijk spoor. Overigens is Calum MacLean plotseling op anderen aangewezen als hijzelf het slachtoffer van een (mislukte) moordaanslag wordt. Je ziet Alain Delon voor je in een film van Jean-Pierre Melville. Een claustrofobische, paranoïde wereld vol geweld, machtsmisbruik, bedrog en achterbaksheid.

 

Ik ben in het algemeen niet zo van de misdaadliteratuur, maar het lijkt me dat de jonge Mackay zijn naam duidelijk aangekondigd heeft, het portret van MacLean is weliswaar nogal geromantiseerd (‘eenling tegen de rest’), maar tegelijk welhaast ‘klassiek’. Ik denk dat alles klopt en dat slimme huurmoordenaars inderdaad op die manier te werk gaan – in ieder geval is het – voor mij – overtuigend. En, niet te vergeten, briljant opgeschreven. Ik ben Mackay gaan lezen vanwege Glasgow, waar ik een tijdje heb gewoond om onderzoek te doen. Als een ‘Glasgow trilogie’ wordt aangekondigd, ben ik verkocht. Het is ‘vakliteratuur’ die ik bij moet houden.

Dat valt tegen. Ik heb genoten van de beschrijvingen van het criminele milieu, dat is zeker, maar Glasgow speelt geen rol van betekenis. Voor zover ik weet wordt de naam Glasgow zegge en schrijve één keer genoemd en wel in het bovenstaande citaat over de geringe omvang van de stad. Een zinnetje dat pas na ruim honderd pagina’s opduikt. Tot dan toe speelt het verhaal zich af in een stad, zeker, maar welke stad? Het had zich ook in Edinburgh, Hamburg of voor mijn part Dordrecht kunnen voordoen. Zelfs als MacLean zijn prooi een paar dagen schaduwt door de stad, wordt er geen enkele specifieke locatie genoemd, zelfs niet indirect – via gebouwen, winkels of pleinen. Mackay maakt melding van het ‘centrum’ of soms van het oostelijke, dan wel het westelijke deel, van de stad. Omdat ik Glasgow ken, weet ik dat hij zich globaal bewust is van enkele kenmerken van die stadsdelen: in het oosten vind je armoede en afbraak, in het westen juist grote huizen in lommerrijke lanen. Je moet het als lezer verder doen met aanduidingen als quiet part of town, suburban street, rundown part of town, buildings look familiar. Behalve die ene concrete verwijzing naar Glasgow als kleine stad, komt er ook een verwijzing in voor naar de Strathclyde Police, ja, zó heet de politie van Glasgow ook écht.

Je zou zeggen: wat doet het er toe. Inderdaad, als je alleen geïnteresseerd bent in de psychische make-up van een huurmoordenaar, is de omgeving misschien irrelevant. Ik zie het anders, voor mij worden romanpersonages, óók onalledaagse, interessanter naarmate ze beter in hun sociaalhistorische context worden geplaatst. Beroepsdeformatie? Boeiend om te zien dat Glasgow ook het decor is waarin zich de misdaadromans afspelen van Denise Mina. Zij heeft al iets meer ervaring dan Mackay, en schreef ruim tien boeken, daarnaast filmscenario’s, toneelstukken. Ze wisselde soms Germaine Greer af in het tv-panel van critici in het culturele discussieprogramma Midnight Review, dat ik helaas al een hele tijd niet meer heb gezien op de BBC. Opgeheven? Mina heeft al twee keer een ‘Glasgow-trilogie’ geschreven, respectievelijk met Maureen O’Donnell en Paddy Meehan als hoofdpersonen, en al vijf boeken met als centrale figuur Alex Morrow, aanvankelijk Detective Sergeant (DS), inmiddels Detective Inspector (DI).

 
Hoe spaarzaam Mackay is met zijn aanwijzingen over de context, zo gedetailleerd is Mina. O’Donnell en Meehan werkten beiden voor een plaatselijke krant, de eerste als algemeen hulpje op de redactie, de tweede als bekend columniste. Over Maureen, bij voorbeeld: Her flat was at the top of Garnethill, the highest hill in Glasgow, and the craggy North Side lay before her, polka-dotted with cloud shadows. In the street below, art students were winding their way up to their morning classes. Ik weet precies waar ze staat als ze dit ziet – de straat is het verlengde van de straat waarin de onlangs afgebrande Glasgow School of Art, het meesterwerk van Charles Rennie Mackintosh, is gelegen. Een ‘verdieping’ hoger dan de drukke Sauchiehall Street, het hart van de binnenstad. Iets verderop in het verhaal komt Maureen bij een stuk braakliggend land, aan de Clyde, looking over to Govan and the shipyards, surrounded by run-down warehouses. It was probably a dangerous place to come to at night, the motorway cut it off from the town and it was dark (…).

Ook Paddy Meehans bewegingen zijn precies te volgen: straatnamen, adressen, huisnummers, stadsdelen worden door Mina bijgeleverd. Bovendien geeft de schrijfster herhaaldelijk haar visie op de stad. Zoals in The Last Breath waar ze melding maakt van het jaar waarin Glasgow de culturele hoofdstad van Europa was (1990). For a century Glasgow had been a byword for deprivation and knife-wielding teenage gangs but in the past few years the thick coat of black soot had been sandblasted off the old buildings, revealing pale yellow sandstone that glittered in the sun, or blood-orange stone that clashed with blue skies. Er waren internationale toneelgezelschappen naar de stad gekomen en kunstenaars uit de hele wereld die zich nestelden in de onwaarschijnlijkste locaties, zoals oude kerken, tramremises, scholen en verlaten hallen; Glaswegians begonnen hun stad met andere ogen te bezien en verloren langzaam maar zeker hun minderwaardigheidscomplex. Mina heeft niet alleen aandacht voor de stad, maar ook voor de manier waarop mensen praten. Rosie (uit The Red Road) wacht op haar vriendje Pinkie Brown. Als hij komt aanlopen, ziet ze dat hij onder het bloed zit. S that your blood? Hij antwoordt: Nut. Guys frae the Drum jumped us. Battered our Michael. I’d tae get them off him. De achtergrond van sommige mensen wordt vastgesteld aan de hand van hun spraak. His accent was soft and rounded. Edinburgh or England, Paddy thought, maybe Scottish but educated in England. Ook speciale producten maken onderdeel uit van het decor, de smerige frisdrank Bru bij voorbeeld, of Regal whiskey.

Mackay’s verhalen zijn zo losgezongen van hun omgeving dat ze bijna abstract worden, Mina staat tot over haar enkels in het stof van de straten van Glasgow. Indachtig het recente betoog van Tim Parks over de mondialisering van de romanliteratuur zou je denken dat Mackay de toekomst heeft. Ik gun het hem van harte, maar vind het een treurig vooruitzicht.

 

 

illustraties
Malcolm Mackay; bron: rcwlitagency
Denise Mina; bron: dailyrecord.co.uk