Wat er de afgelopen jaren ook in de verloedering terechtgekomen is of totaal verloren is gegaan – teveel om op te noemen – de ‘graaicultuur’ heeft onder het bewind van VVD en PvdA een hoge vlucht genomen. Althans, zo lijkt het. Uit alle hoeken en gaten komt gebroed het daglicht ingekropen dat kruiwagens vol gemeenschapsgeld achterover heeft gedrukt of zich heeft laten fêteren en verwennen door klanten en afnemers. Niet voor het goede doel, maar zuiver en alleen voor zelfverrijking. De verhoren van woningbouwcorporatiedirecteuren bieden een dagelijks spektakel van cynisme, hooggeplaatsten bij banken, semipublieke zorginstellingen, onderwijsconglomeraten, politieke lichamen, vastgoedbeleggers, projectontwikkelaars vertonen vormen van kleptomanie waarvoor in de psychiatrie nog geen termen voorhanden zijn. Een geest van verderf, peperdure auto’s, bordeelbezoek, tweede huizen aan Spaanse pretkusten, snoepreisjes, exclusieve boxen in voetbalstadions, omgang met gajes uit de onderwereld, plezierjachten in de Middellandse Zee, gratis kaartjes voor uitverkochte popconcerten, vliegtickets, kasteeltjes en onderonsjes, het wasemt allemaal uit boven de polder.

Ik las dat het geknoei van de ‘hoge heren’ in Groot Brittannië wel wordt aangeduid als duck fiddling. Het woord heeft ingang gevonden nadat gebleken was dat zo’n beetje alle Parlementsleden hadden geknoeid met hun declaraties. Sir Peter Viggers MP voerde een flink bedrag op voor een eendeneiland in de vijver van zijn landgoed. Het toppunt van cynische brutaliteit: belastinggeld besteden aan aristocratische wansmaak waar geen enkel publiek doel mee gediend is. Pas door de algehele verontwaardiging die uitbrak hadden sommige volksvertegenwoordigers door dat er misschien iets mankeerde aan hun gezonde verstand. Ze hadden jarenlang gewoon maar gedaan, geen haan die ernaar kraaide. Het verwijst naar een belangrijk aspect van zulke affaires: in wat de een als corruptie, diefstal of fraude beschouwt, hoeft een ander geen greintje kwaad te zien. Ik herinner me dat er in die tijd wel gewezen werd op het verschil tussen Groot-Brittannië en Italië, bij voorbeeld; daar zouden ze zich dood lachen om zo’n eendeneiland, Italiaanse parlementsleden doen het daar niet voor. Bovendien, geld verduisteren voor je eigen familie en je eigen belangen is wat een verantwoordelijk persoon hoort te doen. In een oud leerboek dat ik als student moest bestuderen werd dit amoreel familisme genoemd. In India hetzelfde verhaal. Als daar sprake is van corruptie gaat het om ‘echte’ bedragen – miljoenen, miljarden – die aan de strijkstok blijven hangen bij aanbestedingen en vergunningen. Het bevoordelen van familie en vrienden valt daar niet onder. Voor Calvinistisch georiënteerde levensopvattingen is er geen plaats voor zulke ‘gespletenheid’: iemand die steelt kan nooit een goede politicus zijn – in landen als Italië, maar zeker in een land als India is het juist een aanbeveling, het betekent dat je slim bent en machtig. Het aantal criminelen in de Indiase politiek neemt bij iedere verkiezing sterk toe.

Parlementariërs vormen een maatschappelijke groep van gelijkgestemden, die mijlenver afstaat van het gewone leven. Ze hebben niet alleen hun eigen opvattingen over hoe iemand zich moet gedragen, maar ze komen in hun dagelijkse werk weinig of geen buitenstaanders tegen. Ze leren van elkaar wat acceptabel is en door de beugel kan, ze hoeven dit niet te toetsen aan wat u en ik ervan vinden. Bovendien zitten ze in een lange traditie waar ze hun eigen zaakjes hebben kunnen regelen zonder al te veel bemoeienis van anderen. En ik denk dat het tot voor betrekkelijk kort bij niemand zelfs maar zou zijn opgekomen dat volksvertegenwoordigers – misschien op een enkele zonderling na – iets onbehoorlijks in de zin zouden kunnen hebben. Ik probeer het me voor te stellen bij Willem Drees, Joop den Uyl, Barend Biesheuvel, Anne Vondeling, Aantjes, Schakel … wat je ook van hun politieke optreden mocht denken, je zou ze allemaal je laatste geld toevertrouwen (nou ja, KVPers natuurlijk uitgezonderd). Wat dat betreft is de wereld diepgaand veranderd.

Het kenmerkende van alle – de meeste – fraudegevallen die de laatste jaren aan het licht zijn gekomen is niet zozeer dat we te maken hebben met lieden die psychisch gestoord zijn, hoewel die er zeker tussen zullen hebben gezeten, maar dat ze werk verrichten dat op een bepaalde manier georganiseerd is. Het gaat om functionarissen die zich tot op zeer grote hoogte vrijelijk, zonder strikt toezicht, kunnen bewegen – mensen die, zoals dat heet, ‘hun eigen baas’ zijn. Wie gaat er tegen de hoogste patroon van de Nederlandse Zorgautoriteit zeggen dat hij geen steekpenningen mag aannemen? Zijn secretaresse? Ik dacht het niet. Officieel heeft hij een toezichthoudende instantie boven zich, maar wie steekt zijn nek uit – als er al iets bekend zou zijn? Het is toch een beetje ‘ouwe jongens’ onder mekaar: jij helpt mij, ik help jou en laten we nou niet vervelend gaan doen. De een is commissaris bij de ander, de ander is commissaris bij de een. Uitgesloten dat de caissière van een supermarkt dergelijke streken kan uithalen, of de employee van een call center. Niet omdat zij van de onschuld en eerlijkheid doortrokken zijn; ze hebben eenvoudig de mogelijkheden niet door de organisatie van hun werk en de winkelchefs en afdelingshoofden die hun de hele dag op de vingers kijken.

De aanduiding ‘eendenknoeierij’ is voor mij een beetje misleidend, geeft niet goed aan wat er in feite aan de hand is. Al die baasjes en directeurtjes die mooi weer spelen met hun gestolen waar, zijn geen mollige eendjes die kwakend op hun eilandje zitten, het zijn eerder arenden en haviken – vrijelijk zwevend door de lucht en van bovenaf op hun nietsvermoedende prooi neerduikend, nagels uitgestrekt, kromme snavel geopend.