Vertalen zit vol voetangels en klemmen. Het onvolprezen Nederlandse vertalertijdschrift Filter is er voor een groot gedeelte aan gewijd. Voor mij dikwijls een feest van herkenning, ook al ben ik maar een ‘amateurvertaler’. Op deze plaats schreef ik tal van keren over vertaalproblemen, groot en klein. Samen met dr Dick Plukker heb ik inmiddels een klein oeuvre vertaald uit het Hindi: poëzie, korte verhalen van verschillende auteurs, novelle, filmliedjes. We zijn sinds enige tijd bezig met korte verhalen van één auteur: de bundel De blauwe sjaal (नीला स्कार्फ़) van de schrijfster Anu Singh Choudhury. Ook bij dat werk heb ik op deze plaats al eens stilgestaan. De taal van Choudhury is niet onoverkomelijk moeilijk en doorgaans voltrekt de vertaling zich vlot—we besteden er per week een paar uur aan, ik vermoedelijk aanzienlijk méér dan mijn medevertaler, die Hindispecialist is.

We buigen ons momenteel over het verhaal Reisgezelschap (सहयात्री)—voorlopige titel—dat een treinreis beschrijft in de Puri-Ahmadabad Expres. De hoofdpersoon is cameraman die instapt op Badnera Station. Ik kom tegen zeven uur ’s ochtends aan en na een hele dag werken kan ik ’s avonds de Rajdhani naar Delhi nemen, stipuleert hij. Hij heeft z’n assistent Vijay bij zich en beide mannen komen uit Amravati waar ze aan een documentaire gewerkt hebben. Ze zijn bepakt en beladen, ook met flessen water en koekjes voor onderweg. In de coupé waar de cameraman een plaats gereserveerd heeft, is het een puinhoop. Zijn plek is in bezit genomen, overal slingeren tassen, koffers, sandalen en vuile etensbordjes rond. Er zit een oude man op zijn plaats en op de bank ertegenover ligt languit een vrouw te lezen.

Tot zover geen vuiltje aan de lucht. Het eerste vertaalprobleem duikt op als de oude man wordt beschreven. Een gerimpeld, tandeloos opaatje (in het Hindi wordt het Engelse woord uncle gebruikt—अंकल—volstrekt gewoon om Europese oudere heren mee aan te spreken; in India was ik voor veel kinderen ook een oompje) vraagt de cameraman of hij van plaats mag wisselen omdat hij niet meer naar boven kan klimmen. In Indiase langeafstandstreinen heb je zitbanken boven elkaar die ’s nachts als bed dienst doen. Het opaatje is zo oud, vertelt de schrijfster, dat ऐसा कि जैसे पचहत्तर के बाद शरीर और दिमाग, दोनों ने उम्र की रस्सी पर साल की गिरहें लगाना बंद कर दिया हो. Het betekent iets als: het leek erop dat zijn lichaam en geest er beide mee waren opgehouden om voor de jaren na zijn 75ste nog knopen in het koord van zijn leeftijd te leggen. Je begrijpt wel ongeveer wat er bedoeld wordt, maar zo’n koord is voor een Nederlands lezerspubliek onbekend. Ook die 75 jaar lijkt willekeurig gekozen, terwijl dat voor een Indiaas publiek uiteraard niet zo is. We hebben gezocht naar Nederlandse equivalenten, spreekwoorden, gezegden, bekende uitdrukkingen. Vergeefs. Uiteindelijk hebben we besloten deze darling om zeep te brengen. Met een snik, wat mij betreft. Onze (voorlopige) vertaling luidt nu: een hoogbejaarde man die er al lang mee opgehouden is zijn verjaardagen te tellen. Jammer. Het origineel is zo fraai!

Het tweede voorbeeld komt uit hetzelfde verhaal. De cameraman ergert zich blauw aan de vrouw die geen enkele poging doet plaats te maken. Hij sjort aan haar koffer, maar die zit aan een ketting vast. Hij spreekt haar verontwaardigd toe, maar ze geeft geen krimp. Hij heeft zelfs de aanvechting om haar de trein uit te smijten. En dan komt het: hij heeft inmiddels de titel gezien van het boek dat ze ligt te lezen: Premashram van de Indiase schrijver Munshi Premchand. Een nieuwe aanleiding om zijn gal te spuwen. Vertaaltechnisch geen probleem, zoals bij het leefstijdskoord van de oude man, alleen zijn we verbaasd over de inhoud.

De cameraman geeft af op treinreizigers in het algemeen, hun onbeschoftheid, hun opdringerigheid en op zijn medereizigers in het bijzonder. Wie denken ze wel dat ze zijn? Ze reserveren een plaats en beschouwen dan de hele trein als hun eigendom. Geen greintje fatsoen. Etensresten waar ze hebben zitten eten, alsof hier ook personeel aanwezig is dat hun sandalen en spullen opruimt. Ze lezen Premashram en vinden zichzelf een grote intellectueel. Als je Premchand per se wilt lezen, lees dan Godan, lees dan Gaban, lees dan Rangbhumi, Karmbhumi. Lees z’n verhalen. Maar zij lezen Premashram. Alsof er niets anders te vinden is bij de boekenkiosk op het station.

Wat is er mis met Premashram? De Indiase lezer is blijkbaar een goede verstaander en zal begrijpen waarom de cameraman zo minachtend doet over dit boek en de lezende vrouw, maar voor een Nederlands publiek—inclusief de vertalers, moet ik er eerlijk bijvertellen—is deze passage duister. Je mist daardoor ongetwijfeld essentiële informatie over het karakter van de hoofdpersoon, de mopperkont, en vermoedelijk ook over de medepassagier, de vrouw die niet van haar plaats komt en het boek ligt te lezen. Sterker: misschien gaat de hele clou van het verhaal wel verloren.

‘Munshi’ (मुंशी — ‘leraar’of ‘meester’) Premchand (pseudoniem van Dhanpat Rai Srivastava, 1880-1936) is een van de beroemdste vertegenwoordigers van de inheemse Indiase literatuur. Hij schreef zowel in het Urdu als in het Hindi en loochenstraft daarmee de  stereotype overtuiging dat Hindi bij hindoes hoort en Urdu bij moslims. {{Hierbij druk ik een Hinditekst af en een Urdutekst: versies van het gedicht Ghazal door de dichter ‘Faiz’: Faiz Ahmad. Het geeft een indruk van de enorme verschillen in schrijfwijze; als spreektaal lijken Hindi en Urdu sterk op elkaar}}

 


Het gedicht Ghazal van ‘Faiz’ in het Urdu

 


Het gedicht Ghazal van ‘Faiz’ in het Hindi

 

Premchand is het bekendst geworden door zijn korte verhalen, waarvan sommige verfilmd zijn. Hij publiceerde ze in een tijdperk dat dit genre als literaire uiting nog grotendeels onbekend was in het Hindi-taalgebied. Klassiek is De schaakspelers (शत्रन्ज के खिलरी), verfilmd door Satyajit Ray. Hij was een sociaal bewogen auteur en Premashram (‘Wijkplaats van de liefde’) uit 1922 is daar een voorbeeld van: een roman waarin de wreedheden van de hogere kasten, corruptie, religieuze verdwazing onder een gedogende Britse koloniale overheersing, aan de kaak worden gesteld; de liefde is onze redding.

 


De Munshi aan zijn schrijftafel

Als vertalers kunnen we niet veel anders doen dan de Nederlandse tekst leveren van de passage zoals die in het origineel te vinden is. Je kunt moeilijk Premchand vervangen door een Nederlandse schrijver, mocht je al een voorbeeld vinden dat in de context toepasselijk is. Dat zou absurd zijn. Je laat de lezer met een raadsel achter—ook als we een bevredigend antwoord zouden krijgen van de schrijfster; we zijn uiteraard van plan haar om toelichting te vragen. Ik vrees dat we uiteindelijk niet om een verklarende voetnoot heen zullen komen. Schoonheidsfoutje… Maar het beste is misschien om Premashram zélf te lezen en de clou op te sporen. Dat brengt ons, in het tempo waarmee we vertalen, minstens een jaar of wat verder. Maar ja, je moet er wat voor over hebben, nietwaar?

 

 

illustraties
Ghazal van Faiz Ahmad ‘Faiz’; bron: Selected Poems of Faiz Ahmad ‘Faiz’. New Delhi (Star Publications) 2002
Portret van Premchand; bron: Neerja Bharat & Rahul Singhal, eds India. A Concise Encyclopaedia. Delhi (Pentagon Press) 2003
Premchand aan zijn schrijftafel; bron: indiatvnews.com