Het ware zelf

In de krant las ik een uitvoerige beschouwing over het ‘ware zelf’ (NRC Handelsblad, 24 en 25 november 2018), dit vooral naar aanleiding van een themanummer van het tijdschrift Review of General Psychology. Volgens de schrijver zou in dat nummer door verschillende onderzoekers worden vastgesteld dat je ware zelf niet bestaat, in ieder geval niet objectief meetbaar is. Opzienbarend! Het gaat hier niet om een populairwetenschappelijk blaadje dat in de supermarkt wordt verkocht, maar om het officiële periodiek van de Amerikaanse Psychologische Vereniging—prestigieuzer bestaat er niet. Wij antropologen hadden altijd de American Anthropologist, een vergelijkbaar orgaan. Daar haalde je de laatste gecanoniseerde wijsheid vandaan.

Iemands ware of authentieke zelf speelt in de psychologie vanouds een belangrijke rol. Ik kwam recente artikelen tegen over authenticiteit en het burn-out syndroom, bij voorbeeld, authentiek leiderschap en over pogingen een authenticiteitschaal te construeren. Dat laatste ongetwijfeld om het principe van de roemruchte F-schaal ook op andere psychologische terreinen toe te passen—met de F-schaal kon je fascistische neigingen bij proefpersonen vaststellen. Het meetinstrument werd in de jaren vijftig ontwikkeld door Theodor Adorno, aan de hand van reeksen vragen kon je bepalen in hoeverre iemand werd gekenmerkt door een ‘autoritaire persoonlijkheid’. De A-schaal zal bedoeld zijn om te bepalen hoe authentiek iemand is. Niet alleen van theoretische betekenis, ook praktisch. Ik zag een onderzoeksbijdrage over de dienstensector: daar speelt de ‘glimlach’ een toonaangevende rol, als smeerolie bij transacties. Maar de vraag is of die glimlach authentiek is—of zou moeten zijn.

Uit het krantenstuk maakte ik op dat authenticiteit in de psychologie, met name de ‘humanistische psychologie’, in sterke mate geassocieerd wordt met positieve gevoelens, het is ‘goed’ om authentiek te zijn, niet alleen voor de ‘authenticus’ zélf, maar ook voor zijn omgeving. Je zou mensen altijd moeten helpen hun ware zelf te vinden. Maar in NRC Handelsblad komen geleerden aan het woord, afkomstig uit de Review, die deze uitgangspositie niet onderschrijven, immers, authenticiteit kan ook betekenen dat iemand zichzelf of anderen kwaad doet. Authenticiteit kan van alles betekenen, het is een fenomeen dat niet volgens de regels van het wetenschappelijke onderzoek gepeild kan worden. En, het doet er ook eigenlijk niet toe of het bestaat of niet. De aandacht van de psychologie zou moeten worden verplaatst naar de betekenis die mensen zelf hechten aan gevoelens van authenticiteit, wat bedoelen ze als ze zeggen dat ze ‘zichzelf’ kunnen zijn? Het lijkt erop dat het gevoel van authenticiteit sterk samenhangt met ‘sociaal wenselijkheid’. We voelen ons authentieker naarmate we beter zijn aangepast aan onze omgeving, zoiets. Misschien vinden veel mensen het wel zo belangrijk om zichzelf te zijn omdat daar in de maatschappij veel waarde aan wordt gehecht, aldus het artikel in NRC Handelsblad.

 


Je eigen zelf

De hele problematiek is typisch psychologisch, kenmerkend voor een vak dat bij uitstek gericht is op de aard en dynamiek van individuele persoonlijkheden: wie of wat ben je en hoe ben je zo geworden? Vanuit mijn eigen vak doet dat er veel minder toe, het gaat daar om de sociale verbanden waar mensen deel van uitmaken. Wat voor persoonlijkheid mensen verder ook mogen hebben, aan wat ze doen en zeggen kun je aflezen dat ze tot de aristocratie behoren of uit de stad komen, uit de middenstad afkomstig zijn of een achtergrond hebben als ambtenaar. Autoritaire persoonlijkheden—voor zover die tenminste bestaan—zijn over de hele bevolking verspreid en vind je zowel bij linkse als rechtse politieke partijen. Iemands ‘zelf’ is niet zijn of haar unieke persoonlijkheid, al dan niet authentiek, maar de rol die hij of zij vervult in de maatschappelijke situatie waarin je hem of haar waarneemt en meemaakt. Ik heb er op deze plaats al eerder over geschreven, af en toe moet het nog maar eens worden herhaald. Vind ik.

 


Je eigen echtheid

Het aantal rollen dat mensen spelen, wisselt sterk en kan in de loop van de tijd aanzienlijk veranderen. Iedereen heeft een eigen ‘rolrepertoire’ en bij sommigen is dat bijna onoverzichtelijk, bij anderen relatief beperkt. Zoveel rollen, zoveel zelven. Of je nou authentiek bent of niet, er wordt van je verwacht dat je een bepaalde rol speelt, desnoods die van authentiek persoon, en daarop word je beoordeeld. Ik merk het aan mezelf. Tijdens mijn actieve leven aan de universiteit speelde ik talrijke rollen: docent, onderzoeker, bestuurder, adviseur, begeleider, collega, promotor, coördinator. Die hele verzameling is weg, als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik ben nu alleen nog emeritus en dat is eerder een ‘positie’ dan een rol. Mijn repertoire is aanzienlijk ingekrompen en heeft zich verlegd naar andere sferen, de buurt waar ik woon, de huiselijke sfeer. Vroeger was ik zoon, maar mijn beide ouders zijn dood, dus nu ben ik alleen nog vader en grootvader.

We zijn allemaal beheerder van een holding company van zelven en een belangrijke opdracht in het leven is het woekeren met al die rollen. Daar bestaat een fraai woord voor: impression management. Je kunt niet alle rollen met evenveel inzet en overtuiging spelen, sommige rollen zijn onderling strijdig, er moet gewikt en gewogen worden. Daartoe gebruiken we verschillende ‘hulpmiddelen’ of misschien beter ‘strategieën’. Sommige rollen hoeven in sommige situaties niet volledig te worden ‘omarmd’, in het Engels zou je embraced zeggen. Met andere woorden, er is altijd sprake van een zekere ‘roldistantie’, de afstand tussen de manier waarop je de rol speelt en de gevoelens van bijbehorende betrokkenheid. Ik ben dikwijls voorzitter geweest van vergaderingen waar ik met mijn ‘hoofd’ niet bij was en me vervreemd voelde van wat zich rond de vergadertafels zoal afspeelde. I was going through the motions, om nog maar eens de Engelse uitdrukking te gebruiken.

De vervreemding hoeft voor de buitenwereld niet zichtbaar te zijn (hoop je), sommige mensen zijn meesters in het verhullen en verbergen. Soms kom je in een rolconflict terecht en dan moet je opeens een kant van ‘jezelf’ laten zien die in een andere situatie past en tot verwarring, ontmaskering, soms zelfs woede leidt. Zulke conflicten zijn te vermijden door rolsegregatie: het strikte scheiden van de rollen die je speelt of, juist, het strikte scheiden van de omgevingen waarbinnen je deze rollen speelt, audience segregation.

Ik vrees dat de maatschappelijke constellatie waarbinnen we moeten opereren over het algemeen aanzienlijk dynamischer en onoverzichtelijker is dan de eerder genoemde psychologen ons willen suggereren. Voel je je authentiek als je je aanpast aan je omgeving? Best mogelijk, maar voor de meeste mensen is die omgeving een ingewikkeld samenspel van uiteenlopende verwachtingen: aanpassing aan de ene omgeving impliceert al te vaak conflict met andere omgevingen. Het ware zelf is altijd betrekkelijk, in hoge mate aan plaats en tijd gebonden. Een andere vraag is of er aan de basis van al die zelven niet een soort harde kern zou bestaan die alle rollen die we spelen op de een of andere manier invult en stuurt. Ik vrees dat het heel erg lang zal duren voordat de psychologen daarop een antwoord hebben gevonden.

 

illustraties
Theodor Adorno; bron: youtube.com
Teksten over authenticiteit; bron: businessprogress.nl en pt.slideshare.net

 

By |2018-11-29T16:00:16+00:00donderdag 29 november 2018|Categories: Blog|Tags: , , , , |Reacties uitgeschakeld voor Het ware zelf