Na de vertaling van Manisha Kulshreshstha’s Muze lijkt het werk aan mijn onvolprezen vertaalbureau te zijn stilgevallen. Maar dat is schijn. Mijn medevertaler Dick Plukker en ik zijn naarstig op zoek geweest naar mogelijke vervolgprojecten. Wat verschijnt er zoal in het Hindi en wat is de moeite waard om te vertalen? Geen gemakkelijke vraag. Wie heeft zicht op dat enorme taalgebied? Je bent afhankelijk van tips en internet, maar zelfs als je iets vindt, heb je de tekst nog niet meteen in huis. We hebben bevriende boekhandelaren in Bombay en Delhi, maar Premier Modi heeft flink wat hindernissen opgeworpen met zijn exportbeleid. Bovendien werken we volgens diverse richtlijnen die we voor onszelf hebben opgesteld: we zijn op zoek naar hedendaagse literatuur van schrijvers die (nog) niet tot de gevestigde orde behoren. Verder vertalen we alleen iets wat niet eerder in een andere Europese taal is verschenen. Want wat heeft het voor zin om een tekst die al in het Engels, Frans of Duits verkrijgbaar is, ook nog eens in het Nederlands om te zetten? Soms doet dat een beetje pijn, zoals bij Krishna Baldev Vaid; we hadden een fraai toneelstuk op het oog—voor ons ook een nieuwe uitdaging. Helaas, भूख आग है is al in het Frans vertaald (La faim, c’est le feu). Veel van Vaid’s verhalen zijn in het Engels verkrijgbaar, hij is befaamd.

We hebben heel wat romans en korte verhalen gekeurd. Van Kishore Choudhary, bij voorbeeld, Rajni Gupt, Abdul Bismillah, Indira Dangi, Shashikant Mishra. Soms bestsellers in India, zoals Non Resident Bihari van de laatste auteur. Maar bij nader inzien sprak het ons niet genoeg aan. Overigens heb je niet in één oogopslag bekeken om wat voor boek het gaat, je moet flink wat fragmenten vertalen om een redelijke indruk te krijgen en voor mij geldt dat als een aanzienlijke investering van tijd en moeite. Gelukkig is mijn medevertaler daar stukken beter in. Ik vaar gewoonlijk op zijn koers.

Onze keuze is nu—voorlopig—gevallen op een bundel korte verhalen van Anu Singh Choudhary: Neela Scarf (नीला स्कार्फ़). In het Nederlands: De blauwe sjaal. Het literaire gehalte is wat hoger dan dat van Muze en Choudhary lijkt ons een serieuzere auteur dan Kulshreshtha, die af en toe pijnlijk slordig was en nogal wat bij elkaar had geknipt en geplakt. Overigens zijn beide schrijfsters bijna volmaakte vertegenwoordigsters van de Indiase stedelijke middenklasse; ze schrijven over personages, relatieproblemen en situaties die ons als ‘Westerlingen’ bekend voorkomen; het nieuwe India. Ter illustratie een kort citaat uit het titelverhaal van de bundel:

Shambhavi lijdt aan (…) een obsessive compulsive disorder: ze legt datums vast in haar geheugen. Ieder ding, woord, gezicht, voorval verbindt ze met een datum en die slaat ze op. Daarom kan ze datums niet vergeten. Daarom herinnert ze zich goed dat ze die blauwe, zijden sjaal op 26 december heeft gekocht, toen ze met Amitesh rondwandelde op Janpath.

         Die blauwe sjaal was alleen maar een extraatje, ze had hem niet echt nodig. Waarom had ze hem eigenlijk gekocht?

Van de sjaal wordt overgesprongen op het huwelijk van Shambhavi en Amitesh: dat staat er beroerd voor, zonder dat dit met zoveel woorden hoeft te worden gezegd.

Waarom was ze eigenlijk getrouwd? En waarom was deze gedachte eigenlijk plotseling bij haar opgekomen? Maar aan gedachten die opeens bij je opkomen, valt gewoonlijk geen touw vast te knopen.

Shambhavi is bezig haar koffer te pakken, ze vertrekt voor enige tijd naar het buitenland en Amitesh vraag zich af of ze ooit nog terug zal komen. In de weergave van zijn onzekerheid, schildert Choudhary in een paar woorden de aard van hun relatie.

“Wanneer ben je van plan terug te komen?” had Amitesh gevraagd, nadat hij een tijdlang op een zitkussen zwijgend had zitten toekijken hoe ze inpakte. Als er niets is om over te praten, dan komen vragen goed van pas.

Amitesh was in Shambhavi’s kamer blijven zitten in de hoop dat zij iets zou zeggen, terwijl ze zo bezig was – een verlangen, een verwijt, een opdracht, een suggestie. Maar als zwijgen de regel is, dan wordt het negeren van de ander een tweede natuur.

         “Dat weet je toch,” had Shambhavi kort geantwoord, zonder haar hoofd om te draaien en Amitesh in de ogen te kijken. Als er niets is om over te praten, dan krijg je ook geen volledig antwoord op je vragen.

Subtiel. Choudhary kan schrijven, dat is duidelijk!

 

Het vertaalproces in de praktijk

 

Wat mij opvalt bij de verhalen is hoezeer ook de ‘techniek’ van de moderne tijd in het dagelijkse leven van de Indiase middenklasse is doorgedrongen en hoe snel dat is gegaan. Dat er overvloedig Engels wordt gesproken in moderne huishoudens is geen nieuws, maar de vanzelfsprekendheid waarmee de Hinditekst verweven is met Engelse woorden en uitdrukkingen is treffend. Op twee naast elkaar gelegen pagina’s noteerde ik woorden als note, formal, plumber, hospital, fridge, list, washing machine, indifferent, airport, suitcase, trolly, departure, gate, check-in, custom, clearing, boarding pass, office. Voor een deel woorden die ook in het Hindi bestaan. Alles uiteraard in Hindischrift, klanknabootsend, wat het (voor mij) niet altijd gemakkelijk maakt om te zien wat er nou eigenlijk staat, wij spreken het Engels tenslotte steeds iets anders uit dan Indiërs. Voorbeelden: फ्रिज (fridge, koelkast); प्लंबर (plumber, loodgieter); एयरपोर्ट (airport, luchthaven); फ़ांर्मल (formal, formeel); कस्टम (custom, douane). Op den duur wen je er wel aan, maar wat zich uiteraard ook in het Hindi manifesteert, net als in alle andere talen, is het nog betrekkelijk nieuwe jargon van internet. Er wordt gesproken over tweet (टवीट), e-mail (ई-मेल), message (मैसेज), facebook (फेसबुक). Begrippen die je niet altijd kent of thuis kan brengen, vooral niet als je zelf geen lid bent van twitter of facebook. Is dit alles nou Hinglish of Engdi?

Voor wie schrijven auteurs als Choudhary? Wat is er nog specifiek Indiaas aan haar schrijverschap? Als iedereen in haar omgeving zo vertrouwd is met Engels, waarom dan niet alles in het Engels geschreven? Een interessante vraag, uiteraard, die de laatste jaren herhaaldelijk door schrijvers als Tim Parks is opgeworpen, maar al eerder (in India) door Salman Rushdie en V.S. Naipaul. En in hoeverre is er in de Indiase stedelijke wereld sprake van een tweedeling? Hoeveel van de honderden miljoenen Hindisprekers kunnen volgen waar het in verhalen als de Blauwe Sjaal over gaat?

Tja, wie zal het zeggen? Toch kom je met een beetje Engels al heel ver. Ik heb nog regelmatig contact met mijn vroegere buren uit Dahisar. Dat ging tot voor kort met moeizame telefoongesprekjes waarbij veel over en weer geschreeuwd moest worden. Tegenwoordig met bijna dagelijkse messages per What’s App: good morning; I love you; miss you, when you come to Bombay?; how are you; good night, dear L.

 

illustraties
vertalen in de praktijk; bron: bontegraphics.nl
to the city; bron: iphoned.nl