De Mississippi is een machtige rivier, bijna de langste van de wereld: ruim 3700 kilometer. Ze loopt dwars door de Verenigde Staten, van Noord-Minnesota tot aan New Orleans en de Golf van Mexico. Op bepaalde plekken is de Mississippi vele kilometers breed, majestueus. De rivier verdeelt de Verenigde Staten in Oost en West, het Middenwesten en het Zuiden. Bij Cairo, in Little Egypt, komt de Ohio de Mississippi binnen, een snijpunt van verschillende deelstaten: Illinois, Kentucky, Missouri. Vandaar stromen ze gezamenlijk verder naar het zuiden: Tennessee, Arkansas, Mississippi, Louisiana. Huckleberry Finn en Jim zouden bij Cairo de Ohio zijn opgedraaid, stroomopwaarts richting de vrijheid, maar ze missen de afslag: mist, aanvaring, verwarring. Ze zakken de Mississippi steeds verder af, richting New Orleans.

Cairo figureert in Mark Twain’s Adventures of Huckleberry Finn, in 1884 verschenen in Groot Brittannië, in 1885 in de Verenigde Staten bij Twain’s eigen uitgeverij, gedreven door zijn zwager. Bij voorintekening waren er al zo’n 50.000 exemplaren verkocht, een commercieel succes van de eerste orde. De schrijver heeft bijna tien jaar aan het boek gewerkt, uitzonderlijk voor een snel- en veelschrijver als hij. Huckleberry Finn, ‘Huck’, speelt een bijzondere rol in het eerder verschenen The Adventures of Tom Sawyer. Hij is goede vriend van Tom, hoewel hij uit een onaanzienlijk milieu afkomstig is en door de afwezigheid van een ouderlijk huis in portieken of varkensstallen moet slapen. In Huckleberry Finn komt Tom Sawyer op zijn beurt ook voor, in het begin en op het eind, maar de schijnwerper staat gericht op Huck en in het bijzonder op de relatie tussen hem en ‘nigger’ Jim, de ontvluchte slaaf van de weduwe Douglas. Het verhaal speelt zich af aan de vooravond van de Amerikaanse burgeroorlog (1861-1865): iemand die een slaaf helpt ontsnappen loopt zware risico’s, het misdrijf is erger dan het stelen van een paard of brandstichting. Huck realiseert zich dat terdege, maar na lang wikken en wegen besluit hij Jim toch te helpen. ‘I will burn in hell’, dat moet dan maar. En hij noemt zichzelf met enige ironie een abolitionist.

 

 

Huck is een bad boy: niet alleen door zijn hulp aan een weggelopen slaaf, maar ook doordat hij leugens vertelt, niet gehoorzaam is aan zijn vader, geen belangstelling heeft voor stichtelijke lectuur en de Bijbel. De weduwe Douglas en haar pinnige zuster Miss Watson proberen de verwaarloosde Huck te beschaven, maar hij houdt het voor gezien en kiest voor een vrijbuiterbestaan op de rivier. Hij onttrekt zich aan de invloed van zijn vader, een sadistische dronkenlap, door zijn eigen dood te ensceneren—een dood die zijn vader zal worden aangerekend. Hij steelt kippen en doet wat god verboden heeft. Maar hij is ook een good bad boy: als het erop aankomt, blijkt hij een hart van goud te hebben. Toch is Huckleberry Finn een steen des aanstoots in vooraanstaande intellectuele kringen in het 19e eeuwse Amerika. In het jaar van verschijning werd Twain’s boek geweerd uit diverse openbare bibliotheken, onder andere die van Concord, Massachusetts, gewoonlijk een baken van culturele vooruitstrevendheid. Bij monde van schrijfster Louise May Alcott (Little Women) liet de bibliotheekcommissie weten: als Mark Twain niets beters weet te verzinnen dan het vergiftigen van onze onschuldige jongens en meisjes, dan kan hij maar beter stoppen met schrijven.

 

 

Hoewel het boek de wereld stormenderhand veroverd heeft en in vele tientallen talen vertaald is met een totale oplage van naar schatting minstens 20 miljoen exemplaren, is de kritiek nooit verstomd. De verderfelijke invloed op de zuivere kindergeest heeft in de loop van de vorige eeuw langzaam maar zeker plaatsgemaakt voor een ander heet hangijzer, namelijk het verondersteld racistische karakter van Huckleberry Finn. Alleen al het feit dat zwarten, inclusief Jim zelf, worden aangeduid als niggers brengt sommige mensen blijkbaar tot blinde woede. Maar Twain zou Jim ook hebben afgeschilderd als een domme blackie, ten prooi aan bijgeloof, angst voor hekserij en niet voor rede vatbaar. Huck zegt zelf dat er met Jim niet te praten valt. Ze hebben een twistgesprek over koning Salomo, King Sollermun, die dreigde een baby te klieven. Huck vindt Salomo een wijs koning, maar Jim is het er niet mee eens: wat heb je nou aan een half kind? Bovendien: Salomo heeft minstens een miljoen vrouwen en hij zal dus kinderen genoeg hebben. Wie zal rouwen om een kind dat doormidden gehakt wordt? Tja, als hij nou één of twee kinderen zou hebben… dat is een andere kwestie. Huck zegt dat Jim totaal niet begrijpt waar het eigenlijk om gaat, Jim blijft bij zijn standpunt. Huck haalt tenslotte zijn schouders op en zegt: I see it warn’t no use wasting words–you can’t learn a nigger to argue. Tja, racistisch. Een vrijblijvende beschuldiging als je niet precies laat zien wat je bedoelt. Jim is allerminst geportretteerd zoals de puristen ons willen laten geloven, een dom zwartje, maar is een man van vele facetten, zoals ook de relatie tussen Huck en Jim veelzijdig en gelaagd is.

Iedere tijd heeft eigen voorkeuren en bezwaren en het lot van Huckleberry Finn is een fraaie case om dat te laten zien. Overigens is de waardering voor het boek in toonaangevende literaire kringen over de loop van jaren nauwelijks van karakter veranderd: schrijvers als Ernest Hemingway, William Faulkner, Francis Scott Fitzgerald, James Joyce, Norman Mailer, Jonathan Frantzen beschouw(d)en Mark Twain’s werk allemaal als de ultieme Great American Novel, waar de hele moderne Amerikaanse literatuur van is afgeleid. Wat mij opvalt in de omvangrijke hoeveelheid beschouwingen over Huckleberry Finn is dat er zelden wordt gewezen op de verontrustende ‘ondertoon’ van het boek. Oppervlakkig gezien gaat het misschien om een vrolijk, geestig jongensboek waarin je het verlangen zou kunnen zien naar de ongerepte natuur van een imposante rivier, een soort pastorale. Een constante trek in de Amerikaanse cultuur: Go West Young Man! Verlaat de decadente beschaving en trek naar de onontgonnen wildernis om jezelf te ontdekken en een beter mens te worden. Het overheersende thema van de Western: de eenvoudige onschuld die bedreigd wordt door oprukkende corruptie en bedrog.

 

 

In feite is Huckleberry Finn onder al die geestige jongensavonturen de doordringende schildering van een nachtmerrie. Het begint al bij de aanslag op Huck door z’n vader, een levensgevaarlijke psychopaat, maar de tocht over de Mississippi wordt steeds angstwekkender naarmate Huck en Jim verder naar het Zuiden trekken. De rivier en haar oevers worden bevolkt door moordenaars, dieven, bedriegers, gewelddadige roversbenden en de atmosfeer is al even onheilspellend: vernietigend onweer, dichte mist, onbestemde geluiden en in de verte altijd jankende bloedhonden die je achterna zitten. Het is een wereld van ratelslangen, ratten, spinnen, wilde varkens, maar ook van geesten en heksen. Een wereld die wordt beheerst door travestie, voortdurende verkleedpartijen (Huck als meisje, Jim als doodzieke Arabier) en tenslotte ingrijpende persoonsverwisselingen (Huck als Tom, Tom als Huck, de Engelse broers van de familie Wilks, de hertog, de koningszoon). Niets is wat het lijkt, achter elke bocht in de rivier schuilt nieuw gevaar, verhuld door ogenschijnlijke wellevendheid. Met als climax de uitzinnig ingewikkelde ‘bevrijding’ van Jim door Huck en Tom Sawyer, terwijl deze allang weet dat Jim geen slaaf meer is. Jongensboek? Eerder horror story! Een grotesk meesterwerk.

 

illustraties
Mark Twain; bron: huffingtonpost.com en thedailybeast.comLouisa May Alcott; bron: biografieonline.it
Huck en Jim; bron: oorsronkelijke illustratie uit het boek door Edward Windsor Kemble