De Maruti zou de Indiase Volkswagen moeten worden, een betaalbare, kleine auto, niet samengesteld uit buitenlandse onderdelen, maar van Indiase bodem, in elkaar gezet door Indiase arbeiders, in Indiase fabrieken. En inderdaad, Adolf Hitler vormde het inspirerende voorbeeld van hoe je zoiets moest aanpakken. Er bestonden al langer plannen voor dit project, maar pas in het begin van de jaren zeventig leek de verwerkelijking nabij. De grote inspirator was Sanjay Gandhi, jongste zoon van premier Indira Gandhi, die in 1966 de plotseling overleden Lal Bahadur Shastri was opgevolgd. Sanjay was bezeten van techniek en snelheid en bewoog hemel en aarde om zijn droom na te jagen. Helaas ontbrak het hem aan organisatietalent en was hij bovendien in het algemeen niet al te snugger, zodat zijn pogingen strandden. Het project heeft exorbitante financiële offers gevraagd van de nationale schatkist en werd gekenmerkt door verregaande corruptie en vriendjespolitiek, moeder Indira moest alles met de mantel der liefde afdekken. De Maruti-onderneming werd spottend ma roti genoemd, ‘moeder huilt’. De eigenzinnige en autoritaire manier waarop premier Narendra Modi dezer dagen optreedt in de kwestie Kashmir, doet sprekend denken aan de eigengereidheid van zijn (gehate) voorgangers uit de Congress Party. Van welke partij je ook bent, de Indiase politiek stimuleert blijkbaar dictatoriale trekjes bij politici.

Was de benoeming van Indira Gandhi een overwinning van het feminisme? In progressieve Westerse kringen werd het dikwijls op die manier gezien; de Amerikaanse voorvechtster van de vrouwenbeweging, Betty Friedan, juichte dat Gandhi de ‘vrouwelijke mystiek’ had verpletterd. Gandhi was weduwe, en na de dood van haar vader in 1964, ook wees; haar beide zoons waren volwassen en ze moest een nieuw leven beginnen—maar feministisch, nee, dat was ze niet. De partijbonzen die haar naar voren schoven na het overlijden van Lal Bahadur Shastri, de opvolger van haar vader, meenden juist dat ze een doetje was, die precies zou uitvoeren wat haar werd ingefluisterd. Hoewel ze jarenlang had gefungeerd als haar vaders rechterhand, was haar eigen ervaring in de politiek gering. Haar optreden in het parlement was aanvankelijk geen succes, ze kon nauwelijks uit haar woorden komen. Het deed denken aan haar studententijd in Oxford toen ze een keer sprak voor Indiase studenten. Ze stotterde en bracht merkwaardige klanken voort. Iemand riep: ‘Ze praat niet, ze kwaakt!’.

Gandhi was taai en uitgesproken koppig, maar dat werd pas duidelijk na haar installatie. Ze werd in november 1917 geboren in Anand Bhavan, het huis van haar gefortuneerde grootvader Motilal Nehru te Allahabad. Een ondergeschoven kindje. Haar vader Jawaharlal Nehru schreef haar eens dat haar geboorte gedenkwaardig was omdat deze plaatsvond ten tijde van een grote historische gebeurtenis: de Russische revolutie. Maar Gandhi heeft nog het meest geleden onder de opmerking die een van haar tantes over haar maakte: ‘Het wicht is lelijk en dom’. Gandhi is lang ziekelijk geweest en zou vermoedelijk net als haar moeder jong gestorven zijn aan longtuberculose, als er niet in de jaren vijftig effectieve geneesmiddelen op de markt waren gekomen. Tot dan bracht ze veel tijd door in sanatoria en ziekbedden. Toen ze in de jaren veertig wilde trouwen, werd een huwelijk—en zeker het krijgen van kinderen—haar sterk afgeraden. Op jeugdfoto’s ziet ze er soms griezelig uit: een klein, broodmager gezichtje, een spitse haakneus en zwarte wallen onder haar grote ogen. Er is veel met haar voortgezeuld. Ze is altijd enigst kind gebleven, maar in het kader van de toenemende betrokkenheid van de familie bij de Indiase onafhankelijkheidsstrijd, was van een stabiele jeugd geen sprake. Haar vader en grootvader werden geregeld door de Britse overheersers gedetineerd, een lot dat ook tal van andere familieleden en vrienden van de familie ten deel viel. Het politieke bestaan ging gepaard met talrijke reizen, ook naar het buitenland. Gedurende lange perioden heeft Gandhi slechts schriftelijk contact met haar ouders gehad, vooral met haar vader. Beiden schreven vlot en hebben elkaar karrenvrachten met brieven toegestuurd. Als er pijnlijke dingen te bespreken waren, deden ze dit liever per brief dan mondeling.

Toen Gandhi eenmaal premier geworden was, werkte ze—net als haar vader had gedaan—minstens 16 uur per dag. Voor lange, persoonlijke brieven had ze geen tijd meer, zelfs haar goede vriendinnen moesten het doen met korte, door secretaressen getypte epistels. Gandhi’s politieke bestaan vond plaats tussen 1966 en 1984, ondanks de blinde bewondering die premier Gandhi van Westerse feministen en andere linkse intellectuelen mocht ondervinden, heeft ze de meest afgrijselijke streken uitgehaald. Voor zover ze erover correspondeert met haar vrienden en vriendinnen, vind je in haar brieven geklaag over het onbegrip dat ze tegenkomt; en iedereen die het waagt iets kritisch op te merken, valt meteen uit de gratie. In de jaren zeventig riep ze, mede op aandringen van zoonlief Sanjay, de ‘noodtoestand’ uit en liet ze vele duizenden politieke tegenstanders zonder vorm van proces achter de tralies zetten. Onder aanvoering van Sanjay werd haar ‘strijd tegen de armoede’ omgevormd tot een strijd tegen de armen. In het kader van het ‘verfraaien van de steden’ werden krottenwijken platgebuldozerd, bedelaars opgepakt en verdreven en werden er in het kader van de geboortebeperking op grote schaal gedwongen sterilisaties toegepast. Dit alles heeft diepe littekens in de Indiase samenleving achtergelaten. Onder Gandhi is de Indiase democratie op een bedenkelijk hellend vlak terechtgekomen. Ze heeft als geen ander corruptie en nepotisme toegelaten en aangemoedigd. De vrijheid die ze haar zoon Sanjay gaf, om zijn eigen dubieuze belangen na te jagen en zich verregaand te bemoeien met staatszaken—zonder enige officiële functie—is verbijsterend. De dynastieke ambities van de Nehru-familie, die waren begonnen bij grootvader Motilal, zijn vooral door haar verder aangewakkerd. Haar favoriete verkiezingsslogan was ‘India is Indira, Indira is India’.

 


Lieveling van moeder

Sanjay heeft van zijn Maruti-project een puinhoop gemaakt, zoals alles wat hij aanraakte in chaos en narigheid veranderde. Sanjay was nooit in staat om de overstap te maken van een proefmodel naar een massaproduct. Zijn auto-industrie kwam niet van de grond. De machines en gereedschappen in zijn geïmproviseerde werkplaats in Delhi schoten tekort, er was geen lopende band, zodat de arbeiders de wagens met de hand van de ene werkplek naar de andere moesten vervoeren, aldus de historicus Gyan Prakash in zijn briljante studie Emergency Chronicles die zojuist verschenen is. Een dealer die toestemming had gekregen om een model in zijn showroom te zetten, reed van de werkplaats naar zijn zaak, 150 kilometer verderop. Hij had hoogwaardigheidsbekleders en andere voorname gasten uitgenodigd voor een feestelijke bijeenkomst. Maar hij was meer dan zes uur onderweg omdat het prototype ermee ophield. Uiteindelijk heeft hij zijn zaak bereikt, de wagen voor zich uit duwend. Hij schreef een protestbrief naar Sanjay en kondigde het eind aan van hun verbintenis. In een woedende reactie dreigde Sanjay de man in de gevangenis te smijten. Pas toen de man voor het zoontje van de premier geknield had en eerbiedig diens voeten had aangeraakt, wist hij zijn vege lijf te redden.

Ma roti is ongetwijfeld bedacht om uit te drukken dat er weliswaar rotte appels in de mand zaten, maar dat de Nehru-Gandhi-dynastie in wezen toch democratisch en rechtvaardig was. Maar het is de vraag of Indira Gandhi ooit een traan gelaten heeft over de wandaden van haar zoon.

 

illustratgies:
Indira Gandhi; bron: thepolicytimes.com
Sanjay Gandhi; bron: Express Archives Photo