In Stalking the Billion-Footed Beast, de inleiding die is opgenomen bij de paperbackuitgave van The Bonfire of the Vanities, noteert Tom Wolfe dat hij jarenlang uitzag naar de definitieve roman over New York—een boek dat hij zich zelf eveneens had voorgenomen te schrijven. Ik heb er onlangs  op deze plaats melding van gemaakt. Het onderwerp vraagt erom, dacht Wolfe, er zullen duizenden ambitieuze auteurs zijn die zich erop hebben gestort. There it was, the Rome, the Paris, the London of the twentieth century, the city of ambition, the dense magnetic rock, the irresistable destination of all those who insist on being where things are happening…’. Net als andere grote Amerikaanse steden maakte New York een transformatie door in de jaren zestig, zeventig, tachtig: de vierde grote immigratiegolf maakte zijn opwachting met volksverhuizers uit Azië, Noord-Afrika, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. Bestaande machtsstructuren werden ondergraven. Wat is er aan de hand?, hoe werken deze veranderingen door op individueel niveau?, welke druk legt dit op de etnische verhoudingen in een stad die zich ontwikkelt tot de sociaal-culturele en economische hoofdstad van de wereld? Wolfe kon wachten tot hij een ons woog, er kwam niemand anders, hij moest het boek zelf schrijven.

Wil je een antwoord vinden, dan zul je er op uit moeten gaan, met eigen ogen en oren doordringen in het stedelijke bestaan. Persoonlijke ervaringen opdoen. Dat zou het belangrijkste advies zijn aan iedere socioloog of antropoloog, maar uiteraard ook aan iedere schrijver. Wolfe verkeerde in een strategische positie als journalist, door zijn werk bij de zondagse bijlage van de Herald Tribune en weekbladen als Esquire en The New Yorker, kende hij de stad in vele opzichten. Vanaf begin jaren tachtig begon hij de lege plekken op te vullen. Want persoonlijke ervaringen moeten worden aangevuld met reportages, oftewel ‘documentatie’. Wolfe verwijst in dat verband naar Charles Dickens, die een rusteloze ‘ontdekkingsreiziger’ was. Als een uncommercial traveller voor de firma Human Interest Brothers schreef hij in zijn weekblad All the Year Round een serie, deels autobiografische, indrukken van het grote stadsleven: nachtwandelingen, de kerken van Londen, verhalen van verpleegsters, armenhuizen, drankproblemen, werkhuizen, theaters van de zelfkant. Eerder had hij als piepjonge verslaggever naam gemaakt bij de Morning Chronicle met zijn schetsen, later gepubliceerd als Sketches by Boz. Journalistieke juweeltjes die de nieuwsgierigheid en gretigheid laten zien waarmee Dickens de stad ontdekte. De standplaatsen van Hackney-coaches, de straat ’s ochtends vroeg en de straat ’s nachts, de kermis van Greenwich, privétheatertjes, Scotland Yard, de viering van de 1ste mei, de recreatieplekken van de stad. Net als Dickens verzamelde Emile Zola, om nog maar een ander voorbeeld te noemen, het materiaal voor zijn romans in eigen persoon, soms incognito. Au Bonheur des Dames was gebaseerd op de gegevens van drie grote Parijse warenhuizen, le Bon Marché, le Louvre en le Printemps. Hij heeft niet alleen de hoeveelheid personeel vastgelegd, maar ook hun precieze functies en de onderlinge verhoudingen. Soms in de vorm van simpele lijstjes, vaker als korte beschrijvingen. On ouvre le magasin à 7 h 30. Des garçons de magasin se mettent dès 5 heures à épousseter et à laver, nettoyer. Les frotteurs viennent du dehors. A 7 h 30 arrive une partie des employés, à tour de rôle. L’arrivée générale est à 8 heures du matin. Chaque employé a un numéro d’ordre. Un inspecteur est à la porte avec un livre de présence; il pointe chacun à son numéro. A 8 h 05 le livre est fermé, et l’on note à part les retardataires, qui reçoivent une réprimande si le fait se produit souvent. Alle details, vaak aangevuld met ruwe tekeningen van de indeling, de vloeroppervlakten en de positie van de verkooppunten. De aantekeningen voor zijn romans—Nana, La Débâcle, Germinal, Le Ventre de Paris, L’Assommoir—zijn in 1986 uitgegeven als Carnets d’Enquêtes. Une etnhnographie inédite de la France.

 


Emile Zola: de werkelijkheid gedocumenteerd

In The Bonfire of the Vanities herken je een aantal situaties en gebeurtenissen die door Wolfe eerder in journalistieke reportages zijn vastgelegd. In het boek worden twee sjieke feestjes beschreven, bij de Di Duccis en de Bavardages, waarin je zonder moeite elementen terugziet uit Radical Chic, het door Wolfe beschreven partijtje ten huize van Leonard Bernstein waar vertegenwoordigers van de Black Panthers de gelegenheid krijgen om hun ‘programma’ aan de elite van New York uit te leggen. De criminele praktijken van Reverend Bacon zijn mede ontleend aan een andere befaamde reportage: Mau-Mauing the Flak Catchers.

Hoe dicht Wolfe de werkelijkheid op de hielen zat–of is het juist andersom?–wordt duidelijk uit een anecdote uit zijn inleiding. Om te weten hoe het was om met subway van Manhattan naar de Bronx te reizen, nam hij die route een paar keer zelf, op verschillende tijdstippen. Tijdens een rit ontmoette hij een kennis die er opmerkelijk uitzag: een opgestroopte broek, groene sokken en een paar afgetrapte sportschoenen. Hij droeg een plastic tas. Daarin zaten zijn ‘normale’ schoenen. De man legde uit dat hij een keer overvallen was in de trein en daarom geen aandacht meer op zichzelf wilde vestigen door met dure schoenen te reizen. Wolf dacht ‘bingo’ en nam zich voor de man en het incident te gebruiken voor zijn boek. En inderdaad, Larry Kramer, de assistent DA, reist met een plastic tasje naar het gerechtsgebouw in de Bronx. Maar geen overval.

 


Bernhard Goetz, subway vigilante

Toen Wolfe op het punt stond het bedoelde hoofdstuk te schrijven, vond er een opzienbarend incident plaats in de subway: de kwestie Bernie Goetz. Ook hij werd aangeklampt in de subway (er vonden in die periode gemiddeld veertig overvallen per dag plaats in de ondergrondse): hij moest zijn geld afgeven. Goetz stond op, trok een revolver en knalde de vier overvallers neer. Bernhard Goetz ging de geschiedenis in als de subway vigilante. Hij werd veroordeeld wegens illegaal wapenbezit, maar later door de slachtoffers en hun familie civielrechtelijk aangeklaagd voor tientallen miljoenen schadevergoeding.

Wolfe heeft het incident niet willen gebruiken. Wat zouden mensen hebben gezegd? This poor fellow Wolfe, he has no imagination. He reads the newspapers, gets these obvious ideas, and then gives up this wimp Kramer, who caves in. So I abandoned the plan, dropped it altogether. De achilleshiel van het realisme: de werkelijkheid die je optekent is soms zo bizar dat je als romanschrijver ongeloofwaardig bent.

 

illustraties
Subway ingang; bron: alamy.com
Bernhard Goetz; bron: newsweek.com
Emile Zola; bron: bbc.co.uk