Decembermaand: tijd voor lijstjes, wat zijn de beste boeken geweest van het afgelopen jaar? Je vraagt je af hoe lang dit ritueel nog zal blijven bestaan in een context van toenemende leesmoeheid. Iedere krant en ieder tijdschrift van enig niveau nodigde medewerkers omstreeks Kerstmis gewoonlijk uit om op te schrijven wat hun favoriete lectuur was geweest in de voorbije tijd. Ik vond het meestal interessant omdat je daarmee ook beter zicht kreeg op het karakter van het medewerkersbestand. Ik ben betrokken bij het onvolprezen webtijdschrift Literair Nederland en daar houdt de redactie deze goede gewoonte in stand—onder de naam ‘decembertips’ Toch een aanpassing aan de veranderde omstandigheden: boeken in termen van cadeaus voor onder de kerstboom (http://www.literairnederland.nl/hoe-meer-ik-lees-hoe-fitter-ik-me-voel/). Ik heb er in het verleden vaak aan meegedaan, voor Het Parool waar ik een tijdje redacteur ben geweest van de ‘boekenpagina’, voor allerlei andere tijdschriften waar ik wel eens voor schreef, maar vooral voor Vrij Nederland waarbij ik tussen halverwege de jaren zeventig van de afgelopen eeuw en de eerste jaren van deze eeuw als recensent en medewerker betrokken was. Bij het doorzoeken van schijfjes met oud werk vond ik onlangs nog een stukje, geschreven voor het Kerstnummer van 1998. Voor de curiositeit druk ik het af:

De boeken die ik in 1998 met het meeste plezier gelezen heb zijn overwegend van Schotse origine, maar daar ging dan ook mijn meeste aandacht naar uit. Ik denk dat we de komende jaren nog zullen opkijken van wat daar gebrouwen wordt. Komt het door de totale ontmanteling van de industriële infrastructuur en de intense problematiek van armoede, alcoholisme en wijdverbreide drugsverslaving dat hier zoveel rauwe stadsromans vandaan komen? Moira Burgess laat deze ontwikkeling zien in haar vooral op Glasgow georiënteerde overzichtswerk (Imagine a City; Argyll Publishing) en Alan Warner’s The Sopranos (Jonathan Cape) en met name Irvine Welsh (Filth) zijn er spectaculaire voorbeelden van. Ver buiten Schotland ben ik het afgelopen jaar niet gekomen. Van vlak over de grens is The Restraint of Beasts (Flamingo) van debutant Magnus Mills, dat me het beste beviel uit het lijstje kandidaten voor de Booker Prize. Simon Armitage’s smakelijke boek over Yorkshire (All Points North; Viking) is eveneens dichtbij Schotland gesitueerd, maar is er wat sfeer betreft ver van verwijderd. Dat laatste geldt te meer voor een boek dat ik nog in te halen had: Philip Roth’s American Pastoral (Jonathan Cape), waarvan ik danig onder de indruk was. Je zult toch zo kunnen schrijven! Tenslotte twee Nederlandse werken voor degenen die niet verslaafd zijn aan de soap opera over het P.J. Meertens Instituut. Ileen Montijn’s poëtische Leven op stand, 1890 – 1940 (Thomas Rap) en De ontboezemingsbundel van Jopie Breemer, verzorgd en ingeleid door Gerrit Komrij (Bert Bakker).

Duidelijk: ik had net een jaartje in Glasgow gewoond om onderzoek te doen. Van de Schotse literatuur werd veel verwacht, ik vrees dat die verwachtingen niet helemaal zijn waargemaakt. Het stukje bedroeg maar een paar honderd woorden. Meestal moesten we ons beperken tot het noemen van drie titels, dan was er geen ruimte voor uitweiding of toelichting. Of misschien hing het af van de gemoedsgesteldheid van de ‘baas’ van de Boekenbijlage, Carel Peeters. Lijstjes geven aanleiding tot eindeloos gehakketak. Over smaak valt niet te twisten, beweert een bekend Nederlands gezegde, maar de werkelijkheid is totaal anders: over niets wordt zoveel getwist als over smaak, zeker smaak voor kunst en cultuur. O wee als je van de verkeerde dingen houdt!

De leesclub waar ik lid van ben, bestaat bijna tien jaar en drie leden van het eerste uur (zomer 2007) waren de afgelopen dagen bezig met het samenstellen van de lijst van boeken die we in clubverband gelezen en besproken hebben. Mijn eigen boekhouding is niet betrouwbaar, iemand anders is haar boekhouding over de eerste jaren kwijt en dus is het soms gissen en aarzelen. De een zegt dat we een bepaald boek ‘absoluut niet’ gelezen hebben, de ander beweert met grote stelligheid dat dit ‘wel degelijk’ het geval is geweest. Ach, er staat niets op het spel… Overigens hebben we bij elkaar toch minstens zo’n 65 boeken behandeld. Het merendeel is Angelsaksische literatuur, ‘klassieken’, maar daarnaast hebben we Italianen, Duitsers, Spanjaarden en Aziaten gelezen. Zelfs een enkel Nederlandstalig boek. Er zit geen lijn in onze keus, we werken niet naar een bepaald doel toe, iedereen kan een voorstel doen en na wat heen en weer gepraat en wat geblader in een stapeltje boeken komt er een concreet voorstel op tafel, vaak tot verrassing van iedereen.

Om onze keuze wat achtergrond te geven, sturen we af en toe lijstjes rond als we daar toevallig op stuiten. Van de zomer deed ik dat met the 100 best novels written in English: the full list uit The Guardian (17 augustus 2015). De lijst was—na veel geploeter—samengesteld door Robert McCrum en de volgende dag waren er al bijna driehonderd reacties bij de krant binnengekomen, uiteraard verontwaardigd vanwege het ontbreken van ieders lievelingsboeken. In mijn leesclub leidde de lijst tot enige bescheidenheid, misschien zelfs schuldgevoel. Niet alleen hadden we het aantal van honderd boeken nog lang niet bereikt, maar de lijst bevatte ook tal van werken die we nog nooit hadden gelezen. Zijn we soms bezig ons leven in ledigheid door te brengen?! Dat schokje voelde ik zelf ook. Ik kwam tot ongeveer een derde van het aantal boeken op de lijst, 35 om precies te zijn, dat ik ook gelezen had—de score had er nog iets dragelijker uit kunnen zien als het alleen om de schrijvers zou zijn gegaan en niet om specifieke titels. Ik heb natuurlijk Virginia Woolf gelezen, maar niet het boek dat McCrum had uitgekozen en dat gold ook voor schrijvers als Poe, Hemingway, Steinbeck, Hardy, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Eén van de reacties op de lijst kun je zelf bedenken: er stonden natuurlijk veel te weinig vrouwen op. Rachel Cooke vond het onaanvaardbaar dat er maar 21 vrouwelijke auteurs genoemd waren en kwam met een eigen top tien van schrijfsters. Anderen vielen erover dat er aanzienlijk meer Britten dan Amerikanen waren genoemd en door zulke tegenwerpingen word je met de neus gedrukt op de vraag: wat is eigenlijk een ‘klassiek boek’. McCrum heeft zijn keuze uitvoerig toegelicht in de krant en stuitte daarbij onvermijdelijk op deze klassieke, maar misschien zinloze vraag. Er bestaan allerlei definities; schrijvers als T.S. Eliot, Italo Calvino en Ezra Pound hebben omstandig geschreven over het onderwerp. Calvino: klassiek is een boek dat nooit klaar is met zeggen wat het bedoelt te zeggen; Pound: een boek met eeuwige, onberedeneerbare frisheid. McCrum zelf zegt: een kenmerk van een klassiek boek is dat het altijd beschikbaar moet zijn. Hmm. Voor sommige anderen is een klassiek boek een boek dat we hadden moeten lezen maar nog niet hebben gedaan, anderen menen juist dat het een boek is dat we keer op keer opnieuw hebben gelezen, waaruit we eindeloos kunnen citeren. McCrum: While our preferences inevitably reflect gender, nationality, class, and education, there is no accounting for taste.

Een waar woord, mijn eigen grootste bezwaar tegen de lijst is het etnocentrische karakter. Of er voldoende vrouwen op staan kan ik slecht beoordelen, maar ik zie wel dat een hele wereld aan Engelstalige literatuur volstrekt onbelicht blijft: de literatuur die afkomstig is uit de zogenaamde Derde Wereld—tweede generatie-immigranten uit Afrika, Midden-Amerika of Azië. Wat te denken van Chinezen als Ha Jin of Ma Jian die Amerikaans geworden zijn en zich moeiteloos uitdrukken als native writers. Om nog maar te zwijgen over de golf van Engelstalige literatuur uit India. McCrum heeft Midnight’s Children op zijn lijst. Terecht—dit boek vormde trouwens het begin van onze eigen leesclub—maar van overige Indiase auteurs geen spoor. Zo zie je maar: over lijstjes blijft altijd te twisten. Brengt het ons verder?

 

illustraties:
Robert McCrum en Salman Rushdie; bron: i.guim.co.uk
Rachel Cooke; bron: static.guim.co.uk