De biologische klok is een dictator, dat kan bijna niet anders. Via dit instrument bestaat er een sterke relatie tussen brein, energiehuishouding en dag- en nachtritmes. Hij bevindt zich in de suprachiasmatische nuclei binnen de hypothalamus en legt van daaruit zijn ritme op aan de rest van het lichaam; hij zorgt voor waken en slapen, voor eten en vasten. Als je hem onklaar maakt, zie je pas goed waar hij voor staat. Het is gedaan bij de favoriete proefdieren voor experimenteel biologisch onderzoek: muizen. Het resultaat is dat de beestjes, in principe nachtdieren, geen gereguleerd eetgedrag meer vertonen en zowel ’s nachts als overdag op zoek naar voedsel gaan. Hoogst verwarrend, de muis is de muis niet meer.

Ik heb deze wijsheid opgedaan tijdens een congres over biologische ritmes en slaap, Klokje Rond, eerder deze week georganiseerd door het Interdisciplinair Congres Amsterdam, onderdeel van de Bèta-Gamma en Future Planet Studies van de Universiteit van Amsterdam. De Rotterdamse hoogleraar chronobiologie Bert van der Horst liet zien dat vrijwel alle afzonderlijke cellen in het menselijke lichaam hun eigen ‘klokje’ hebben, volgens hem worden vijf tot tien procent van onze genen op deze manier ‘ritmisch aan en uit gezet’ – ontregeling van het systeem heeft een slechte invloed op de lichamelijke, en misschien ook wel psychische, gezondheid. Ook de Amsterdamse hoogleraar experimentele neuronendocrinologie Andries Kalsbeek wees daar nadrukkelijk op. De ‘mismatch’ die ontstaat doordat op grote schaal elektrisch licht wordt toegepast en mensen steeds meer in ploegendienst werken – en perioden van eten en rusten dus niet meer aan zonlicht gekoppeld zijn – maakt ons, volgens hem, kwetsbaar voor allerlei chronische aandoeningen. De zevendaagse vierentwintiguurseconomie waarin we tegenwoordig zouden verkeren, leidt volgens hem steeds meer tot diabesitas – dat klinkt inderdaad als een hele enge ziekte. De normale gang van zaken wordt aangetast.

Zelf was ik uitgenodigd om mijn licht te laten schijnen op patronen van slaap in India. Professor van der Horst had eerder opgemerkt: Voor de meeste mensen is het vanzelfsprekend dat zij iedere avond rond een bepaalde tijd in slaap vallen en ’s morgens – ook zonder wekker – weer op een redelijk tijdstip wakker worden. Daar valt natuurlijk weinig tegenin te brengen, hier is de keiharde wetenschap aan het woord, laboratoria, experimenten, streng gecontroleerde proefnemingen, microscopen. Nobelprijzen. Toch hebben antropologen al lang en breed vastgesteld dat in verreweg het grootste deel van de wereld op andere manieren geslapen wordt dan het onmiskenbaar ‘Nederlandse’ model waarop het onderzoek naar de biologische klok is gebaseerd.

We kennen allemaal de siësta van de gebieden rond de Middellandse Zee, maar het verschijnsel dat mensen midden op de dag een tukje doen is veel verder verbreid dan alleen daar, je ziet het in grote delen van Latijns-Amerika, Afrika en Azië (inclusief omvangrijke regio’s in India) – ook al heet het daar misschien anders. Kenmerkend is dat het niet gaat om individuele voorkeuren, maar dat de hele samenleving erop is ingesteld: winkels, scholen en kantoren gaan dicht, de openbare dienstverlening wordt aangepast. Het is een gewoonte die het hele dagritme ingrijpend beïnvloedt, in het bijzonder ook de tijd voor maaltijden en de nachtelijke bedtijden. Mismatch? Nee, vanuit het standpunt van de betrokkenen volstrekt ‘vanzelfsprekend’, om het woord van de chronobiologie te gebruiken. Vanuit de wetenschap en de medische stand ter plaatse, zul je overtuigende pleidooien kunnen beluisteren die de superioriteit van dit stelsel aanbevelen en rechtvaardigen. Trouwens, ook in de maatschappij waar alleen ’s nachts zou worden geslapen is het middagdutje geen onbekend verschijnsel: menige oudere geeft zich eraan over, net als jonge kinderen, al dan niet onder dwang van hun ouders.

Je hebt ook samenlevingen waar zelfs zo’n eenmalige onderbreking van de dag te gereguleerd is en waar mensen de hele dag door ‘slaapjes’ doen, een napping culture. In Japan bestaat zo’n cultuur, inemuri. Japanse deskundigen en volksopvoeders vinden het ongezond om uren achtereen te slapen, je moet je tijd beter gebruiken! Vroeg uit de veren en gedurende de dag ‘bijslapen’ op ieder moment dat je niet alert hoeft te zijn. In de ondergrondse van Tokyo heb ik dikwijls mensen staand zien slapen, maar ook als je bij vergaderingen zit of op de universiteit colleges volgt zie je dat de slaap een flink aantal toehoorders bespringt en overmant. In een inemuri-regime bestaan speciale codes om mensen die bij de les betrokken moeten worden – een student die een vraag krijgt voorgelegd – hoffelijk tot leven te wekken. Wie wel eens in een bus met Japanse toeristen meegereden is, weet dat terwijl het voertuig zich verplaatst van de ene naar de andere bezienswaardigheid, het hele gezelschap in diepe slaap gedompeld is. Mijn goede vriendin, de Oostenrijkse Japanologe Brigitte Steger – verbonden aan Cambridge University – geeft in haar boek over inemuri (Wie die Japaner schlafen und was wir von ihnen lernen können – Rowohlt Taschenbuch Verlag) een groot aantal frappante voorbeelden.

Zo ook India. Voor de ‘slaapjescultuur’ die hier bestaat is geen speciaal woord – voor zover mij bekend, maar je herkent moeiteloos een groot aantal ‘Japanse’ kenmerken. Opmerkelijk is de vanzelfsprekende manier waarop mensen de openbare ruimte gebruiken om even te slapen, maar je treft in principe overal ‘slapers’ aan: ook in semiopenbare kantoren, in winkels, in wachtruimten van artsen, politici, universiteitsdocenten, zelfs in theaters en bioscopen. En berucht zijn uiteraard de vergaderzalen van het Indiase parlement – op vele tijdstippen van de dag meen je zicht te hebben gekregen op de slaapzalen van bejaardentehuizen in plaats van op broeikassen van politieke strijd en contestatie. Maar ook bij mensen thuis – waar altijd veel volk over de vloer komt: inwonende of bezoekende familieleden, buurtgenoten, vrienden en onduidelijke aanhang – wordt op alle momenten van de dag geslapen, op de bank, op de grond; de lopende conversaties en het rumoer gaan gewoon door. De tv staat op topvolume. Kinderen rennen rond en krijsen.

Inderdaad, een centraal kenmerk van zo’n slaapcultuur is het gemak waarmee mensen door alles en iedereen heen kunnen slapen. Ik heb nog nooit een Indiër gesproken die last had van jet lag. Jarenlang heb ik foto’s gemaakt van slapers op straat. Sommigen zijn midden op de stoep schijnbaar gewoon omgevallen, anderen schermen zich een beetje af door iets over het hoofd te trekken of zich met de rug naar de wereld te keren – maar in alle gevallen liggen mensen te slapen in de oorverdovende herrie, verstikkende drukte en brandende zon die zo typerend zijn voor het bestaan in Indiase steden. Soms liggen ze alleen, soms in kleine groepjes, soms open en bloot, soms zorgvuldig in sjaals of lakens verpakt. Een belangijke uitzondering wordt gevormd door vrouwen en kinderen – die zie je eigenlijk alleen maar in groepsverband, zelden of nooit alleen. Misschien dat je in het algemeen minder vrouwen in de openbare ruimte treft, maar dat kan geen verklaring zijn. Evenmin als de angst voor beroving of, realistischer, verkrachting. Dat zou misschien opgaan voor een stad als Delhi, maar Bombay (Mumbai) en andere steden zijn een stuk ‘vrouwvriendelijker’.

Als mijn waarnemingen kloppen – ik geef onmiddellijk toe dat er met veel meer systematiek onderzoek zou moeten worden gedaan – heeft dat consequenties voor het experimentele slaaponderzoek in Nederland. Het zou immers betekenen dat niet de biologische klok dictatuur uitoefent, maar de samenleving waarin het klokje tikt. Een napping culture is kenmerkend voor pasgeboren kinderen, maar in Noordwest-Europese landen zorgen de opvoeders – vaak met harde hand – dat ze zo spoedig mogelijk het ‘volwassen’ patroon overnemen: slapen doen we ’s nachts – er is een tijd voor alles, en voor alles een tijd, strikt in compartimenten opgedeeld. In India worden ‘slaapjes’ tussendoor eerder beschouwd als iets natuurlijks, als je slaapt, slaap je, ook al lig je niet in je bedje. De biologische klok past zich aan, volgt trouw de maatschappelijke normen en waarden. De tijdsindeling in India verschilt eveneens van die in het Westen – geen dictaat dat je maar één ding tegelijk mag doen (monochronie), maar de soepelheid om vele taken juist tegelijk te verrichten (polychronie).

Toch wordt er in  India de laatste jaren veel aandacht geschonken aan ‘slaapproblemen’, medici en onderzoekers laten zich graag leiden door modieus onderzoek in het Westen. En inderdaad, het blijkt dat in India mensen plotseling last krijgen van slapeloosheid en alles wat daarmee samenhangt. Je hebt natuurlijk altijd mensen die opeens iets krijgen wat vroeger niet bestond, maar dat bedoel ik niet. Wie zijn de ‘patiënten’? Juist: bij uitstek de Indiërs die naar hun geboorteland terugkeren na een lang verblijf in de Verenigde Staten van Amerika, Groot-Brittannië of Australië! De biologische klok is vermoedelijk in feite een ‘klokje’, flexibel, volgzaam, kneedbaar. En de Indiase biologische klok lijkt – net als de Japanse – bij uitstek geschikt voor de 24/7-maatschappij van de 21ste eeuw. Tot voor kort werd India beschouwd als een achterlijke, feodale boerensamenleving, maar het land staat op het punt om de premie op deze achterstand te incasseren – de fase van strikte tijden, afgestemd op een industriële, 19e eeuwse fabrieksmaatschappij, kan glimlachend worden overgeslagen. Jan Romeins ‘wet van de remmende voorsprong’ is nog steeds van kracht.

 

illustraties:
al het fotomateriaal is van Lodewijk Brunt (copyright)