Kompromat heeft iets paradoxaals. Je kunt iemand alleen in verlegenheid brengen in een omgeving die gevoelig is voor bepaalde denkbeelden of gedragingen. Er moet iets bestaan als een ‘moraal’, een reeks van alom erkende waarden en standaarden waartegen je ‘zondigt’. Je zou kunnen proberen om een Indiase politicus in het nauw te drijven door te onthullen dat hij de wet heeft overtreden, maar een aanzienlijk deel van alle politici in India is veroordeeld wegens misdaden, tot moord en doodslag aan toe, of wordt daarvan verdacht. Iedereen weet dat. Hoe kun je iemand onder die omstandigheden in verlegenheid brengen? Je reputatie loopt eerder gevaar als je een vlekkeloos blazoen hebt, zou je zeggen, want waarom zou je op een politicus stemmen die zich altijd keurig aan de regels houdt? Zo iemand krijgt immers niets voor elkaar?!

Sinds kort is het begrip kompromat gemeengoed geworden. Dankzij Donald Trump die zich zou hebben gecompromitteerd door zich op zijn hotelkamer af te geven met hoeren tijdens een verblijf in Moskou. Opgenomen, vastgelegd en blijkbaar geschikt om de reputatie van de nieuwe Amerikaanse president nog verder te ondergraven dan al het geval was. Of het waar is of niet zou trouwens nog moeten blijken. Ik had nog nooit van de term gehoord, maar in mijn krant werd het verschijnsel van reputatieschade uitvoerig uit de doeken gedaan. Kompromat is Russisch en zo klinkt het ook, ik moest denken aan Komintern, Politbureau en andere onheilspellende aanduidingen. Ook de redacteur die de analyse verzorgt, weet er niet goed raad mee. Het verschijnsel wordt door hem of haar aangeduid als fijne kunst, maar ook als industrie en simpele methode. Het woord is een samentrekking van compromitterend materiaal. Je legt over degene die je wilt treffen een dossier aan met schadelijke informatie en die breng je naar buiten op een strategisch moment. Uitstekend geschikt voor afpersing- en chantagepraktijken. Iedereen kan doelwit worden van een dergelijke setup, aldus NRC Handelsblad (12 januari 2017), maar in de geruchtmakendste zaken uit Rusland spelen publieke personen–politici, diplomaten–steevast de hoofdrol.

Typisch Russisch zou de openheid zijn waarmee kompromat wordt verzameld en gebruikt, je zou zelfs gespecialiseerde bedrijven in de arm kunnen nemen die je tegen betaling van de gewenste informatie voorzien of zulke informatie verspreiden, desnoods gefabriceerd. Misschien is dat inderdaad een verschil met de situatie in landen die over het algemeen iets minder corrupt en verziekt zijn dan Rusland—of for that matter China, India, Nigeria, Afghanistan, Soedan, Noord-Korea. In een omgeving van losse zeden moet je het wel bijzonder bont maken om indruk te maken. Toch dacht ik onmiddellijk aan een van mijn favoriete tv-series, die ik toevallig onlangs weer eens bekeek: House of Cards. Ik bedoel uiteraard de Britse versie uit het begin van de jaren 1990 en niet het flauwe, Amerikaanse aftreksel met dezelfde naam. Met Rusland of Russische praktijken heeft de serie niets uitstaande, alles speelt zich af op de ‘geboortegrond van de democratie’, zoals je Britten graag hoort zeggen.

Het verhaal is gesitueerd in de turbulente jaren die volgen op het aftreden van Margaret Thatcher. Haar opvolger is premier Henry Collinridge maar net als toen zat de top van de Tories barstensvol met ambitieuze kandidaten om diens positie te ondermijnen en zelf aan de macht te komen. Centraal in het spel is Francis Urquhart (‘FU’), chief whip van de partij. Hij had op een ministerspost gerekend, maar kreeg het lid op de neus en nam zich plechtig voor de positie van Collinridge waar mogelijk te ondermijnen en te saboteren. Dat lukt wonderwel en uiteindelijk bereikt Urquhart zijn doel: premier van het Verenigd Koninkrijk. Niet nadat hij Collinridge, maar ook een reeks van rivalen, effectief en grondig onderuit heeft geschoffeld.

 

 

House of Cards is een Shakespeariaans drama, niet alleen vanwege de fenomenale hoofdrolspeler en Shakespeare-acteur Ian Richardson—Kevin Spacey, uit de Amerikaanse versie, komt trouwens uit hetzelfde nest—maar vanwege de opzet en vorm. De voortdurende terzijdes van Urquhart waarin zowel de handeling als zijn eigen rol daarin wordt verduidelijkt, doen sterk denken aan Richard III. Geen ensemble, zoals bij de andere koningsdrama’s, maar een centrale figuur als brandpunt. Zoals de Hertog van Gloucester, zonder verdere introductie, aankondigt: I am determined to prove a villain and hate the idle pleasures of these days, zo palmt Urquhart de kijker meteen in door zich rechtsstreeks tot hem te richten: Nothing lasts forever, zegt hij, tegen de achtergrond van een portret van Margaret Thatcher. Wat Emma Smith in haar The Cambridge Shakespeare Guide over Shakespeare’s ingreep opmerkt, geldt precies zo voor House of Cards. We are in the plot from the beginning, and while we may scruple at his methods and his lack of conscience, we cannot help but be attracted by this ironic, intelligent, unscrupulous, self-revelatory villain.

 

 

FU is een superboef, de manier waarop hij zijn voorganger in diskrediet brengt is magistraal: hij knakt niet zozeer de reputatie van premier Henry Collinridge zélf, maar van diens aimabele, sukkelige broer Charlie. Met valse stortingen, geheimzinnige adressen, fraude met aandelen. Er zou voorkennis in het spel zijn geweest en door wie anders dan zijn broer, de premier, zou de wereldvreemde Charlie kunnen zijn ingelicht? De potentiële opvolger van Collinridge, Minister van Buitenlandse Zaken Patrick Woolton, beleeft een hete nacht met de aantrekkelijke assistente van het Hoofd Communicatie van de partij. Alles wordt opgenomen via een koffertje met afluisterapparatuur dat Urquhart in de hotelkamer heeft laten plaatsen. Hij wordt bij dit alles bijgestaan door Roger O’Neill, de aan cocaïne verslaafde perschef: Urquhart weet dat O’Neill heeft gesjoemeld met partijgelden en kan hem dus het vuile werk laten doen. De jonge journaliste Mattie Storin komt door haar vertrouwensrelatie met Urquhart op het spoor van zijn machinaties. So hard to know whom to trust nowadays, zegt Urquhart in een terzijde, but I trust her to be absolutely human. En dus: onbetrouwbaar! Storin moet haar nieuwgierigheid en speurzin met de dood bekopen, Urquhart gaat over lijken. Glimlachend.

 

 

De serie is een aaneenschakeling van complotten en intriges, het is bijna absurd dat Urquhart’s echtgenote aan iemand vertelt dat Machiavelli de favoriete auteur van haar man is… alsof de kijker dat nog niet had ontdekt! Voor zover je erover zou twijfelen dat het verschijnsel kompromat ook buiten Rusland voorkomt, kan House of Cards je uit de droom helpen, ieder smerige streek uit het boekje komt langs. Pikant dat de serie geënt is op het werk van Sir Michael Dobbs, gepokt en gemazeld in de Conservatieve partij en lid van het Britse Hogerhuis: hij maakte integraal deel uit van het tijdperk dat hij beschrijft en heeft bovenop het politieke handwerk gezeten. Hij zal zich niet hebben verbaasd over het Russische kompromat, hij heeft het uitgevonden.

 

illstraties:
Sir Michael Dobbs; bron: michaeldobbs.com
Ian Richardson; bron: newstatesman.com en flickr
Ian Richardson en Susannah Harker; bron: alamy