Het kan verkeren. Ik bladerde dezer dagen door een boekje dat Floris van Straaten een paar jaar geleden publiceerde over Engeland, met name Londen: Multicultureel Mekka aan de Theems, luidt de ondertitel (NRC-boeken, Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2012). Hij prijst het kosmopolitische karakter van de stad en, letterlijk, het uitzonderlijk tolerante klimaat jegens buitenlanders, van welke huidskleur, religie of cultuur ook. De inwoners van de stad stellen zich open voor wat er uit het buitenland op ze afkomt—in scherp contrast met Nederlanders, die volgens de auteur steeds meer naar binnen gekeerd raken. Hij lijkt nog meer gelijk te krijgen dan hij al dacht, als hij schrijft dat een immigrant als burgemeester van een grote stad, hij noemt Ahmed Aboutaleb als voorbeeld, nog een stap te ver zou zijn voor de Britten. Als ‘verklaring’ voert hij aan dat de Londense burgemeester gekozen wordt en niet benoemd. De vraag is of de Rotterdammers Aboutaleb ook zouden hebben gekozen. Toch is inmiddels Sadiq Khan tot burgemeester van Londen gekozen; hij is weliswaar in Londen geboren maar wel degelijk afkomstig uit een (Pakistaans) immigrantenmilieu.

Het grootstedelijke kosmopolitisme is wat weldenkende mensen horen te uit te dragen, maar deze overtuiging heeft een geweldige knauw gekregen door de uitslag van het referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese gemeenschap: Brexit. Uit alle onderzoeken komt naar voren dat de winnaars van het referendum, de voorstanders van een vertrek, juist in hoge mate werden gemotiveerd door een uitzonderlijke haat jegens buitenlanders—van welke huidskleur, religie of cultuur ook. De United Kingdom Independence Party van Nigel Farage deed tijdens de campagne van zich spreken door het plaatsen van enorme billboards met daarop afgebeeld een onafzienbare rij donkerkleurige vluchtelingen, schijnbaar wachtend tot ze zouden worden toegelaten in het Verenigd Koninkrijk. Breaking Point stond eronder en hoewel de afbeelding een foto was van Syrische vluchtelingen voor de grens van Slovenië, wist iedereen onmiddellijk wat er mee bedoeld werd: niemand komt hier nog binnen als je voor ‘vertrek’ stemt.

In The New York Review of Books (18 augustus 2016) mijmert romanschrijfster Zadie Smith over de situatie in het Verenigd Koninkrijk. Fences heten haar dagboekaantekeningen: hekken, afscheidingen, grenzen. Ze beschrijft wat haar moeder—afkomstig van Jamaica—meemaakte: een opgewonden skinhead die haar vlak voor het  referendum toeschreeuwt Über Alles Deutschland! en een mevrouw die na de uitslag in een winkel voor huishoudelijke artikelen luidkeels opmerkt Well, you’ll all have to go home now. Hoe kosmopolitisch is Groot-Brittannië eigenlijk? Smith laat aan de hand van alledaagse voorbeelden zien hoe graag vertegenwoordigers van de ‘linkse’ middenklasse zich op de borst kloppen over hun eigen voortreffelijke inzichten: natuurlijk had de uitslag van Brexit anders moeten zijn, wie voor Leave heeft gestemd is primitief, achterlijk. Maar wat de uitslag vooral laat zien is een versplinterde samenleving vol hekken en scheidingen: tussen Engeland enerzijds en Schotland, Noord-Ierland anderzijds, tussen noord en zuid, tussen stad en platteland, tussen autochtoon en allochtoon, tussen gekleurd en niet-gekleurd. Maar met name ook tussen arm en rijk. In het Londense Notting Hill wordt intensief gepatrouilleerd door particuliere veiligheidsdiensten door straten met huizen van 20 miljoen Pond of meer—de rijken wonen er in gouden kooien en zijn bang voor het plebs aan de andere kant van Portobello Road. In het Savoy kun je afspreken voor een drankje, maar de goedkoopste cocktail is 100 Pond, terwijl je er mensen een Sazerac ziet drinken voor 5000 Pond. Strange times, schrijft Smith.

Sjieke Londenaren hebben de rest van het land altijd hooghartig de weg gewezen en bestraffend toegesproken over vreemdelingenhaat en andere tekortkomingen, maar schermen hun eigen privileges zorgvuldig af. Het Londense multiculturalisme is iets voor ‘anderen’, niet voor de happy few. Misschien zitten je kinderen in de klas bij het kroost van Nigeriaanse prinsen of Russische oliemiljardairs, maar de ‘echte ‘buitenlanders’ manifesteren zich hooguit in de vorm van personeel: schoonmakers, chauffeurs, kindermeisjes of in de vorm van de bediening in cafés of restaurants, taxichauffeurs, busconducteurs.

En is het ‘bij ons in Amsterdam’ zoveel anders? Ik herinner me de aannemer die zijn offerte kwam toelichten tijdens een vergadering van de Vereniging van Eigenaren. De mensen die hem niet kenden, kregen een duidelijke waarschuwing voordat de werkzaamheden daadwerkelijk zouden beginnen. U moet niet schrikken, een van mijn medewerkers is een zwarte neger, zei hij. Hij had de ervaring dat niet alle huisbezitters zo iemand over de vloer willen hebben, om welke reden dan ook. Ik heb er even over nagedacht en denk dat ik me in eenzelfde soort netwerk beweeg als Zadie Smith. Vertegenwoordigers van Marokkanen en Antillianen kom ik tegen in de winkel van Albert Heijn: vakkenvullers, kassameisjes. Ik zie ze, maar heb buiten de functionele betrekkingen niets met ze te maken. Het taxibedrijf dat ik inschakel voor ritjes naar het vliegveld, wordt gerund door Marokkanen, een prima onderneming, maar de gesprekken onderweg gaan over koetjes en kalfjes. Ik ken een paar van de voornamen. Een vriend vertelt me dat er in de sportschool waar hij een paar keer per week naartoe gaat, opmerkelijk veel allochtonen komen. In mijn sportschool is daar geen sprake van, een paar personeelsleden uitgezonderd. Als het gaat om zogenaamde vrijetijdsbesteding geldt hetzelfde: de musea, theaters en concertzalen waar ik tijd doorbreng, worden vrijwel exclusief bevolkt door ‘mijn soort mensen’. In de buurt waar ik woon, ken ik geen enkele winkel met ‘buitenlanders’ als eigenaren of personeel, of het nou kruideniers, groenteboeren dan wel boekwinkels of warenhuizen zijn. Etnische zaken uitgezonderd. Ik bezoek met enige regelmaat een Turkse groentewinkel vanwege een paar specifieke producten die ze in voorraad hebben, hetzelfde geldt voor enkele Chinese winkels. Afgezien van gespecialiseerde etnische restaurants is zelfs het bedienend personeel van openbare gelegenheden zelden of nooit van buitenlandse origine—het beeld wordt eerder bepaald door studenten. Mijn buurt is kosmopolitischer dan de meeste Amsterdamse buurten, maar voor zover mijn buren ‘buitenlanders’ zijn, betreft het hoogopgeleide, welvarende expats uit de Verenigde Staten, Engeland, Japan, Italië.

Misschien is Londen een multicultureel Mekka aan de Theems en Amsterdam een multicultureel Mekka aan de Amstel, maar het lijkt me van belang om, net als Zadie Smith, zorgvuldig vast te stellen wat je daar dan precies mee bedoelt.

 

illustraties
Zadie Smith; bron: www.actonthis.tv
Londens kosmopolitisme; bron: www.travelinq.nl