Als ik het optreden volg van David Duke, de voormalige Grote Leider van de Ku Klux Klan, moet ik onweerstaanbaar denken aan J. Raymond Giddy. Nogal ongepast, misschien.

Ik ken de naam van Duke al heel lang, ik zag ooit foldertjes liggen in de hall van de Universiteit van Gainesville, Florida, die door hem waren ondertekend. Mooi glanzend drukwerk, als ik het me goed herinner, waarop ook de beeltenis van Duke zelf te vinden was. Een aantrekkelijke, blonde jongeman met een innemende glimlach. Type bruinverbrande surfer, beach boy. Maar achter dit masker ging een schokkende werkelijkheid schuil: racistische smeerpijperij van een zeldzaam grof soort. Ik denk dat Duke toen nog geen hoge KKK-functionaris was, maar een eigen organisatie had opgericht; ik heb de folder lang bewaard, maar ben hem toch in de loop der jaren kwijtgeraakt.

Onlangs was hij prominent in het nieuws. Aanleiding waren de gebeurtenissen in Charlottesville, Virginia. Tegen de plannen om het standbeeld van generaal Robert E. Lee te verwijderen, half augustus, kwam een keur van fascistisch schorriemorrie demonstratief in verzet en er ontstonden vechtpartijen toen groeperingen als Black Lives Matter een tegendemonstratie hadden georganiseerd. Er reed een terrorist met zijn auto op de tegendemonstranten in, er vielen een dode en verscheidene zwaargewonden. De politie greep niet in en de Amerikaanse president Trump weigerde naderhand duidelijk stelling te nemen tegen het tuig. Het is allemaal breed uitgemeten in de pers.

 


Schorriemorrie neemt de straten over, Charlottesville, Virginia

Pas toen na stevig aandringen de president met een paar halfhartige, hypocriete opmerkingen het boevenpak alsnog had veroordeeld, sprong Duke in de arena: dat had Trump nou niet moeten doen! Wil hij soms dat ‘ons’ Amerika door zwart en bruin gespuis wordt overgenomen, dat ‘onze cultuur’ (sic) onder de voet wordt gelopen door immigranten uit achterlijke buitengewesten? Duke had de demonstratie eerder een keerpunt in de Amerikaanse geschiedenis genoemd: we zijn vastbesloten ons land terug te pakken. En hij onderstreepte dat zijn achterban hiermee niet anders deed dan de beloften van de president waarmaken: We are going to fulfill the promises of Donald Trump. That’s what we believe in. That’s why we voted for Donald Trump. Overigens staat Duke hierin bepaald niet alleen. Zijn geloofsgenoot Chris Barker, leider van de Loyal White Knights van de Ku Klux Klan, uitte zich overeenkomstig. Barker is bekend om zijn radicale uitspraken: immigranten moeten worden vermoord, zwarten hebben minder hersens dan blanken, transgenders zijn een aberratie van de natuur, maar wees ook op de gunstige gevolgen voor de aanhang van zijn club als gevolg van de verkiezing van Donald Trump: diens programma belooft precies wat de vreemdelingenhaters al zo lang nastreven. Het lidmaatschap van de Klan zou omhoogschieten.

De tijd is blijkbaar rijp, net als in de jaren dertig. Dat was de tijd van J. Raymond Giddy, inwoner van het plaatsje Stonewall, North Carolina. Een gefrustreerde ondernemer, die een plaatselijke Kamer van Koophandel had opgericht en de vereniging Stonewall Vooruit, maar met lede ogen moest constateren dat beide organisaties een vroege dood stierven—gebrek aan belangstelling. Hij maakte propaganda voor het vrije ondernemerschap, maar was daar zelf niet bijzonder goed in. Zijn bijnaam was Meerval Giddy vanwege zijn dunne, gekrulde snorretje. Die naam deed hem plezier: ik ben niet de rijkste man van Stonewall, maar wel de lelijkste en dat neemt niemand van me af. Samen met een vriend organiseerde hij een afdeling van de Ku Klux Klan. In die tijd was hij vertegenwoordiger van een firma in pruimtabak. Alle pakjes pruimtabak die in North Carolina werden gefabriceerd, zouden achter elkaar helemaal tot aan Egypte komen, schepte hij op, of zelfs Australië, maar hij zweeg zorgvuldig over de hoeveelheid die hij zelf aan de man wist te brengen. Meerval Giddy was het plaatselijke orakel, maar ook de plaatselijke dronkenlap. Iedereen kwam naar het raam als hij uit het café kwam en naar huis waggelde. Zingend over Old Uncle Bud the jelly-roll king, got a hump on his back from shaking that thing.

 


Naar verluid: David Duke

Meerval Giddy is vereeuwigd door Joseph Mitchell in een kort verhaal voor The New Yorker (14 januari 1939). De KKK is geen groot succes in Stonewall, niet verwonderlijk in het licht van Giddy’s reputatie. De afdeling trekt alleen excentriekelingen aan, zuiplappen en nietsnutten en lijkt vooral te fungeren als uitlaatklep voor mannen die geen zin hebben om ’s avonds thuis te zitten. Ze trekken er soms op uit op muilezels, maar dat is geen pretje. Als een van de Klanleden van zijn steigerende ezel gesmeten wordt en een been breekt, is het afgelopen. Ze beperken zich voortaan tot autoritjes. Als slachtoffers van hun toorn kiezen ze weerloze mannen en vrouwen uit, een voorbeeld is de eigenaar van een kruidenierswinkel waarbij diverse Klanleden nogal forse schulden hebben. Om hun optreden zo realistisch mogelijk te doen lijken, hullen ze zich in witte capes. Wat hun de bijnaam Beddenlakens oplevert.

The Downfall of Fascism in Black Ankle County is een van Mitchell’s fraaiste juweeltjes, ook al is het een fictief verhaal. Maar uit de context kun je opmaken dat het stoelt op een grondige ‘journalistieke’ kennis van de omstandigheden. Stonewall lijkt als twee druppels water op Robeson, de geboorteplaats van de auteur. De climax is onvergetelijk: de drie broers Kidney hebben vernomen dat zij het doelwit zullen zijn van de Klan. Ze vatten post met zicht op de drie toegangen tot hun erf, uitgerust met een geweldige hoeveelheid dynamiet om de Klan de schrik van hun leven te bezorgen. Maar het wachten duurt lang en ze geven hun zwarte knecht opdracht om langs te komen met kruiken van hun zelf gestookte whisky. De broers weten van illegaal stoken, maar ook van innemen en tegen middernacht zijn ze flink aangeschoten. Eén broer steekt uit balorigheid zijn voorraad springstof aan: een gigantische knal met een verblindende vuurzee. De bewoonde wereld ligt op flinke afstand, maar in de wijde omstrek wordt de knal gehoord. Broer nummer twee volgt, en tenslotte steekt ook de derde zijn vuurwerk af. De boerderij ligt vrijwel in puin, op het erf zijn diepe kraters geslagen. De volgende ochtend komt Meerval Giddy polshoogte nemen en ziet de puinhoop. Hij beseft dat hij de dans ternauwernood ontsprongen is. Op weg naar huis klampt hij iedere voorbijganger aan: Vriend, ik trek me terug. Waaruit?, luidt de vraag. Maakt niet uit waaruit, mompelt Meneer Giddy, ik wil je alleen maar laten weten dat ik me terugtrek.

Te vrezen valt dat niet alle afdelingen van de Ku Klux Klan zo knullig zijn als die van Meerval Giddy, we hebben kunnen zien wat voor gajes door de verkiezing van president Donald Trump de straat opgekomen is. Toch maakt Joseph Mitchell geen grappen. Ondanks zijn voorliefde voor het Zuiden stond hij bepaald niet sympathiek tegenover de idealen van de KKK. Hij heeft thuis het woord nigger nooit horen noemen en toen zijn vader een keer weigerde een ruimte af te staan voor een manifestatie van de plaatselijke Klan, werd de familie met de dood bedreigd. Joseph heeft de hele nacht opgezeten met zijn vader en broers, geladen geweren in de aanslag. Toen de aanval plaatsvond, heeft vader Mitchell over de hoofden heen met scherp geschoten. Het scheelde maar een haar of de familie Mitchell had het niet kunnen navertellen.

 

illustraties
KKK-leden: bron: newsweek.com en theindependent.com
Joseph Mitchell: bron: nytimes.com