Halverwege de jaren negentig had ik een appartement gehuurd in het noorden van Mumbai. Ik verkeerde in de luxe positie dat ik kon beschikken over een functionerende telefoon, waardoor ik (internationaal) kon bellen en altijd bereikbaar was. Om dit te realiseren had ik mijn huisbazin het vuur aan de schenen moeten leggen, maar ze had het nooit voor elkaar gekregen als ze me niet persoonlijk had meegenomen naar de Telephone Exchange Office; officieel moest ze de functionaris, die over de aansluitingen ging, laten zien dat er wel degelijk een buitenlander bestond voor wie deze (onbenullige) ingreep noodzakelijk was, maar in werkelijkheid diende er geld op tafel komen. Ik weet niet meer precies om welk bedrag het ging, een paar honderd roepies, schat ik – in ieder geval een som die het officiële tarief aanzienlijk overschreed. In de loop van de tijd vroeg ik mijn huisbazin af en toe naar de telefoonrekening – deze scheen nooit te komen. Op een dag vertelde ze me dat mijn ‘bijdrage’ vooral bedoeld was geweest om er voor te zorgen dat er tijdens mijn verblijf geen telefoonrekening verstuurd zou worden. ‘Steeds als de rekening boven op het stapeltje komt’, glimlachte ze, ‘zorgt die aardige mevrouw ervoor dat hij weer onderop wordt gelegd’. Het zou maar tot lastige vragen aanleiding hebben gegeven als er op haar naam rekeningen werden verstuurd naar een adres waar ze zelf niet woonde – en om de telefoon tijdelijk op mijn naam te laten registreren… dat behoorde niet tot de realistische mogelijkheden. Nu waren we niemand tot last en hadden we er allemaal profijt van.

Het is een voorbeeld van wat je ‘kleine’ of ‘alledaagse’ corruptie zou kunnen noemen – ik kan tal van voorbeelden opsommen, iedereen in India heeft er mee te maken. Daarnaast heb je de ‘grote’ of ‘georganiseerde’ corruptie. Daar heb ik zelf nooit direct mee te maken gehad, maar des te meer over gehoord en gelezen – de Indiase kranten lusten er pap van, er wordt dagelijks met smaak over geschreven. Ik was onder de indruk en het verbaasde me niet om te zien dat India op allerlei lijstjes voorkwam als een van de allercorruptste landen van de wereld, op één lijn met boevenstaten als Nigeria of Colombia. Corruptie is een ondermijnende kracht, je kunt van geen enkele publieke voorziening zeker zijn. Politie, ambtenarij, politiek, bedrijfsleven, onderwijs: corruptie bezoedelt alles, je wordt er door-en-door cynisch van – het pleit voor de Indiase volksziel, als er zoiets zou bestaan, dat veel mensen desondanks nog zo ondernemend en optimistisch zijn.

In India bekroop me soms onwillekeurig een zekere zelfgenoegzaamheid als ik er met mensen over sprak: ‘Nee, gelukkig bestaat er in Nederland geen corruptie’. Dat klinkt naïef, ik besef het, maar ik geloof dat ik het oprecht meende. Een tijdje geleden hoorde ik iemand anders iets dergelijks zeggen. Een hoogleraar rechtsgeleerdheid, niet op het achterhoofd gevallen, vertelde bij haar afscheidscollege dat ze tijdens internationale congressen wel eens opmerkte dat in het Nederlandse rechtssysteem geen corruptie bestond en stomverbaasd was dat de toehoorders daarover in schamper gelach uitbarstten.

Toch is er in de ongeveer twintig jaar die verstreken zijn sinds ik voor het eerst naar Mumbai ging om onderzoek te doen, veel veranderd in India. Door technologische ontwikkelingen wordt het mogelijk diverse vormen van alledaagse corruptie uit te bannen: denk alleen al aan treinkaartjes en vliegtickets die je per internet kunt bestellen en downloaden en aan de mogelijkheid om via je bank de rekeningen voor gas, elektriciteit en telefoon te regelen – dat schakelt tussenpersonen uit en daarmee de ruimte voor diefstal en bedrog. Het zal in India nog heel lang duren voordat iedereen daarvan kan profiteren, maar in theorie zijn in ieder geval de obstakels opgeruimd.

India is veranderd, maar Nederland ook. Misschien bestaat er in dat land weinig ‘alledaagse’ corruptie, in de zin zoals boven bedoeld, maar ‘grote’ corruptie is zo langzamerhand alledaags geworden. In mijn krant ging het afgelopen vrijdag om de voorlieden van een Marokkaanse denktank die vele tienduizenden euro’s (subsidiegelden) hebben weggemoffeld, in het weekend om een vooraanstaande VU-professor die zijn wetenschappelijke reputatie misbruikt om zijn particuliere bedrijfjes op te stoten in de vaart der volkeren – een manier van doen die trouwens in de hand wordt gewerkt door de huidige regering van Nederland die wonderen verwacht van valorisatie. De stroom berichten houdt aan, lijkt te wassen. In De Groene Amsterdammer (11 juni 2015) werd de achtergrond belicht van het ‘gesjoemel’ bij de NS en kwam een oud-minister ter sprake die zich voor het karretje laat spannen van een louche Libische zakenman. In Nederland wordt naar schatting jaarlijks bijna twintig miljard euro witgewassen. Waaraan is dat geld verdiend, wat wordt er hier mee gedaan, wie trekken er aan de touwtjes, wie worden er mogelijk mee omgekocht? vraagt auteur Aukje van Roessel zich af. Ze spreekt over smerig geld en ze zegt: Smerig geld maakt meer kapot dan ons lief zou moeten zijn (…) mogelijk ook de democratie.

Afgaande op India, in dit opzicht ons ‘voorland’, is dat inderdaad precies de kern. Bij grote of georganiseerde corruptie, de term is van mij, hebben we zaken waarbij hoge ambtenaren – gewoonlijk in de rug ‘gedekt’ door een machtige politicus of partij – publieke gelden reserveren voor projecten die nooit (volledig) zullen worden uitgevoerd en het gereserveerde geld vervolgens in eigen zak (dan wel de zak van de beschermheer, de partijkas of wat verder maar afgesproken is) steken. Zoiets is typisch voor de aanbestedingen van grote projecten. Voor Nederland: denk aan de Schipholtunnel en bereid je voor op wat er straks met de Amsterdamse Zuidas gaat gebeuren. Tussen de gemeentelijke autoriteiten (of hun vertegenwoordigers) en de uitvoerders van de projecten worden officiële prijzen vastgelegd. Deze zullen uiteindelijk van de publieke rekeningen worden afgeschreven, terwijl er tegelijkertijd lagere ‘reële’ prijzen worden afgesproken; die laatste bedragen zijn werkelijk nodig om het project tot uitvoer te brengen. Het verschil tussen de twee prijsstellingen verdwijnt in de zakken van degenen die bij de afspraak betrokken zijn: de aannemers, de ambtenaren, de politici op de achtergrond en mogelijkerwijze de partijen die als tussenpersonen hebben gediend. Sommige van de meest spectaculaire gevallen die zich in India hebben voorgedaan, betreffen buitenlandse firma’s die toestemming vragen om zich in India te vestigen dan wel producten te leveren aan Indiase instellingen – leger, landbouw, verkeer en transport of de bouw van dammen. Wie de macht heeft zulke vergunningen uit te schrijven, kan voor zijn diensten ongehoorde bedragen of diensten vorderen. Ik noem dit soort corruptie ‘georganiseerd’ omdat het zelden een situatie betreft waar slechts één persoon de beslissing kan nemen, meestal moet een hele reeks van belanghebbenden tevreden worden gesteld; op ministeries en hun afdelingen, in de betreffende sector zelf, soms het kabinet van de premier. De bekende journalist Mark Tully spreekt treffend over de neta-babu raj die het in India voor het zeggen heeft, een onheilige alliantie tussen politiek en bureaucratie die voor het Britse koloniale gezag in de plaats is gekomen. ‘De ambtenarij en de politici controleren elkaar niet’, schrijft Tully, ‘maar slaan de handen in elkaar om de buit van de macht onderling te delen’. Tegenwoordig hoor je spreken over de neta-babu-goonda raj, de verbintenis tussen politiek, bureaucratie en georganiseerde misdaad. Een berucht voorbeeld van een andere vorm van corruptie speelt zich af rond (internationale) geldinzamelingsacties voor rampen en tragedies. Het geld komt nooit op de bestemde plaats terecht, maar blijft onderweg aan tal van handpalmen ‘kleven’. Het boek van P. Sainath over de droogte heet niet voor niets ‘Everybody Loves a Good Drought‘.

 

Is Nederland aan een inhaalslag bezig? Je krijgt soms inderdaad de indruk dat iedere vorm van civic spirit uit dit land verdwenen is; als je niet meegraait ben je een loser. Zou de vergaande privatisering de hoofdschuldige zijn? Bij gebrek aan een overtuigende analyse ligt het misschien voor de hand daaraan te denken. Maar in ieder geval moeten we ook denken aan een krachteloze overheid die de publieke zaak ernstig verwaarloost – dat geldt zeker voor India. Maar Aukje van Roessel denkt ook in die richting, vermoed ik,  als ze in haar stuk de zakkenvullers in Nederland ten tonele voert: ze verkneukelen zich … laat ze maar praten, daar in Den Haag, wij gaan onze eigen gang.

 

illustraties:
onderhands; bron: thetower.org
neta-babu raj (bewind van politiek en bureaucratie); bron: www.mo.be