Ik zocht naar een citaat van Salman Rushdie in zijn Imaginary Homelands. Ik vond niet wat ik zocht, maar bleef hangen bij een kort stukje over de wederzijdse invloed van het Engels en de diverse Indiase talen, waaronder vooral het Hindi. Een onderwerp dat de auteur na aan het hart ligt. Hij verheugt zich over de vele leenwoorden uit het Hindi die Engels geworden zijn. Ter illustratie schrijft hij een zin op, waaruit dit zou moeten blijken:

The British Empire, many pundits now agree, descended like a juggernaut upon the barbicans of the East, in search of loot. The moguls of the raj went in palanquins, smoking cheroots, to sip toddy or sherbet on the verandahs of their gymkhana club, while the memsahibs fretted about the thugs in bandannas and dungarees who roamed the night like pariahs, plotting ghoulish deeds.

Achttien woorden zijn uit India afkomstig, maar als je het niet weet, is het nog raden — ze zijn zó ingeburgerd dat je er verbaasd van staat.

Ik realiseerde me dat zulke Indiase woorden zelfs in het Nederlands verzeild geraakt zijn en als volstrekt normale Nederlandse woorden worden beschouwd. Hoe ze hier gekomen zijn is een tweede. Via het Engels, vermoed ik, maar misschien ook via het Maleis en Nederlands-Indië. Ik ben niet terzake kundig, ik zeg het er maar meteen bij, en ik heb ook geen opleiding als linguïst of letterkundige genoten; het is louter door een lichte opwelling van nieuwsgierigheid dat ik uit mijn hoofd een lijstje maakte met woorden om te zien of ze inderdaad tot de gewone woordenschat horen. Mijn oude, trouwe Van Dale was de gids. Oud en vertrouwd, inderdaad, want mijn uitgave stamt uit de jaren zeventig en dat zal de reden zijn dat er diverse woorden niet zijn opgenomen: curry, bij voorbeeld. Maar andere woorden wel degelijk.

Bazaar of bazar: ‘oosterse marktplaats’, volgens Van Dale, of: ‘winkel waar goederen tegen eenheidsprijs worden verkocht’. बाज़ार  (baazaar) in het Hindi betekent ook markt, maar heeft nog meer connotaties, zoals (economische) ‘vraag’ of ‘prijs’. Brahmaan staat ook in Van Dale, ik hoef daar verder niets over te zeggen. Bungalow, afgeleid van de Oost-Indiase deelstaat Bengalen (en, natuurlijk, Bangla Desh, dat ooit het oostelijk deel was van het Brits-Indische Bengalen) betekent ‘alleenstaand eengezinshuis waarvan alle vertrekken op één niveau liggen’ — een omschrijving die eveneens adequaat is voor het Hindi-woord. Het begrip ‘veranda’ hoort erbij, maar in Van Dale wordt het verband niet gelegd. Catamaran, goeroe, jungle, mango, nirvana, patchouli, pyjama, sjaal, shampoo, roepie, suiker: allemaal van oorsprong Indiase woorden en ze staan wel degelijk ook in Van Dale, zij het niet altijd als zodanig herkend of aangemerkt.

In het zinnetje van Rushdie komen twee woorden voor die ook volbloed ‘Nederlands’ zijn: paria en pandit. Het laatste woord omschrijft het woordenboek als: ‘geleerde Hindoe; als titel te vergelijken met ons “doctor”‘. In het Engels is de betekenis ruimer; het woord slaat in het algemeen op mensen die zich op een of andere speciale deskundigheid laten voorstaan; opinion leaders. De Hindi-betekenis is nog ietsje ruimer; als bijvoeglijk naamwoord betekent पंडित  (pandit) ‘wijs’, ‘slim’ of ‘geleerd’, als zelfstandig naamwoord een ‘geleerde’ of specifieker: een ‘geleerde brahmaan’; het woord kan eveneens als aanspreektitel worden gebruikt — pandit Nehru was de eerste premier van het zelfstandige India: een uitdrukking van respect. Tenslotte, in het algemeen: ‘leraar’.

Paria wordt door Van Dale omschreven als een ‘lid van de laagste kaste, die door de Hindoes als onrein veracht en geschuwd wordt’ of als ‘verschoppeling’. In het Hindi duid je dat aan met अछूत (achuut), een onaanraakbare of een चांडाल  (caandaal), een verworpene, of: de laagste kaste, dan wel een lid daarvan.

Het absorptievermogen van talen lijkt onbeperkt — een geruststellende gedachte!