Annie kreeg een studiebeurs om een jaar in  de Verenigde Staten te studeren, aan een kleine universiteit in het Middenwesten. Haar ‘sponsor’ was Shorty Shenfold, de docent die een cursus had georganiseerd over de Engelse roman en haar, als Engelse, er blijkbaar graag bij wilde hebben. De selectie was grondig geweest, niet alleen het geboortebewijs en allerlei andere officiële papieren, maar ook haar gedetailleerde studieresultaten aan de University of Cambridge.

Shenfold was een indrukwekkende verschijning en de bijnaam Shorty sloeg niet op zijn enorme postuur, maar op zijn voorkeur voor korte dingen: korte verhalen, korte polemieken, korte, maar diepgravende recensies, korte verklaringen. Zijn doceerstijl was van een monumentale saaiheid, maar zijn precisie en grondigheid waren opmerkelijk—zelfs voor een Amerikaan. Hij schreef dunne werkjes die met grote regelmaat bij steeds chiquere uitgeverijen uitkwamen; ze lazen als spoorboekjes, maar ze waren uitputtend en in alle universiteitsbibliotheken kon je exemplaren vinden; niemand waagde het er iets negatiefs over te zeggen. De meeste werden in het Duits vertaald, soms zelfs in het Frans. Shorty publiceerde af en toe ook in literaire tijdschriften of boekenbijlagen van prestigieuze kranten, scherpe stukjes over belangrijke literaire personages, vanzelfsprekend altijd kort, maar met een zweem van cynisme.

Annie schreef een paper voor de cursus en heeft zich later vaak afgevraagd waar ze de moed vandaan haalde. Haar onderwerp was de vermoedelijk enige liefdesaffaire ooit van de schrijfster Jane Austen. Deze zou zich hebben afgespeeld tijdens een vakantie in Sidmouth, aan de kust van Dorset. Annie had niet per se iets nieuws ontdekt, maar was wel de eerste die alle vermoedens en speculaties bijeenbracht. Austen ontmoette een aantrekkelijke man, waarschijnlijk een dominee (hoewel hij volgens anderen zeeman of arts was geweest), die in de ogen van de familie worthy of Jane zou zijn geweest. De man moest plotseling weg, wegens familiezaken en drie weken later kwam het bericht dat hij overleden was. Annie had alles wat ze kon vinden bijeengezocht en probeerde de ‘liefdesgeschiedenis’ van Jane Austen in te passen in wat we verder van haar levensgeschiedenis weten. Ze herinnert zich dat ze haar werkstuk Jane Austen. Love and Privacy noemde en dacht dat de inhoud wel net zo beroerd zou zijn als die titel deed vermoeden. Maar onder invloed van Shorty Shenfold had ze haar best gedaan alles zo grondig mogelijk uit te zoeken en op de compositie was weinig aan te merken. Toen ze haar werk terugkreeg, stond er alleen een vinkje op. De docent had er interesting bijgeschreven. Maar de teleurstelling kwam op het eind van de cursus: Annie kreeg een laag cijfer en Shorty knikte haar nauwelijks toe bij het afscheid.

Annie heeft niet écht bestaan, dat zal duidelijk zijn, maar figureert in The Sidmouth Letters van de Engelse schrijfster Jane Gardam. Na de Old Filth-trilogy die ik een tijdje geleden van haar las, ben ik aan haar korte verhalen begonnen, onder andere verzameld in The Stories, London (Little, Brown) 2014, een genre dat haar het beste ligt. Shorty Shenfold blijkt een letterdief te zijn, iemand die teksten en ideeën steelt van anderen, zonder bronvermelding, en daar zelf de eer voor opstrijkt. Plagiaat komt veelvuldig voor, met name in de sfeer van literatuur en wetenschap, maar er wordt naar mijn weten over het algemeen weinig mee gedaan door schrijvers en dichters, in tegenstelling tot andere vormen van ‘afwijkend gedrag’.  Ik herinner me De koekoek in de klok van Judicus Verstegen uit 1969, een sleutelroman over de Universiteit van Amsterdam; een boek vol (vermeende) misstanden, waaronder ook gevallen van letterdiefstal. Een professor had de gewoonte om de artikelen van zijn ondergeschikten te ‘corrigeren’: aanleiding om zijn eigen naam toe te voegen als auteur, ook al had hij alleen maar (ten onrechte) would in should veranderd. Het boek is wegens de dreiging van smaadprocessen door de uitgeverij uit de handel genomen.

André Köbben bepleit in zijn Het gevecht met de engel, Amsterdam (Mets & Schilt) 2003, het hanteren van een ruime definitie van plagiaat, dus niet alleen overschrijverij, maar ook het valselijk presenteren van andermans gedachten en redeneringen als die van jezelf. Pas dan kun je scherp zien dat de geschiedenis van de wetenschap (ik voeg daar de literatuur en publicistiek aan toe) al vanaf het prille begin (Galilei) wordt geteisterd door onheilige en onontwarbare ruzies over de prioriteitsvraag: wie mag gelden als degeen die een opzienbarende ontdekking of uitvinding heeft gedaan en wie is niet meer dan een gewiekste plagiaatpleger?

Annie stuit een paar jaar na haar verblijf in de Verenigde Staten op een artikel over Jane Austen in een vooraanstaand wetenschappelijk tijdschrift. Het gaat over de enige liefde die Austen ooit zou hebben gekend…. Inderdaad, het artikel is dat van Annie zelf, woordelijk. De naam van de auteur: Shorty Shenfold. De goede naam van Shenfold wordt eens te meer bevestigd in academische kringen en ook Britse universiteiten beginnen de beroemde Amerikaan voor lezingen en cursussen uit te nodigen. Eervoller kan het niet. Annie ontmoet hem tijdens een conferentie en hij zou haar straal hebben genegeerd als ze hem niet had aangesproken. Over het artikel hebben ze het nooit meer gehad, ook niet nadat hij op basis van zijn Austendeskundigheid onderzoeksgelden wist los te peuteren en haar zelfs inschakelde om bepaalde archieven boven water te krijgen.

Het verhaal is veel geestiger (en in zekere zin ook pijnlijker) dan ik hier kan weergeven, maar wat me treft is de fijnzinnige manier waarop Gardam laat doorschemeren wat een verwaande en arrogante ijdeltuit onze Shorty eigenlijk is; met een grote bek kom je een heel eind in sommige werelden. Onwillekeurig heb ik plagiaat en dergelijke altijd een beetje geassocieerd met stiekeme streken in smoezelige achterkamertjes, maar Gardam laat zien dat je als letterdief juist over een flinke dosis brutaliteit, ongevoeligheid en lef moet beschikken. Ik geeft toe, het is fictie, maar ik durf er iets onder te verwedden dat The Sidmouth Letters gebaseerd is op ‘ware gebeurtenissen’, zoals dat heet.

 


Speurneus Frits Barend

Shorty doet me onweerstaanbaar denken aan journalist en historicus Ad van Liempt zoals Frits Barend hem afgelopen zaterdag heeft neergezet in Het Parool (31 maart 2019) onder de veelzeggende titel: Pronken met andermans veren. Barend komt met acht ijzersterke voorbeelden van ‘laakbaar’ (ik druk me voorzichtig uit) gedrag van Van Liempt. In het weerwoord spreekt Van Liempt over karaktermoord en gaat op geen van die gevallen serieus in. Hij heeft geen verklaring voor de aanval op zijn integriteit, zegt hij, en in alle jaren dat hij actief is in de journalistiek en geschiedkunde heeft niemand het ooit gewaagd een vinger tegen hem op te heffen, alsof dat een bewijs is van een goed karakter. Shorty ten voeten uit.

 


Ad van Liempt, karaktermoord

Tachtig jaar geleden was de kans op ontdekking van plagiaat en andere vormen van bedrog misschien nog betrekkelijk groot, maar de journalistieke, literaire en journalistieke productie is inmiddels zo gigantisch dat niemand meer kan overzien wat er op zijn of haar vakgebied verschijnt, zelfs niet zijn of haar eigen specialisme. Daarom loopt het tegenwoordig meestal goed af voor de plagiator. Frits Barend heeft het speurdersambacht in ere gehouden.

 

illustraties
Jane Gardam; bron: independent.co.uk
Frits Barend; bron: parool.nl
Ad van Liempt; bron: youtube.com